Christelijke theologie na Auschwitz deel ll A (1)

1985-09-13
  • Jaargang 29
  • nummer 35
In 1981 publiceerde de hervormde predikant dr Hans Jansen het eerste deel van 'Christelijke theologie na Auschwitz’ dat als ondertitel meekreeg 'Theologische en kerkelijke wortels van het antisemitisme'. In dit boek liet dr. Jansen zien hoe in de loop van de geschiedenis de kerkelijke prediking maar al te vaak de haat tegen de joden heeft aangewakkerd. Dr. Jansen beperkte zich echter niet tot deveelal ontstellende - feiten. Hij ging er toe over de stelling te· poneren (die o.a. bestreden is door ds H. de Jong in Opbouw, 26ste jrg. nrs. 30 t/m 35) als zou de christelijke prediking, waar deze zich antithetisch opstelt tegenover het Jodendom, noodzakelijkerwijze resulteren in antisemitisme. Ging het in dit eerste deel van zijn werk nog voornamelijk om de opstelling van de kerk ten opzichte van de joden, in het dit voorjaar verschenen tweede deel van 'Christelijke theologie na Auschwitz' zijn de geloofsbrieven van de kerk zelf in het geding. De wortels van het antisemitisme, zo stelt dr. Jansen, steken tot in de boeken van het Nieuwe Testament.

Ziek
‘Nieuwtestamentische wortels van het antisemitisme; diagnose en therapie in geschriften van joden en christenen'. Zo luidt de ondertitel van het tweede deel van ‘Christelijke theologie na Auschwitz', waarop we ons in dit eerste artikel voornamelijk zullen concentreren.
In deze ondertitel ligt een ondubbelzinnig oordeel besloten: het Nieuwe Testament is ziek. Immers, waar een diagnose wordt gesteld, bestaat het vermoeden van een ziekte. En waar een therapie beproefd wordt, is een ziekte vastgesteld. Hoe luidt de diagnose van dr. Jansen? Het Nieuwe Testament is besmet met het virus van het anti-judaïsme (91).

Anti·judaïsme en antisemitisme
Het 'is noodzakelijk om anti-judaïsme en antisemitisme duidelijk van elkaar te onderscheiden. Onder anti-judaïsme is te verstaan het bezwaar dat men vanuit het Evangelie kan 'hebben tegen de joodse godsdienst alsmede de principiële bestrijding van onderdeden van de joodse leer op grond van de Schrift. Antisemitisme daarentegen is een term die ingeburgerd 'is geraakt om daarmee aan te duiden de haat tegen joden als zodanig.
In die zin was de. apostel Paulus een anti-judaist, "Alles (Paulus bedoelt dan zijn joodse afkomst en zijn farizese achtergrond) wat mij winst was, heb ik om Christus' wil schade geacht" (FIp. 2 : 7). Maar dat hij beslist geen antisemiet was blijkt uit zijn herhaalde verzekering, dat zijn hart blijft uitgaan naar zijn broeders, ook als zij hun leven niet zochten buiten zichzelf in Christus Jezus (zie o.a. Rom. 9 : 1-3; 10 : 1). Hoewel er dus goede gronden zijn anti-judaïsme en antisemitisme van elkaar te onderscheiden,
doet dr Jansen dit onderscheid af als ‘puur theoretisch’. In de praktijk ziet hij beide verschijnselen steeds in elkaars verlengde liggen. Anti-judaïsme beschouwt dr. Jansen als een virus, een ziektekiem en dus als een latente vorm van antisemitisme. "Laat heel de geschiedenis van het theologisch en "kerkelijk antisemitisme, zoals wij dat in het eerste deel hebben beschreven, niet duidelijk zien dat het ideologisch verweer tegen het 'judaïsme' altijd (cursief van mij - AMvL) ook impliceerde virulente haat tegen de joden?" (48). Het is tekenend dat een dergelijke pertinente onwaarheid dr. Jansen zo gemakkelijk uit de pen vloeit. Het antisemitisme kàn zich bedienen en hééft zich ook daadwerkelijk bediend van antithetische uitspraken die gangbaar zijn in de christelijke theologie of voorkomen in het Nieuwe Testament. Dat is met de stukken te bewijzen. Maar dan is er sprake van ontvreemding, en niet - zoals dr Jansen suggereert van ontlening. Want achter antisemitisme steekt altijd de boze opzet om met behulp van hun wortel afgesneden bijbelcitaten de haat tegen joden een schijn van legitimiteit te verschaffen

Het wil de schijn wekken dat het voortbouwt op het Evangelie, maar maakt er in werkelijkheid alleen maar gruwelijk misbruik van. Naar mijn mening heeft ds. De Jong de zaak zuiver gesteld toen hij bij zijn bespreking van heteerste boek van dr Jansen het antisemitisme omschreef als een verschijnsel dat 'kenmerkend is voor een afvallig christendom, dat het diepe conflict met het jodendom niet langer geestelijk beleeft dr. Jansen daarentegen ziet de kiemen van :het antisemitisme liggen in bijbelse bodem zelf: in het Nieuwe Testament, waar dat antithetisch spreekt over het Jodendom. Door deze positiekeuze komt hij heel dicht in de buurt van F. W. Marquardt, die er niet voor terugschrikt, om van christelijk anti-judaïsme als principieel verweer tegenover het Jodendom, te beweren dat dàt nu precies de 'Endlösung der Judenfrage' is! M.a.w. wie zich als christen antithetisch opstelt. tegenover het Jodendom door vast te houden aan de belijdenis dat "onder de hemeI geen andere naam aan de mensen (heidenen èn joden) gegeven is waardoor wij behouden moeten worden" (Hand. 4 : 11), die zet de eerste stap op de weg naar de liquidatie van het joodse volk. Dat is de uiterste consequentie wanneer men geen wezenlijk onderscheid meer wil zien tussen anti-judaïsme en antisemitisme.

Het mag duidelijk zijn, dat vanuit deze optiek iedere vorm van, antithetisch spreken of denken over het Jodendom in principe onder verdenking komt te staan, Wie uit diepe overtuiging verzekert dat hij zich, ondanks diepgaande bezwaren, toch sterk met het Jodendom verbonden voelt, kan deze verdenking niet wegnemen. Voor dr. Jansen is anti-judaïsme immers als zodanig een ziektekiem,een virus dat op elk onverwacht moment manifest kan worden in de vorm van antisemitisme.

Wortels
Dr. Jansen spreekt, in de ondertitel van zijn boek van 'nieuwtestamentische wortels' van het antisemitisme. Dit betekent 'dat hij in zijn oordeel over het Nieuwe Testament in feite alle terughoudendheid prijsgeeft. Hij suggereert met dit beeld namelijk een direct verband tussen (teksten uit) het Nieuwe Testament en de praktijk van de jodenhaat. Een wortel staat immers in directe verbinding met de uiteindelijke vrucht. Het was denkbaar geweest dat dr. Jansen de voorkeur had gegeven aan een beeldspraak die minder ver gaat. Wie het Nieuwe Testament een voedingsbodem noemt voor antisemitisme, Iaat in principe meer open. Aan een op zichzelf gezonde voedingsbodem kunnen immers zowel nuttige als schadelijke gewassen hun groeikracht onttrekken. Wie het Nieuwe Testament als voedingsbodem beschouwt laat tenminste nog de mogelijkheid open, dat het antisemitisme er niet uit voortkomt, maar er op parasiteert.
Hoewel dr. Jansen het beeld van de voedingsbodem regelmatig hanteert, is het toch geen toeval dat hij in de ondertitel spreekt van nieuwtestamentische wortels van het antisemitisme. Het is hem te doen om het directe verband tussen de boeken van het nieuwe verbond en de jodenhaat.
Het gif zit in de bron van het christelijk geloof zelf (87).
Vanuit deze visie is er maar een therapie mogelijk: het Nieuwe Testament zal gezuiverd moeten worden van vijandschap tegen de joden. Zijn we niet bereid om aan zo'n zuivering mee te werken, dan zal het Nieuwe Testament "een bron van antisemitisme in onze wereld blijven". Aldus luidt een uitspraak van I. Greenberg, die dr. Jansen in zijn boek bij herhaling met instemming citeert.

Vervreemding
Dit tweede deel van ‘Christelijke theologie na Auschwitz' zal zijn lezers vervreemden van het Nieuwe Testament. Wie het boek zelf doorneemt, zal op grond van de literatuur die dr. Jansen heeftverzameld heel goed tot een zelfstandig oordeel 'kunnen komen. ' Maar de omvang van het werk, twee banden met tezamen 1054 pagina's, zal zelfs geïnteresseerde lezers afhouden van een grondige bestudering, Aan een zorgvuldige afweging van de argumenten zullen velen niet toekomen. Het gevolg zal zijn, dat alleen de boodschap die dr. Jansen in dit werk propageert zal beklijven. Een boodschap die heel pregnant is samengevat in de opening van een interview met dr. Jansen zoals dat gepubliceerd is in Hervormd Nederland van 9 maart jl. Nieuwe Testament is zelf een voedingsbodem voor jodenhaat. Liggen de wortels van de jodenhaat ook in het Nieuwe Testament zelf en niet enkel in de uitleg die kerk en theologie daarvan hebben gegeven? Ta,'zegt dr Hans Jansen, Wat daar allemaal staat kunnen we na Auschwitz niet meer voor onze rekening nemen (... ) Het Nieuwe Testament zelf is medeschuldig aan de jodenvervolging. “Dat komt door zijn tegen 'het jodendom gerichte karakter, zijn anti-judaïsme, dat een vruchtbare voedingsbodem is geweest voor het antisemitisme". Een tekst die inmiddels door de uitgever in advertenties is overgenomen om de verkoop van het boek te stimuleren. Dit is inderdaad de kern van wat dr. Jansen wil betogen, zijn boodschap.
Het zijn de conclusies die hij heeft getrokken, maar dan zeer 'suggestief gepresenteerd als klinkklare feiten. Dr. Jansen laat de christelijke lezer achter met een gevoel zoals dat de zoon van een NSB’er moet bekruipen wanneer hij hoort dat zijn vader 'fout' was 'in de oorlog: er is iets met het Nieuwe Testament aan de hand. Dit gevoel zal, zo valt te vrezen, grote schade aanrichten. Het zal velen vervreemden van de bron waaruit wij leven mogen: het Woord van Hem die in Christus Jezus naar ons heeft omgezien.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief