De Groninger godgeleerden

1985-09-13
  • Jaargang 29
  • nummer 35
De Groninger godgeleerden door J. Vree J. H. Kok – Kampen

In dit academisch proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor in de godgeleerdheid, verdedigd aan de Vrije Universiteit te Amsterdam op 16 november, 1984, behandelt de auteur de geschiedenis en de opvattingen van de vriendenkring van theologen, die als de Groninger godgeleerden zijn bekend geworden.

Eén van de meest bekenden onder hen was P. Hofstede de Groot, de voorganger van ds. H. de Cock te Ulrum. Zij kenden elkaar goed van de Universiteit te Groningen, waar Hofstede de Groot intussen hoogleraar was geworden. Zij hebben in de bewogen jaren, die aan de Afscheiding van 1834 voorafgingen, een briefwisseling gevoerd over wat in hun dagen de Hervormde Kerk beroerde en stonden toen scherp tegenover' elkaar. Vree heeft deze briefwisseling in zijn dissertatie geheel opgenomen. Ik deel dit even mee om het onderwerp van deze dissertatie wat dichter bij de lezers van Opbouw te brengen. Vree zegt zelf dat de Groninger theologen o.m. belangrijk zijn omdat hun optreden zo nauw verweven is met de strijd om de belijdenis in de Nederlandse Hervormde Kerk.
En zoals we weten ging het ook in de Afscheiding om de, handhaving van de belijdenis der kerk. Vree heeft dus een belangrijk onderwerp voor zijn dissertatie gekozen. dat de nazaten van de Afscheiding en hun geestverwanten zeker zal interesseren.
Hij begint met de studententijd van de prominente Groninger theologen en schetst de invloeden, die reeds toen op hen hebben ingewerkt, zowel van buitenlanders. als, van Nederlanders, met name die van Van Heusde te Utrecht. Reeds toen ontvingen zij de impulsen, die in heel hun verder leven en optreden hebben doorgewerkt en hen tenslotte hebben gebracht tot een eigen voldragen theologie, vooral dank zij de systematicus Pareau, de meest intieme en vertrouwde medewerker van Hofstede de Groot: De volgende hoofdstukken beschrijven hoe zich dit, heeft toegedragen. Zowel de theologische ontwikkeling als het ontstaan van de hoogst merkwaardige vriendenkring en haar kerkelijke positie met name in het verloop van' de strijd om de ondertekening van de belijdenis en verder hun oo de praktijk gerichte werkzaamheden krijgen hier brede aandacht. De auteur heeft uitvoerig gebruik gemaakt van de geschreven en de gedrukte bronnen en zag zich daarom genoodzaakt zijn studie te beperken en niet verder te ' gaan dan ongeveer 1843, toen de Groningers het toppunt van hun populariteit en een (kerkelijk) veilige positie hadden bereikt.
De historische opzet van dr. Vree's studie, die dus meer is dan een brede schets van de theologie van de Groninger' vrienden, hoewel de volle aandacht voor hun theologie niet ontbreekt, geeft aan zijn dissertatie een levendig karakter en een eigen bekoring. De auteur heeft zeer nauwgezet gewerkt. Zijn uitgave kon dan ook het licht zien met steun van de Nederlandse organisatie voor zuiver wetenschappelijk onderzoek.

Het laatste zesde hoofdstuk geeft in het kort nog eens aan de eigenaardigheid der Groningse godgeleerden en een beoordeling van hun theologie. Met de vaststelling dat, de Groningers hun aandacht vooral op het subject, de theoloog en de gemeente, en niet op het object, de theologie, hebben gericht, is het belangrijkste kenmerk van hun denken en streven wel onder woorden gebracht, schrijft, de auteur, pag. 330. Dat lag in de aard van hun theologie, die de opvoeding van het menselijke geslacht als eigenlijk thema had - zulks door de overheersende invloed van de "christenhumanist" Van Heusde. Maar dat neemt niet weg dat zij jaren hebben geworsteld - in onvrede met· de toen heersende supranaturalistische theologie - om inzicht te krijgen iri de wijze waarop en in het uitgangspunt, van waaruit de theologie naar hun mening diende .vernieuwd te worden. Met grote inspanning en ijver hebben zij, geworsteld om zulk een - wel op de praktijk gerichte - theologie te ontwerpen en gestalte, te, geven. De. strijd over de vraag of men spreken moet over Groninger theologen of over de Groningse theologie of ook school, is daarom m.i. fictief, hoezeer Hofstede de Groot zelf tegen het laatste heeft getoornd.
In zijn beoordeling van het uiteindelijk vastgelegde systeem der Groningers spreekt, Vree allereerst zijn waardering uit, om daarna te wijzen op wat hij noemt de zwakheden van ,het systeem en de bezwaren, die er tegen zijn in te brengen. Nu kan men zeker waardering hebben voor een systeem als systeem; vanwege de consequente doorvoering van een bepaalde grondgedachte, .maar dit zegt nog niets over de inhoud van het systeem. Het systeem zelf is van humanistische strekking en als zodanig in strijd met het wezen van het christendom, om een in dit boek vaak aangehaalde uitdrukking te gebruiken. Het gaat niet aan om hier te spreken van de zwakheden van het systeem en daaronder te schrijven dat de Groningers te weinig aandacht hebben besteed aan de Schrift als geschrift. Zij hebben de Schrift op het kardinale punt misverstaan: spreekt zij in haar diepste strekking over de zedelijke opvoeding van de mensheid of over de redding van zondaren uit zonde en dood door het verzoenend lijden en sterven van de Christus, Gods eniggeboren
Zoon, die is overgeleverd om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging, Rom. 4: 25? De Groningers hebben te weinig aandacht besteed aan de Schrift als geschrift, schrijft Vree op pag. 336; als een historisch bepaalde maatstaf, een historisch feit, voegt hij er enigszins raadselachtig aan toe. Maar de zaak ligt toch dieper en daar had Vree meer aandacht aan moeten: geven. De Groningers voelden zich met hun theologische werkzaamheid in het slop en deden toen hun grote 'ontdekking', zo deelt Vree op pag. 88 omstandig, mee. Ik citeer hem even: Eén van de vrienden zegt: 'Het is mij gisteren volkomen duidelijk geworden, dat eigenlijk de historie hoofdzaak is in het Christendom en alles neerkomt op hetgeen God in en door Jezus Christus heeft gedaan en nog doet' - 'Gij meent hernam de tweede, op de openbaring van God in Jezus Christus komt alles aan, zo drukt Paulus het uit; voor een veertien dagen zag ik, dat wij met onze Theologie daarheen moeten - 'Ik konde', zei de derde voor een dag of vier niet voort met mijn collegie, totdat, het mij als een licht opging: niet een leer van Paulus of Jezus moeten wij prediken, maar het Evangelie, dat is de blijde boodschap van een historie" van 't geen God ons openbaart en schenkt in zijnen Zoon.
Het springt in het oog, dat de vrienden hier rijkelijk vaag zijn en dat niet duidelijk wordt gesteld wat openbaring nu eigenlijk is en waaruit wij haar kennen.
M.a.w. de verhouding tussen Christus en de Schrift blijft hier in de mist, zoals trouwens in heel hun verdere theologische arbeid, Zij hadden niet slechts te weinig aandacht voor de Schrift, maar kenden haar principieel niet de betekenis toe, die zij verdient, want wij kennen Christus' toch niet anders dan uit de Schrift. Wel hebben de Groningers als Hofstede de Groot de historische betrouwbaarheid van ' de Evangeliën nooit in twijfel getrokken - daarop wijst Vree ergens duidelijk - maar de onmisbaarheid van de Evangeliën - trouwens altijd nog slechts een deel van de Schrift - voor de kennis van Christus hebben zij wel ontkend; zeker heeft De Groot dat gedaan, vgl. pag. 194: Het geloofsfundament is de historische verschijning van Jezus Christus. En deze "blijft
vaststaan, ook al vervalt de Schrift. Immers dan bewijst het bestaan der christelijke kerk dat eens deze Goddelijke Jezus, Christus voor ons geleefd heeft".
Ja, het nieuwe leven; door Jezus Christus aanvankelijk alleen in zijn discipelen gewekt, zet zich echter ook voort in de ruimte en in de tijd, schrijft Vree en hij verklaart daaruit hun grote belangstelling voor de kerk en haar geschiedenis, pag. 335. Maar die belangstelling is toch maar discutabel. En het openbaringsgehalte ervan - stel dat daarvan zou gesproken kunnen worden - is door hen wel zeer slecht gehonoreerd. Want door alle dogmata der universele christelijke kerk halen zij een streep: door dat van de drie-eenheden der christologie, alsmede door' de belijdenis der Reformatorische kerken over de zonde, de particuliere genade enz. Bij de beoordeling van het systeem der Groningers had dit alles duidelijk naar voren moeten worden gebracht en verdisconteerd.

Het boek is, zoals we van Kok gewend zijn, keurig. uitgegeven. De prijs bedraagt f 65,-.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief