Man en vrouw naar Gods beeld

1985-09-13
  • Jaargang 29
  • nummer 35
Dr J. Hoek, Man en vrouw naar Gods beeld (126 blz.)

Kok te Kampen brengt een "Reformatie reeks" in de handel, bedoeld als "toerusting van gemeenteleden". De redactie vim deze reeks heeft het voornemen "jaarlijks enige boeken te laten verschijnen over thema's die actueel zijn en vanuit het Reformatorisch belijden om bezinning vragen. Daarbij denkt (zij)" niet aan theologisch-wetenschappelijke verhandelingen, maar aan bijbels verantwoorde boeken, gericht op ieder geïnteresseerd gemeentelid" . In redactie en medewerkers van deze reeks herkennen we de Gereformeerde Bond in de Ned. Hervormde kerk. Wat nu voor ons ligt is het 12e deel. De schrijver ervan is Ned. Herv. predikant te Veenendaal. Zijn oorspronkelijk bedoelen was, zo zegt hij, het onderwerp "Relaties en de Bijbel" te behandelen en dit samen met zijn vrouw te doen. Het bleek echter dat de stof zó omvangrijk was, dat ze in twee delen uiteen moest vallen; op het thans te bespreken boek komt derhalve een vervolg onder de titel "Man en vrouw" en mevrouw Hoek werkt aan beide delen - zij het op de achtergrond - mee. Het is een actuele problematiek, die ter hand is' genomen en de onderwerpen, die in discussie komen, ontmoeten we allemaal. We lezen van ontwikkelingen, die na de oorlog het leven (huwelijk, relaties) hebben aangetast en de schrijver concludeert dat , de moderne opvattingen op dit terrein als "krachten van dwaling" pogen de gemeente Gods te verleiden: De oproep "maar hetgeen gij hebt, houdt dat, totdat Ik zal komen" (Openb. 2: 25) klinkt dan ook door het gehele boek heen.
Tweederde deel van het werk is gewijd aan wat je dé fundamentele problematiek' zou kunnen noemen: die van schepping, zonde, verzoening en voltooiing en dat alles met betrekking tot de man-vrouw verhouding in het huwelijk, We krijgen daarover duidelijk onderwijs uit de Schriften én vanuit normen, die voor het christelijk leven gelden. Het behandelde is ook in:vele andere boeken te vinden, maar het is hier nog eens allemaal duidelijk voor ons op een rijtje gezet. Toch zet je hier en daar wel eens een vraagteken. Zo bijv. bij hoofdstuk 3 ("Overschaduwd door de zonde") waar meningen van 'vele theologen weergegeven worden over die onderlinge verhoudingen, zoals ze door de zondeval misgegaan zijn en ontwrichtend werken. 'Dat komt het, leesbaar zijn van het boek (voor eenvoudige gemeenteleden) m.i. niet ten goede en je vraagt je af of het ook wel zo nodig is vele, "meningen" weer te geven. Als je aangekomen. bent bij het laatste (derde) deel, waar praktische levensvragen aan bod komen, bemerk je dat de tekst opeens veel meer aanspreekt.
Dat ligt wel in de aard van de zaak. Het boek loopt als het ware uit op een antwoord op de vragen van de dag. De desbetreffende hoofdstukken handelen over “Seksualiteit tussen verdringing en verzelfstandiging” en "Enkele actuele vragen in Bijbels licht" en daar komen allerlei soorten relaties ter sprake, zo ook echtscheiding, samenwonen, e.d. Tegenover harde feiten, die vanuit de samenleving op ons af komen moeten en mogen we de duidelijkheid van Gods wil stellen. Denk je bij de eerste gedeelten van het boek wel eens schiet nu toch eens wat op, bij dit laatste deel heb je de neiging te zeggen: niet zo vlug, werk dit en dat eens wat verder uit. Voorlichting als hier gegeven wordt, hebben we broodnodig. En dan als licht, vanuit de Schriften, want het Woord van onze God spreekt ook over de problemen van deze tijd en geeft uitzicht daarin. Maar, en dat is mijn laatste opmerking, dan moeten we ook na ernstig onderzoek van en luisteren naar dat Woord, durven zeggen zó en 'zó wil de HERE.

Onze God is altijd duidelijk geweest: dit wél, dat niet. "Geef Mij uw hart", nou en dat is toch óverduidelijk? Jammer dat de schrijver, ondanks vele en goede verwijzingen naar Schriftplaatsen, niet verder komt dan "Bijbelse richtlijnen" en "schriftuurlijke grenzen" (blz. 117). Zeker, beide zijn nodig, maar we mogen toch nog verder gaan en opmerken hoe bijv. de apostelen veel adstrueren met de liefde van Christus, die ons dringt (2 Kor. 5 : 14 e.v.). In het boek kom je dat als ondertoon beslist tegen, maar je zoudt wensen dat de toonhoogte dáárop meer afgestemd was. Dan heb -je ’t niet meer over "Ik vind... ", "ik denk...", "ja maar...", maar dan buig je het hoofd (en het leven) voor Hem,die ons verlost van alle ongerechtigheid (Tit. 2: 14).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief