Eens of steeds opnieuw?
1986-05-30
, Ach, du warst in abgelebten Zeiten meine Schwester oder meine Frau…’- Jaargang 30
- nummer 22
Goethe in een brief aan Frau von Stem.
Ik ben al een jongen en een meisje geweest, een struik, een vogel, een stomme zeevis.
Empedocles, Grieks filosoof (± 493-433 v.Chr.)
Wat is het oordeel van Pythagoras over gevogeIte?
Dat de ziel van onze grootmoeder misschien een vogel zou kunnen bewonen.
Pythagoras, Grieks filosoof (± 580-504 v. Chr.)
Zij allemaal
Geloof in Reïncarnatie komt niet alleen in het Oosten voor.
De Egyptenaren hadden soms opvattingen die in de richting van reïncarnatie gingen, menen sommigen. In elk geval hebben in onze tijd sommige aanhangers van deze visie zich reïncarnaties van Egyptenaren geacht. In een destijds bekend geworden boek "Winged Pharaoh" (Gevleugelde Farao) schreef een zekere Joan Grant dat zij rond 3000 voor Christus een Egyptische priesteres is geweest. 1) De oude Grieken kenden meest de gedachte van Hades, de Onderwereld, waar de gestorvenen als een soort schimmen huisden.
De oude denker en geleerde Pythagoras, die bepaald een aantal afwijkende meningen had, schijnt wel in reïncarnatie te hebben geloofd, terwijl door sommigen ook bij de filosoof Plato zulke visies worden vermoed.
Een aantal Gnostieke groeperingen, concurrenten van het beginnende Christendom, lijken ook opdat spoor te hebben gezeten; hun vaak zeer ingewikkelde geheimleer bevatte een mengeling van heel gevarieerde elementen. De vroege Kerk wees hun leer vierkant af; voor zover het dit element van reïncarnatie betrof viel dat zeker ook onder de totale verwerping door de Kerk.
Sommige ketterse groepen in de Middeleeuwen, met name de Bogomielen in Bulgarijë en de Zuid franse Katharen (ook wel Albigenzen genoemd), hebben, meent een aantal deskundigen, deze visie van reïncarnatie aangehangen.
Hetzelfde geldt voor een aantal groeperingen uit de 16e en 17e eeuw als Hermetici, Kaballisten en Rozekruizers. In geen van deze gevallen lijkt het raadzaam hier verder op in te gaan.
Niet meer marginaal
Anders wordt het in de 19e en 20e eeuw. Dan komen verhalen over de vele levens van de mens niet alleen meer marginaal, aan de rand van de samenleving, voor.
Met name een aantal Duitse filosofen, Goethe, Lessing, Heine en Schopenhauer blijkt die visie aan te hangen of op z'n minst met de waarheid ervan te rekenen.
De bovengenoemde uitspraak van Goethe: "ach, u moet in vroegere tijden mijn zuster of mijn vrouw geweest zijn" wijst daarop.
Dat als verklaring van de grote aantrekkingskracht die zij op hem uitoefende. (Op dezelfde wijze heeft men soms het verschijnsel "wonderkinderen" willen verklaren. Hoe komt het dat bv. Mozart al zo jong zo begaafd bleek? Of Pascal, de 17e eeuwse denker en geleerde?
Ze hebben die kennis, inzet, begaafdheid uit een vorig leven, of uit vorige levens, meegenomen.)
Esoterisch
Aan het einde van de vorige eeuwen het begin van onze eeuw komt er grotere interesse in reïncarnatie; de wereldbeschouwing van Mevr. Blavatsky en Rudolf Steiner sluiten die gedachte min of meer vanzelfsprekend in. Over beiden heb ik in een vorige serie uitvoerig gesproken, zodat ik dat hier slechts op dit punt wat zal aanvullen.
In zijn "Karma Lezingen" (rond 1920) heeft Steiner, volgens zijn biograaf Willem Veltman 2) gesproken over de vroegere levens van sommigen in zijn gehoor.
Een aantal had, aldus Steiner een reïncarnatie in de negentiende eeuw of in de Middeleeuwen gehad. Een of twee hadden, in de Grteks-Romeinse tijd geleefd of in het oude Egypte.
Stéiner, die met zijn spontane "geestelijke vermogens" haast onfeilbaar - èn oncontroleerbaar! - deze uitspraken kon doen meldt ook dat de 19e eeuwse Franse schrijver Victor Hugo en de Italiaanse vrijheidsstrijder Garibaldi "Keltische ingewijden" geweest zijn. De grondlegger van de evolutiegedachte Charles Darwin en de Amerikaanse president Wilson waren volgens zijn zeggen in een vorig leven "uitzonderlijk belangrijke Arabische incarnaties"
geweest. Enfin, dat weten we dan ook weer. Het verklaart hun handelen en denken niet geheel, stel ik voor mezelf vast.
Steiner, die reïncarnatie positief bekijkt, meent dat je in een volgend leven kan verder gaan met de geestelijke ontwikkeling die je hebt gestart. Reïncarnatie is haast een heilsweg in zijn systeem. Hij meent ook - en dat is anders dan de Oosterse visie - dat je nooit als plant of dier terug kan komen, maar alleen als mèns! Je kunt zo komen tot een steeds hoger niveau van bewustzijn.
Niet zo pessimistisch dus als de Oosterse visie, waar men de noodzaak tot "wedergeboorte" als een last, een groot lijden, beschouwt.
Ook heeft hij, zoals al gezegd, een grote interesse in wie jij, als individu, in vorige levens geweest bent. Die belangstelling is in het Oosten ook niet zo groot.
Misschien is het nog goed hier op te merken dat Steiner heeft geprobeerd het Christelijk geloof, te verbinden met zijn Oosters gekleurde, occulte geheimleer.
Bepaalde Schriftgedeelten duiken in de Antroposofie steeds weer op als "bewijs" voor reïncarnatie. Daar hoop ik in een later verhaal nog op terug te komen.
Hypnose
Kenmerkend voor de tegenwoordig zo zeer toegenomen interesse in reïncarnatie in onze Westerse wereld is het gebruik van hypnose. Juist door mensen onder hypnose te brengen meent men de voornaamste bewijzen voor vorige levens te kunnen leveren.
Wat daar aan de hand is is echter een uitvoeriger verhaal waard. Dat hoop ik de volgende keer te doen.
1) Geciteerd uit: John Ferguson, Encyclopedie van Mystiek en de Mysteriegodsdiensten. Het Wereldvenster, Baarn, 1979, pp. 233, 229
2) Willem Veltman, Rudolf Steiner, Vrij Geestesleven, Zeist, 1980, pp. 250,251.