Reactie op: ‘Demonen bestaan niet’
2011-06-10
Het idee dat boze geesten bestaan is inderdaad heel oud. Dat geloof is van alle tijden en alle plaatsen, zo illustreert Jan Huitema dat in zijn boek Was er maar niets tussen hemel en aarde! ook duidelijk.- Jaargang 55
- nummer 12
En zo geloven ook vele christenen dat, omdat de Bijbel er ook zo over spreekt. Die spreekt over Satan, over boze geesten, over ‘wereldbeheersers dezer duisternis’, ja van kaft tot kaft wordt erover gesproken. Van de vroegchristelijke kerk af is er ook plaats geweest voor bevrijding van demonen. Zo was indertijd gebed voor bevrijding een vast onderdeel van de doop. Waarom is het voor sommigen toch zo moeilijk te geloven in boze geesten? Ik weet dat er in de afgelopen decennia in onze kerken niet veel over de boze – en analoog daaraan de Heilige Geest – werd gepreekt. Daar konden we blijkbaar niet zoveel mee. Heeft het te maken met het rationele Westen, zijn wij te zeer kinderen van de Verlichting?
Ik weet dat niet, maar wat ik wel weet is dat de Bijbel toch duidelijke taal spreekt.
Jezus leerde ons te bidden: ‘Verlos ons van de boze’. Hij zegt dat er tekenen zullen zijn van het volgen van Hem: ‘In mijn Naam zullen ze boze geesten uitdrijven’ (Marcus 16:17).
Paulus zegt in Efeziërs 6: ‘Wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen wereldbeheersers dezer duisternis, en tegen de boze geesten in de hemelse gewesten’.
Dan heeft Paulus het toch niet over zaken die wij nu bij de psychiatrie vinden thuishoren? De bediening van bevrijding van demonen is onderdeel van Christus’ opdracht aan zijn discipelen (Matteüs 10:7,8): ‘Geneest zieken, wekt doden op reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit’.
C.S Lewis zei: ‘Er zijn twee tegengestelde gevaren waarin wij mensen kunnen terechtkomen als het over demonen gaat. Het ene is niet in hun bestaan te geloven. Het andere is erin te geloven en een buitengewone en ongezonde belangstelling voor ze te koesteren, en de duivel is blij met beide (C.S. Lewis, The Screwtape Letters).
Waarom is het voor sommigen toch zo moeilijk in demonen te geloven?
Is het de angst ervoor? Maar dat is ongegrond! Zeker gelovigen hebben niets te vrezen. Wij dienen de Heer van het universum, aan wie ‘alle macht is gegeven in de hemel en op de aarde’ (Matteüs 28: 18). We kunnen verzekerd zijn van zijn bescherming als we betrokken zijn bij bevrijdingspastoraat, want ‘Hij die in u is, is machtiger dan hij die in de wereld heerst’ (1 Johannes 4:4). Soms wordt over Satan gedacht als een wezen van dezelfde orde als God.
Alsof de strijd tussen goed en kwaad een soort touwtrekken is tussen misschien wel bijna gelijken. Niets is minder waar! De fundamentele ongelijkheid tussen Satan en God is dat Satan een schepsel is en God de Schepper. En als gelovigen in die God en volgelingen van Jezus staan wij in positie boven demonen.
In de brief aan Jacobus staat dat fraai verwoord: ‘Onderwerpt U dus aan God en verzet u tegen de duivel, dan zal die van u wegvluchten’ (Jakobus 4:7). Wij hebben gezag over de boze, want wij staan in Zijn autoriteit. Wij zijn nú al met Christus gezeten in de hemelse gewesten. Wij beschikken nú al over de volledige macht en zeggenschap over het rijk van de duisternis.
Bevrijdingspastoraat is geen enge bezigheid, en een raar sfeertje hoeft er echt niet omheen te hangen.
Het is gehoor geven aan de opdracht van Jezus om ‘boze geesten uit te drijven’. En dat uitdrijven: dat is gewoon bidden, in de Naam van de opgestane Heer! Met díe autoriteit, ja, dan moeten demonen hun meerdere wel erkennen.
1859, Bradford, Engeland. John Wigglesworth is loodgieter en staat bekend om zijn geloof. Hij werd – zo gaat het verhaal – ’s nachts een keer wakker van een raar geluid in zijn slaapkamer. Hij deed een kaars aan, zag iets donkers bij zijn bed staan.
Hij zag wat het was en zei: ‘O, ben jij het maar’. Hij blies zijn kaars uit en draaide zich nog eens om (Neil Lozano, Unbound).
Drs. Diederik van Oord is huisarts en lid van de NGK Houten.