Boekbespreking

1986-05-30
  • Jaargang 30
  • nummer 22
Dr A. S, van der Woude: Profeet en establishment Uitg. Kok, Kampen.
126 blz. -f 19,90.

Onze bijbelkring houdt zich al geruime tijd bezig met de boeken van de zgn. kleine profeten.
We vinden het geen gemakkelijke stof. Bij lezen en bespreken ervan komen telkens dezelfde vragen: hoe zullen de eerste hoorders van de profeet zijn boodschap hebben verstaan, wat was voor hèn de betekenis
duidt de profetie (enkel) daarop of en hoe betreft ze tevens de toekomst en wat kunnen wij nu - na zoveel eeuwen - als vervulling ervan aanwijzen?
Wat zegt ze óns?
Je leest er de tekst op na in een aantal vertalingen (Willibrord, Groot Nieuws, Statenvertaling, Korte Verklaring) en merkt tussen die soms grote verschillen op, zonder dat je daarmee overigens op je vragen bevredigende antwoorden vindt. Wel is de algemene strekking van een boek, een hoofdstuk, duidelijk, maar de betekenis van verschillende verzen blijft open.
Dat leidt soms (te) gauw naar het zoeken van een "geestelijke" verklaring. De kanttekeningen bij de Statenvertaling (die inmiddels de eerbiedwaardige leeftijd van 350 jaar hebben) gaan daarin voor. Daarover geen kwaad woord, maar de vragen naar de éérste betekenis van wat we als Woorden van de Heilige Geest overgeleverd kregen, blijven bestaan.

Deze vragen komen eveneens naar je toe bij het lezen van het hier bovengenoemde boek, dat in de serie 'Exegetische studies' is verschenen en de tekst van het boek Micha voor ons tracht weer te geven en te verduidelijken.
De schrijver is hoogleraar O.T. aan de Rijksuniversiteit te Groningen.

In deze studie gaat hij eerst na wie Micha is, zijn afkomst (van het platteland) en daaraan verbonden de tijd van zijn optreden.
Het Assyrische rijk overheerst dan in het Midden-Oosten; de onderworpen regeerders van verschillende volken pogen daartegen in verzet te komen en zoeken hulp bij Babel en/of Egypte. Hij geeft ons uitvoerig informatie over de politieke en militaire activiteiten van die dagen (ca. 720-700 v. Chr.). Bezetting en deportatie hingen ook Juda boven het hoofd. Het derde hoofdstuk geeft uitvoerige motieven voor de stelling van de schrijver dat de hoofdstukken 1-5 Micha's profetiën bevatten, daarentegen, zouden 6 en 7 van een andere profeet (en uit een andere tijd) afkomstig zijn.
Hoofdstuk IV tekent het establishment (de gevestigde orde) in Juda. Dat is namelijk de groep, waartegen Micha strijdt en die hem op zijn beurt aanvalt op zijn prediking. "De hoofden van Jacob en de leidsheden van het huis van Israël" (3 : 1) zijn zij, die de bestuurlijke functies in handen hebben, de hoge ambtenaren en, de priesters. Die plaatsen hebben ze met veel onrecht veroverd en willen ze koste wat kost behouden. Deze elite had de mond vól over God, en Zijn werk, maar ontzag zich niet de mindere man te knevelen en uit te buiten en daarbij onrecht en geweld toe te passen (3 : 1 e.v.).
Zij vindt daarbij steun van "profeten des HEREN" (valse wel te verstaan), die beweren "de HERE is in ons midden, ons zal geen kwaad overkomen" 3: 11). Dat establishment was doof voor Gods wetten, voor Zijn verbond met belofte èn dreiging.
Ze onderkende niet dat Hij yerbondsverlaters tegenkomt, ook in de machtsontplooiing van Assur. Valse tegenover ware profetie, als in vele perioden van Israëls geschiedenis.
Hoe die te onderscheiden?
De auteur wijdt er vele bladzijden aan.
De valse profeten putten zich - meent hij - veelal uit in heilsverkondiging, terwijl' de ware óók het gericht over de zonden van het volk aanwijzen. Gods barmhartigheid is er wel, maar komt eerst door het gericht, heen. Verder laat hij zien dat de ware profeten hebben gepolemiseerd tegen "een theologie die God maakt tot de garant van eigen nationalistisch-politieke en religieuze belangen" en even verder dat "de kliek van valse profeten de waarheid Gods (beperkt) tot een a-historische, statische en onpersoonlijke ideologie, die als sleutel dient voor elk willekeurig slot" (bladz. 42).
Hoofdstuk V geeft een vertaling en exegese (verklaring) van de eerste vijf hoofdstukken. Die bevatten een tekening van, de heftige discussie tussen Micha en het establishment en het gaat daarbij voornamelijk over de onderdrukking van de sociaal-zwakkeren onder Gods volk èn om een (on)verantwoorde verantwoorde heilsverwachting.
Micha is aan het woord in hoofdstuk 1 en 2: 1-5. Daarop stellen zijn hoorders zich teweer (2 : 6-13), Micha repliceert in hoofdstuk 3 en in 4 wisselen, sprekers en hoorders elkaar af.
In de Groot Nieuws Bijbel is die opzet duidelijk zichtbaar gemaakt.
Telkens opnieuw tracht Micha de valse voorspiegelingen van bestuurders en valse profeten te ontzenuwen en roept hij hen terug tot de HERE, Wiens gerichten anders niet te ontkomen zijn. Hij wil enkel een volk dat zich verootmoedigt, Zijn genade betonen. Grote beloften liggen dàn in het verschiet, zoals bijv. die in 5 : 1 e.v.
Over de messiaanse verwachting, die we daarin mogen lezen, spreekt prof. Van der Woude afzonderlijk in hoofdstuk VI.
Hij zoekt de oorsprong van deze verwachting - die tegelijkertijd een eschatologisch karakter draagt - in de belofte aan David, 2 Sam. 7: 16: de toekomst, voor diens huis en voor het koningschap, Daaraan ontlenen ook, zegt hij, verschillende psalmen hun inhoud (o.a. 2, 21, 110). Naarmate de situatie in Israël en Juda en de regeringsuitoefening van de koningen (ook die uit het huis van David) teleurstellender werd, spraken die beloften over een heerlijke toekomst sterker áán bij hen, die het van de HERE verwachtten. "Daarom is, de messiaanse verwachting in Israël in de klassiek-profetische teleurstelling over wat het huis van David in die dagen was, maar uit de volle overtuiging dat God in de toekomst Zijn beloften waar zou maken, geboren.
Daarom is deze messiaanse verwachting meer dan restauratie van wat eens was." (105).
Het laatste hoofdstuk geeft een vertaling en verklaring van Micha 6 en 7, profetiën uit het noordelijk rijk afkomstig vóór de val van Samaria, althans volgens de auteur.

Een respectabel boek, afkomstig uit de werkplaats van de theologie. Gedragen ook door wetenschappelijke opvattingen, sommige uit de bijbel-critische hoek. Een boek met waardevolle inhoud, maar je moet het wel critisch lezen.
Ik zal me, als niet-vakman, niet wagen aan een vak-technische, beoordeling, maar wil tot slot enkele notities geven ik ben me bewust dat daarmee niet ten volle rechtgedaan is aan de inhoud:

a) Veel minder dan in het boek Micha het geval is, legt de schrijver accenten op de verbondsverhouding tussen de HERE en Zijn volk. Verwijzing naar wat Hij in de Thora, met name in Leviticus 26 en Deuteronomium 28, had geopenbaard en samengevat, treffen we nauwelijks aan. Soms is er sprake van, "deuteronomische theologie" (108), die een rol zou spelen en dat is dan niet meer dan een duiding van menselijke activiteit. Ds Vonk leerde ons in zijn boeken "De Voorzeide Leer" wel heel anders!

b) Van het optreden van Micha lezen we dat het is van “een door de Geest van God gedrevene" (9), maar ook dat sommige van zijn woorden door "Sions theologie" of "deuteronomische theologie" bepaald zijn daarmee komt de openbaring van de HERE in het boek Micha er wel zuinig af! (Vele malen wordt van "theologie"
gesproken Hals bedoeld wordt een opvatting, een geloof, ook wel een "systeem van godsdienstig denken".)

c) De valse profetie, hiervoren reeds ter sprake gekomen, peilt de auteur m.i. niet scherp genoeg.
Hij schrijft bijv. "dat ook de valse profeten doorgaans in alle oprechtheid hebben gehandeld en gesproken" en "het zou ( onjuist zijn hun indrukwekkende diep-religieuze getuigenis te ridiculiseren" (41). De ware profeten hebben “daarom ook niet de theologie van de pseudoprofeten ontkend of verworpen", maar ze hebben gesteld dat de heilsaankondiging van- hen tóen, op dàt tijdstip, niet verantwoord was. De HERE zou wel tot Zijn volk komen in genade, maar door het oordeel heen (41).
Nee, dan geeft prof. Oosterhof in zijn boek "Israëls profeten" (BBB-serie) een veel scherper onderscheiding. Hij zegt "De valse profeten waren heilspredikers op zelfgekozen gronden, maar zij weken af van de doorgaande lijn van Gods openbaring.
De ware profeten zijn ook heilspredikers geweest.
Doch zij ontsluiten het heilnvoor de mens, die zich in ootmoed buigt onder God en Zijn Woord. Maar zij verkondigen de gerichten Gods, wanneer bij de mens deze ootmoed wordt gemist" (138).

d) De messiaanse heilsverwachting is een gave van de HERE aan Zijn volk dat "zich van ganser harte toelegt op liefdevolle trouwen opmerkzame wandel met zijn God" (6 : 8) Ze wordt in dit boek echter heel anders gefundeerd. "Zij is geboren in een geestelijke crisis" (102) en met instemming volgt daarop een citaat van een collega dat "het messianisme in zijn joods-christelijke vorm (beter zou zijn: in zijn Oudtestamentische vorm) de religieuze correlatie van sociale en politieke problemen, deels in duidelijke zin een antwoord op een politieke sociale crisissituatie is".

Conclusie: een boek, dat veel biedt, met oordeel des onderscheids gebruikt kan worden.
Niet enkel van betekenis voor onze predikanten. Het is waard in bredere kring aandacht te ontvangen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief