‘We jagen geen aardse paradijzen na’
2011-06-10
Als Schuurman de jaren die achter hem liggen overziet, is hij vooral onder de indruk van de technologische veranderingen. ‘Toen ik begon als senator stond alles op papier en werkten we op schrijfmachines.- Jaargang 55
- nummer 12
Nu staat er binnenkort helemaal niets meer op papier. De hele Eerste Kamer gaat over op de iPad.’
‘Toen we 1992 overgingen op de computer gaf dat wel wat weerstand bij de “oude mannen”. Ik wilde wel, maar moet ook zeggen, dat ik hoor bij de generatie die de kleinkinderen belt als de computer
vastloopt.’
Generatiekloof
Sprekend over de generaties ziet Schuurman een serieus gevaar: jongeren en ouderen dreigen twee gescheiden werelden te worden. ‘De ouderen kunnen erg onder de indruk zijn van de technische kennis van de jongeren, en terecht, want ze zijn creatief en inventief.
Maar de oudere generatie heeft niet in de gaten dat zij ook iets speciaals heeft: ervaringskennis, ervaringswijsheid.
Je ziet nu dat het langs elkaar gaat lopen. Dat zie je in de kerk, dat zie je in de politiek.’ Schuurman ziet ook met lede ogen dat er steeds minder mensen zijn die van veel dingen verstand hebben. Hij studeerde zelf weg- en waterbouw aan de HTS en de TU en daarna filosofie aan de VU, waarin hij ook promoveerde.
‘Nu – en dat zal in de toekomst nog sterker worden -- heeft iedereen één studie. Het specialistendom is aan het toenemen en de generalisten verdwijnen.
Als je in de Bijbel de spreuken van Salomo leest, dan hoor je dat zijn vader hem de geschiedenis heeft bijgebracht.
Die overdracht is bij de jongere generatie, door informatietechnologie en het specialistendom, aan het verdwijnen.' Schuurman verwijt de vutters van deze tijd, dat ze zich te veel terugtrekken uit de samenleving: ' Ze willen soms zelfs geen ouderling in de kerk meer zijn. Ik maak me daar wel zorgen over. De ver- bindingen tussen de generaties, tussen de generalisten en de specialisten gaan spannen. Zo raken we heel veel wijsheid en inzicht kwijt.’
Dienstbaar
Gevraagd naar de belangrijkste momenten in zijn politieke carrière noemt Schuurman er twee. De eerste is de fusie tussen GPV en RPF in de ChristenUnie in 2000. ‘Dat vind ik een geweldige winst. Het tweede hoogtepunt was dat we in 2007 met André Rouvoet de stap maakten naar het kabinet. Je bent er in de politiek toch om iets te bereiken. Niet de macht om de macht, maar macht die dienstbaar is. Ik herkende ons eigen geluid in het coalitieakkoord.
Het was toen ook meteen afgelopen met verwijten over de CU als een partij die altijd aan de kant staat.’ De CU heeft de laatste verkiezingen zetels verloren. In de Tweede Kamer zakte de partij van zes naar vijf zetels.
Straf voor kabinetsdeelname? Schuurman is er niet van ondersteboven. ‘We hebben wel vaker zetels verloren en later weer gewonnen terwijl we géén deel uitmaakten van een kabinet.’ Achteraf vindt Schuurman wel, dat Rouvoet nooit zelf minister had moeten worden in het kabinet, maar als politiek leider in de Tweede Kamer had moeten blijven. ‘Balkenende wilde Wouter Bos perse mee hebben en Wouter Bos wilde André beslist mee hebben. André wilde zelf aanvankelijk ook niet. We hebben het toch gedaan en daar dragen we met z’n allen de verantwoordelijkheid voor, maar het is niet goed geweest. Ik heb er daarna wel voor gepleit binnen de CU om Arie Slob zo snel mogelijk politiek leider te maken. Maar daar kreeg ik de partij niet in mee.’ André Rouvoet heeft volgens Schuurman wel een zwaar stempel gezet op de partij: ‘Hij is kien, integer en ad rem, een echte stemmentrekker. Ik hoor, nu hij weg is, mensen zeggen: wat jammer, ik stemde altijd André Rouvoet. Hij heeft ons meegenomen in de vaart der volkeren.’
Van misdaad naar weldaad
Het dieptepunt voor Schuurman was het tot stand komen van de wet die euthanasie legaliseerde in 2001. Toen werd het van een misdaad een weldaad.
Overigens ziet de scheidende senator onder christenen veel misverstand rond de vraag wat nu wel en wat geen euthanasie is. ‘Ook christenen moeten als het gaat om medisch handelen van ophouden weten. Euthanasie noem ik het als betrokkenen om de tafel gaan zitten om een tijdstip te bepalen, waarop een leven beëindigd wordt, van iemand die misschien nog wel een half jaar of een jaar had kunnen leven. Dat was vroeger een criminele daad, waarvoor je vervolgd werd.’ Schuurman herinnert zich, dat bij zijn bijdrage aan het debat de zaal tot de laatste stoel bezet was. Er omstond commotie toen hij Duitse politici die problemen hadden met euthanasie aanhaalde. Men verweet hem toen tegenstanders voor Nazi's uit te maken.
Volgens Schuurman een misverstand: 'Als ik werkelijk had gevonden, dat voorstanders van euthanasie nazi’s zijn, had ik me er ook nooit bij neergelegd dat de euthanasiewet werd aangenomen.
Dan was ik blijven vechten.’ Wat Schuurman ook veel moeite gaf waren de bedankjes van geestverwanten voor zijn strijd tegen de euthanasiewet.
'Ze kwamen met flessen wijn en bloemstukken zo groot als kerstbomen.
’t Was tegen Pasen! Dat vond ik een pijnlijke ervaring. Ze hadden het best bij woorden kunnen laten. Ik geloof niet dat ik die mensen bedankt heb.
Dan moet je er het zwijgen maar toe doen’.
Hand van God
Schuurman meent dat we de ‘vette jaren’ achter de rug hebben: ‘De westerse cultuur kan niet op dezelfde voet doorgaan. We hebben een enorme schuldencrisis en dat zal leiden tot een forse ontwaarding van ons geld en onze bezittingen. De oorzaak kan best zijn dat wij principes van internationale gerechtigheid niet hoog hebben gehouden.
Nu keert de wal het schip en daar zie ik toch wel Gods hand in. Tot hiertoe en niet verder.’ Schuurman weet ook wel hoe dat komt: ‘Wij denken altijd in termen van produceren. Maar van Salomo kunnen we leren om het te hebben over oogsten. Produceren is: dat maak ik wel even. Maar eerst wordt ons iets gegeven.’ Schuurman houdt zichzelf en zijn geloofsgenoten niet buiten schot als hij benoemt wat er mis is in de cultuur: ‘Christenen moeten zich bij alle crises die zich voordoen mee schuldig weten.
Wij zijn geen haar beter dan al die mensen waar wij ons zorgen over maken. In Afrika bijvoorbeeld hebben we het politieke kolonialisme vervangen door economisch kolonialisme.
Dat betekende armoede en uitbuiting voor die mensen. Om van de ongecontroleerde wapenhandel met Afrikaanse regimes nog maar te zwijgen. Het gevolg is, dat een massa Afrikanen z’n heil hier in Europa komt zoeken.’
Navelstaarderij
Over het huidige kabinet heeft Schuurman niet veel goeds te melden. ‘Neem nu het vreemdelingenbeleid. Dit kabinet wil dingen die wij beslist niet willen.
Minister Leers van vreemdelingenzaken krijgt het echt zó moeilijk, die redt het uiteindelijk niet. Europa zal dwars gaan liggen en Wilders zal dat niet meer pikken. Het ontbreekt ook aan solidariteit in het kabinet als het gaat om de mensen die echt onze hulp nodig hebben. Dit kabinet heeft zich overgegeven aan Wilderiaanse navelstaarderij.
Ze zijn voortdurend met zichzelf bezig, terwijl alle problemen wereldproblemen zijn geworden.’
Relativeren
Schuurman zal de laatste zijn om de reikwijdte en invloed van de politiek te overdrijven. Volgens hem kunnen politici en dus ook christen-politici niet zo vreselijk veel: ‘We moeten de politiek ontzettend relativeren, echt, maar de richting moet toch zijn die van publieke gerechtigheid op basis van naastenliefde.
Het moet je aan het hart gaan als mensen die geen helper hebben aan de kant worden gezet. Daar moet de politiek iets aan doen. En dat is allemaal stukwerk, we jagen geen aardse paradijzen na.’ Is dat dan toch niet een te grote jas voor een beperkt instrument als de politiek volgens Schuurman is? ‘Nee. In Job 29 zegt Job als politicus: “Ik kleedde mij in gerechtigheid en deze kleedde mij, het recht was mij een mantel en een tulband. Ogen was ik voor de blinde, voeten was ik voor de lamme. Voor de behoeftigen was ik een vader, ik verdedigde de zaak van vreemdelingen.” Schuurman: Natuurlijk, de cultuur is wel veranderd, maar als je nu een andere wijze, Salomo, hoort over zaken als landbouw, opvoeding, economie, rijkdom en bezit, dan merk je dat de normen anders zijn, maar de waarden van toen zijn nog steeds de waarden van nu.’
Schuurman ziet wel in dat een alleenheerser als Salomo gerechtigheid bij wijze van spreken kon afdwingen. In een democratie werkt dat toch heel anders: ‘Hoe goed het ook is, dat alle mensen verantwoordelijkheid dragen, een ongenormeerde democratie, zoals we die nu misschien wel een beetje meemaken, dat vind ik een wat hachelijke zaak. Dat is de democratie van de verdachtmaking, van het wantrouwen van de angst. De echte democratie heeft aandacht voor de armen en misdeelden en minderheden. Democratie is niet het recht van de sterkste. Dat maken wij er misschien wel van. Maar ook degenen die niet tot de meerderheid behoren, hebben recht van bestaan.
Wat ik nog altijd fantastisch vind, is dat ik als christen nooit te klagen heb gehad over ruimte in de democratie.
Maar nu, vanwege dat onverdraagzame en ongeduldige – en er zijn ook bedreigingen – zou die ruimte best eens wat
minder groot kunnen worden.’
Toekomst ChristenUnie
De koers van de CU ligt na de laatste verkiezingsnederlagen onder vuur. De kiezers verwijten de CU een tekort aan hoorbare en zichtbare bevlogenheid vanuit het geloof. Schuurman kan dat wel meevoelen: ‘We hebben teveel de taal van de ambtelijke afkortingen gesproken, waar mensen de uitgangspunten niet meer in terug hoorden. Er trad daardoor een behoorlijke vervreemding op.’ Daar komt volgens de oud-politicus nog bij, dat Nederland het enige land ter wereld is met christelijke politieke partijen: ‘Wereldwijd zijn christenen jaloers op ons!‘
Spanningsvelden
Een deel van de achterban vindt de CU ook te links geworden. Schuurman herkent zich niet zo in links-rechts schema’s. ‘Kijk, het christelijke sociale kunnen wij nooit opgeven, dat is een duidelijk getuigenis van de Bijbel voor alle eeuwen: zorg voor de geringe, de wees en de weduwe. Maar christelijk sociaal is ook dat je de rijken in hun burgerrechten erkent, dat het middenen kleinbedrijf floreert. En overigens dient de overheid zich terughoudend op te stellen. Maar een seculiere maatschappij brengt meer onrecht met zich mee en dat vraagt om een sterkere overheid.’ Een ander spanningsveld binnen de CU is de manier waarop over de Islam gesproken wordt. Dat mag volgens sommigen wel wat kritischer. Schuurman: ‘De mensen laten zich leiden door angst. Maar christenen moeten zich laten leiden door de liefde. Het is de liefde van Christus die de wereld overwint. En wat de overheid betreft: die draagt het zwaard niet vergeefs.
Alle terroristen, alle lieden die de straat onveilig maken, moeten hard aangepakt worden. Misschien moeten we dat laatste wat duidelijker voor het voetlicht brengen. Ik weiger echter om een hele bevolkingsgroep te identificeren met
terroristen.’
Na 28 jaar zegt Schuurman, die dit jaar 74 hoopt te worden, het politieke leven vaarwel. Achter de geraniums zullen we hem niet zo gauw terug vinden. ‘Ik ben nog ouderling in de Nederlands Gereformeerde kerk van Breukelen.
Dat is een beetje onder druk komen te staan de laatste tijd en dat moet ik nodig recht zetten. Verder zou ik graag als cultuurfilosoof nog schrijven over de impact van social media als Facebook en Twitter. Twitteren dat laat ik nog
maar even aan me voorbij gaan, maar ik heb wel een Facebookaccount.’
Mosterdzaadje
Helemaal los van de politiek, ziet Schuurman met dankbaarheid het werk van Sukrit Roy in Calcutta, India.
Roy ziet Schuurman en zijn vrouw als zijn geestelijke vader en moeder, nadat ze hem in 1981 als student adopteerden: ‘Dat is voor mijn vrouw en mij een mosterdzaadje geweest. We hebben er maar heel weinig aan gedaan en als je ziet wat het geworden is! Er zijn daar nu zo’n 140 gemeenten en één seminarie!
Wij hebben soms zo weinig geloof!’
| Van RPF naar CU Van 1983 tot 2011 was Egbert Schuurman onafgebroken fractievoorzitter in de Eerste Kamer. Van 1983 tot 1999 voor de RPF, van 1999 tot 2001 voor RPF/GPV en sinds 27 maart 2001 voor de ChristenUnie. Op 7 oktober 2008 hield de Eerste Kamer een 'bijzondere plenaire zitting' ter gelegenheid van het 25-jarig Kamerlidmaatschap van Schuurman.Vorige maand nam hij afscheid als senator. Politiek hoogtepunt was de deelname van de CU aan het kabinet Balkenende IV. Dieptepunt het aannemen van de wet die euthanasie legaliseerde. |