De heilige maskerade

1986-06-06
  • Jaargang 30
  • nummer 23

INLEIDING
Het is voor de boze vijand een erezaak ons van het geloof in Christus af te trekken. Er zijn helaas heel wat wegen waarlangs hij ten aanval kan optrekken. Zo kan hij trachten ons besef van zonde en schuld te ondermijnen, Slaagt hij daarin, dan zullen we immers een heilige begeerte hoe langer hoe meer gaan missen: de begeerte om de vergeving van de zonden en de gerechtigheid in Christus te zoeken (Zondag 44, Vr. / Antw. 115). En dan verdwijnt Christus zèlf naar de achtergrond van ons leven. Hij wordt zoiets als het oude familieportret, dat we niet wegdoen - o neen! - maar dat we bewaren op de z o l d e r van ons levenshuis. Maar hoe komt nu die ondermijning. van het echte zondebesef tot stand? Daarover zou heel veel te zeggen zijn: Het lijkt. me niet slecht om op enkele van dieaanvalswegen en aanvalswijzen van de vijand {en van ons eigen vlees!) wat nader in te gaan. Zonder dat we ook maar een schijn van volledigheid zullen bereiken. De eerste “weg" is al aangeduid door de titel van dit artikeltje: De heilige maskerade.

De z e d el ij k e mantel van de geldzucht
"Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht", zegt Paulus (1 Tim. 6 :'10). Dat behoefde Paulus niet uit te vinden. Dat had hij om zo te zeggen aan den lijve ondervonden. In Philippi bijvoorbeeld. Daar had Paulus een dienstmeisje verlost van een waarzeggende geest. Maar haar eigenaars namen het niet; dat hun kans op voordeel zomaar verdween. Zij sleepten Paulus en Silas naar de overheid en zorgden ervoor, dat zij in de gevangenis kwamen. De geldzucht dreef hen tot een grote aanval op de predikers van het evangelie en op het Koninkrijk van God. En die aanval had wat hèn betreft ook maar dódelijk moeten zijn.
Maar dan treft ons toch iets eigenaardigs. De "wortel geldzucht" komt in het hele stuk niet voor! Die geldzucht Is eerst eens naar haar eigen garderobe gegaan en heeft een passend gelegenheidsgewaad gekozen en aangetrokken. Zij heeft zich recht stichtelijk verkleed. Want hoe luidt de beschuldiging?
"Deze mensen brengen onze stad in rep en roer, daar zij Joden zijn, en zij verkondigen zeden; die wij als Romeinen niet mogen aanvaarden of volgen"
(Hand. 16: 20 v.). De beschuldigers ontpoppen zich als verdedigers van de openbare zedelijkheid en maken daarmee aanspraak op het diepe respect van allen! Philippi was een romeinse kolonie (Hand. 16: 12).
De bevolking bestond niet uit Macedoniërs maar uit Romeinen: soldaten en oud-soldaten.
De zeden, gewoonten en wetten waarnaar men leefde, waren niet de macedonische maar de romeinse. Het romeinse burgerschap, de romeinse zeden, de romeinse wetten! En daar waren ze knap trots op ook. Burgers van de wereldhoofdstad Rome! Paulus maakt daar nog gebruik van als hij in zijn brief aan de Philippenzen zegt "Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen (Phil. 3:20). Die romeinse kolonisten begrepen aanstonds wat Paulus bedoelde! En wij begrijpen intussen heelgoed, hoe knap en slim. de eigenaars van het dienstmeisje hun beschuldiging tegen Paulus hebben ingekleed. De geldzucht heeft zich gekleed in een passend gewaad. Heilige maskerade!
Nu zult misschien zeggen dat dit alles hoorde tot de verkooptechniek. Met geldzucht win je de aandacht en de achting niet. Met zedelijkheid wèl.
Vandáár! Dat is wel juist maar niet helemáál juist. Ik denk, dat de eigenaars niet alleen: de anderen met hun hoog zedelijk peil hebben bedrogen, maar ook zichzèlf. Een mens wil tenslotte ook zichzèlf hoogachten.
En als je dan zo in vervoering raakt op het stuk van de romeinse zedelijkheid, dan ga je tenslotte ook met ontroering naar jezèlf luisteren. En dan geloof je maar al te graag van jezelf, dat het geld niet het hoogste is - natuurlijk niet!
maar dat je in brand staat voor de goede zeden!

De g o d s d i e n s t i g e mantel van de geldzucht
Ook in Efeze is het gebeurd, dat de geldzucht haar garderobe inspecteerde en een gewaad koos uit het rijke voorraad. Weer een ander gewaad dan in Philippi. Nòg mooier. Een godsdienstig gewaad!
Als je dat leest in Hand. 19:21-40, dan kun je af en toe een glimlach nauwelijks onderdrukken. Paulus’ prediking bewerkt, dat de zilveren Dianatempeltjes niet meer zo goed van de hand gaan als tevoren. De belangstelling voor deze amuletsouvenirs en souveniramuletten neemt af naarmate het ware geloof in Christus toeneemt.
Dan komt er een flink rel onder leiding van Demetrius, de zilversmid!
Lucas noemt in vers 24 - hoe argwanend toch! -uitsluitend de geldelijke voordelen die nu aan het verdwijnen zijn. Demetrius noemt in vers 25 v. niet alléén de derving van inkomsten, maar óók het eerverlies van de grote godin wier naam immers aan de tempeltjes verbonden is. Maar in de volgende grote volksopwinding gaat het in hei geheel niet meer om de verdiensten van de zilversmeden, maar om de eer van Diana de grote godin! Zie maar de inleidende “call" in vers 28 en de twee uren durende Diana-roep in vers 34. Een fraaie verglijding van het motief! Het deed me denken aan een mopje dat in de hoogtijdagen van Stalin verteld werd. Een straat in Rusland heette eerst Leninstraat, toen Lenin- en Stalinstraat en tenslotte alleen nog maar Stalinstraat! Verglijding van de motieven!
De geldzucht stond aan de start. Maar die geldzucht was voor Demetrius een heel slecht verkoopmiddel, al durft hij er onder zijn eigen vakgenoten nog wel over te praten. Een ander, veelheiliger motief komt daarnáást naar boven: de eer van de godin. En dat motief is uiteraard het blijvende en het winnende motief!
Toch heeft Paulus gelijk, als hij de geldzucht de wortel van alle kwaad noemt en blijft noemen.
Toch moeten we ook hier naar mijn overtuiging niet denken, dat het bij Demetrius en zijn vakgenoten all één maar een zaak was van verkooptechniek.
Natuurlijk is het zo wèl begonnen. Maar als je toch twee uur de eer van je godin verhoogt, dan ben je helemaal vervoerd en ontroerd en meegezogen in die explosie van heilige godsdienstigheid.
Dan “weet" je heel vast en heel zeker, dat het je natuurlijk niet om dat platte geld te doen is, maar dat hogere en heiligere motieven je geest beheersen: Al dat godsdienstige geroep maakt je dronken. Het sleept je mee. En een mens wil toch eigenlijk ook zo graag van zichzèlf geloven, dat niet de lagere instincten hem drijven – o, neen! – maar dat hogere en heiligere drijfveren hem in beweging zetten. Een echt bekwame bedrieger bedriegt ook zichzèlf! In die heilige maskerade!

Niet slechts onder de heidenen!
De drang tot die heilige maskerade is bij de boze vijand zeer geliefd. Hij houdt er van. Wie anderen en zichzelf op deze wijze bedriegt behoeft zich immers niet meer te generen. En hij behoeft zich ook niet te bekeren.
Wandelt hij immers niet in de sfeer van zedelijkheid, recht en godsdienst? En gaat het hem immers niet om al deze hoogheiligheden?
Schijnbaar is het ook vandaag in geen enkele actie om het blote geld te doen! Neen, het gaat om het behoud van verworven rèchten. En alle vakbondsleiders zijn edele verdedigers van recht en zede! Als je uren achtereen demonstreert en roept geloof je ook allerheiligst, dat het allemaal zo is. Net als de Efeziërs! Je behoeft je niet te schamen. Je behoeft je niet te generen. Je behoeft je niet te bekeren.
Maar we moeten vooral niet denken, dat de heilige maskerade buiten de kerk blijft staan!
Satan vindt die maskerade zo fijn, dat hij die altijd weer wil importeren in het leven van de gelovigen. Het is mooi, als "de eer van Diana" een motto wordt. dat de geldbegeerte helemaal onzichtbaar maakt.
Maar het is voor satan een opperste vreugde, als de eer van Christus zèlf een motto wordt, dat allerlei zonden onzichtbaar maakt. Het is voor hem geweldig fijn, als de gelóvigen gaan menen, dat ze zich niet behoeven te generen en dat ze zich niet behoeven te bekeren!
Ik heb het wel eens meegemaakt dat er in een erfeniszaak grote ruzie ontstond tussen de (tweede) vrouw van de overledene en de kinderen uit zijn eerste huwelijk. Blijkbaar was het allemaal niet zo best en niet zo duidelijk geregeld.
Maar het is ook mogelijk, dat geen enkele goede regeling meer hielp. Toen werd me gezegd, dat het natuurlijk niet ging om het geld - o, natuurlijk niet! – maar om het rècht! Men wilde vaders bedoeling, die een ieder voor zich haarfijn wist te beschrijven, eerbiedigen en méér niet! Toen heb ik gezegd, dat ik blij was, dat het niet om het geld maar om het recht ging, omdat het tot de onvervreemdbare christelijke rechten van de kinderen behoorde om wat centen te laten vallen. Ik mocht hun aanzeggen, dat de Here dat stellig nimmer aan hen zou verwijten. Maar terstond was ik een misleidende herder en een leraar die maar weer in de leerlingenbanken moest aanschikken om alle lessen nog eens over te doen! Een binnenkerkelijke heilige maskerade!

Succes van satan
Wat is het een feest voor de boze vijand, als ook in de kerk, ook onder de gelovigen, die heilige maskerade opdringt. Als dáár "de eer van Christus" hetzelfde wordt als "de eer van Diana” in Efeze! Als dáár het hoog-heilige een schitterende en stichtelijke mantel wordt, die het vuile lichaam van kwade begeerte bedekt. Als dáár mensen gaan denken, dat ze zich niet behoeven te schamen, te generen, te bekeren. Dan overwint de zonde. Terwijl de goede begeerte om de vergeving der zonden en de gerechtigheid in Christus te zoeken kwijnt. Dan valt de kerk aan de wereld ten prooi. Hoogheilige woorden en uitdrukkingen staan erbij als de hoge muurresten van een vervallen kerkruïne. Christus wordt de afwezige, terwijl Hij nog wél wordt genoemd. Het gruwelijke kwaad, van de heilige maskerade!

Doorgrond mij, o God en ken mijn hart,
toets mij en ken mijn gedachten!
Zie, of bij mij een heilloze weg is, en leid mij op de eeuwige weg! (Ps. 139 : 23 v.)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief