Een andere tamboer
1985-09-20
"Als een man niet in de pas loopt met zijn metgezellen, komt dat misschien omdat hij een andère tamboer hoort. Laat hem lopen in de maat die hij hoort, hoe ongelijk en hoe ver weg ook."- Jaargang 29
- nummer 36
Dat is het motto aan het begin van de nieuwste roman van Hellema: "Een andere tamboer" .
Het boek is al meer dan vier maanden in mijn bezit, ik heb het direct gelezen nadat ik het gekocht had, maar aan een bespreking in Opbouw kwam ik niet toe. En eigenlijk vind ik dat ik nu te laat ben. Maar vooruit, ik ga er toch nog maar iets van zeggen. En dan wil ik direct maar bekennen dat ik een beetje met dit boek verlegen ben: het viel me tegen, en dat zal ook wel de reden zijn waarom ik de bespreking ervan steeds maar weer uitgesteld heb. Natuurlijk schrijft iemand als Hellema geen werk.
dat ver onder de maat ligt, maar mijns inziens háált deze roman het niet bij zijn vorige boek: Joab. Dát kon ik van harte aanbevelen, dat is een bijzonder interessant werk (en diverse scholieren zijn dat inmiddels met mij eens), maar "Een andere tamboer" beantwoordde niet aan mijn (te hoge?) verwachtingen. Hoe komt dat nu?
Het ligt niet aan het onderwerp, dat is interessant genoeg. Ook het voorwoord is intrigerend, het past helemaal bij het onderwerp Oorlog en Bevrijding waar ik mee bezig ben geweest. Kortweg komt het hierop neer: In Buchenwald is een Britse geheime agent van de dood gered, doordat iemand anders, die al op sterven lag, de dodelijke injectie kreeg toegediend die voor de geheime agent bedoeld was: De man die zó de oorlog overleefde, heeft dit nooit goed kunnen verwerken: hij heeft nooit 'de verbinding met het leven kunnen herstellen; hij is steeds gekweld door de gedachte dat hij ten onrechte nog leefde, dat hij leefde op kosten van een ander. Hij stierf, achttien jaar na de bevrijding, eenzaam op een hotelkamer.
"Een andere tamboer" gaat ook over een man die verschrikkelijke ervaringen achter de rug heeft.
Hij is op een zakenreis en wat hij in de concentratiekampen beleefd heeft, komt telkens weer boven. Ook hij tobt met de vraag of zijn leven een speciale zin heeft gekregen doordat iemand anders in zijn plaats is gestorven: "Plaatsvervangend sterven, dacht hij, dat bestaat. Je moet er natuurlijk wel van overtuigd zijn dat het zin heeft, dat het een plaats heeft binnen een zinvolle schepping. Misschien behoort het
tot die dingen die een zin aan de schepping geven? Zingevend sterven? Als dat bestaat, ontleende zijn leven dan zijn zin aan de dood van die ander?"
De hoofdpersoon zit ook met die andere, bekende vraag: 'Wie bén ik eigenlijk? Al die mensen die hij heeft zien sterven, creperen, die !hij heeft zien afmaken, ze zijn steeds op de. achtergrond van zijn denken aanwezig. En zo zoekt hij zijn weg door het leven. Zo zoekt hij ook, in zijn supersnelle luxueuze Porsche, de weg door de bergen. En daarbij komt hij in een heel vreemde situatie terecht. Via een·weg waarover je volgens iedereen niet kunt rijden, bereikt hij een dorp waar hij met grote achterdocht wordt ontvangen. En daarna 'krijgen we een weergave van allerlei gesprekken waarin, de genoemde hoofdmotieven telkens weer doorklinken: de dood van anderen, de zin van het leven en de vraag naar eigen 'identiteit. Onvermijdelijk komt dan ook het onderwerp van de verantwoordelijkheid ter sprake. Ik citeer:
"De liefde van God betekent niet dat hij ons vergeeft.' Hoe zou hij, als wij een 'van zijn schepselen hebben gedood? Maar de liefde van God betekent dat hij ons niet verwerpt. Want hoe zou hij, als hij van ons verlangt dat wij onze eigen verantwoordelijkheid dragen? God zwijgt. Het komt dus op ons zelf aan. Hij grijpt niet in, dat is zijn rechtvaardigheid.De mens is vrij om te kiezen tussen goed en kwaad.Hij is niet vrij om niet te kiezen. En God wacht op onze keus."
Het probleem wordt concreet' door wat even verder staat:
"In de ondergrondse, in volle oorlog, schept de twijfel een ondraaglijk vermoeden en dat wettigt de liquidatie van een verdachte zelfs tot de prijs van een vergissing omdat de gevolgen niet te overzien zijn als hij wel schuldig is."
Daartussendoor wordt een ander probleem heel scherp getekend met de volgende woorden:
"Hoe kunt u beweren dat u onschuldig bent, u, een jood? Een reiziger, een vreemdeling die nergens thuis hoort? Ik stel vast dat u schuldig bent. Ik had trouwens al eerder vastgesteld. dat u een jood bent. De zaak is dus rond."
In het derde deel van het boek, Terugreis, komt de hoofdpersoon in contact met een rooms-katholieke priester en hij denkt aan de paus, Pius XX,: "die in ontelbare redevoeringen, preken en brieven niet één enkele keer gewaghad gemaakt van het volk waaruit Hij geboren was wiens plaatsbekleder op aarde hij heette tezijn en dat bij zijn wetende geweten door razende Teutonen werd uitgemoord."
Natuurlijk ben ik op een te betreuren manier onvolledig in mijn weergave 'Van de inhoud van dit boek. Maar ik moet wel. Laat ik volstaan met te zeggen dat de vraag naar de Identiteit niet beantwoord wordt. In feite is. er ook geen oplossing voor de andere problemen die aan de orde komen. De hoofdpersoon vertolkt zijn gevoelens, zijn houding tegen het einde als volgt:
"Wie om zijn ras vervolgd wordt, is eenzaam als 'in het uur van zijn dood want elk uur kan zijn dood zijn. Vlucht, overgave, onderwerping, bekering, ze zijn bij voorbaat uitgesloten. Het is de absolute vervolging."
Toch verhindert hem dit gevoel van vervolgde te zijn niet, zich verantwoordelijk te weten voor zijn medemensen. De priester heeft zijn sympathie gewonnen. Als hij de priester moet toevertrouwen aan een andere chauffeur, zijn zijn afscheidswoorden: "Rij voorzichtig."
Nu moet ik terug naar de vraag: waarom kan ik over dit boek niet zo positief spreken als over het vorige, Joab? Nog eens: aan het onderwerp ligt het niet. Het ligt aan de verwerking daarvan. Er wordt te veel gepraat in het boek, en er gebeurt te weinig. Het lezen en verwerken van de gesprekken is een vermoeiende zaak en ik vermoed dat veel lezers, vooral jongeren, daardoor afgeschrikt zullen worden. Een verhaal of een roman boeit het meest doordat er daden van mensen 'in beschreven worden. Die daden zijn de realisering van ideeën. Ik kan het 'ook zo zeggen: het verhaal werkt meer uit dan het betoog. Het verhaal is trouwens ook bij uitstek: literatuur! Het betoog hoort bij een heel andere categorie. Ik heb meer bezwaren: het toeval speelt wel een erg grote rol in dit boek; de tocht over de berg is op zijn minst onwaarschijnlijk dat het geheel daardoor aan geloofwaardigheid verliest. Ik ben ook enkele storende zwakke plaatsen tegengekomen. Zo wordt in het boek alles verteld vanuit de hoofdpersoon Lasser; daarbij past niet een zin als: Alfonso probeerde een luchtige toon aan te slaan (blz. 99). Tenslotte: de beschrijvingen van seksuele ervaringen onderstrepen weliswaar de eenzaamheid van de hoofdpersoon, zijn nood en zijn isolement, maar mij stoten ze af, en ik denk dat meer lezers zo zullen reageren. Ook daardoor verliest het boek aan kracht.
Het is jammer dat ik dit werk niet met meer overtuiging kan aanbevelen. Ik heb respect voor de schrijver, ik sta huiverend voor de afgronden die hij ons laat zien en waarmee hij waarschijnlijk zélf te maken heeft gehad, maar de eerlijkheid tegenover de lezers van Opbouw gebiedt mij een kritische houding aan te nemen.