Interkerkelijk Dovenpastoraat blij met komst NGK
2011-06-10
De LV Houten besloot in februari dat de NGK volwaardig lid wordt van het Interkerkelijk Dovenpastoraat (IDP) en een eigen dovenpastor krijgt. Het IDP is erg blij met de steun, want het komt om in het werk. Dovenpredikant Adri Dingemanse vertelt wat het dovenpastoraat allemaal omvat. 'We zijn een hulpdienst voor de kerken.' - Jaargang 55
- nummer 12
Het is niet zo dat de NGK dove gemeenteleden voorheen compleet negeerde. In Dordrecht vinden er iedere zondag gecombineerde diensten plaats voor horenden en doven en in Ede is vaak een tolk aanwezig om de dienst in gebarentaal te vertalen.
Verder maken enkele NGK's onderdeel uit van één van de van negentien Interkerkelijke Commissies die onder de paraplu van het IDP het dovenpastoraat door het hele land heen coördineren.
Met het besluit van de LV Houten wordt de rol van de NGK wel een stuk groter. De NGK krijgt een volwaardig lid dat gaat meehelpen het IDP aan te sturen (een taak die momenteel door Piet van Veelen wordt waargenomen) en zal voor drie dagdelen per week een dovenpastor aanstellen.
Ook zullen de NGKgemeenten het werk van het IDP met 0,50 euro per ziel gaan steunen.
'We zijn ontzettend blij dat de NGK dit werk als kerkverband gaat steunen', zegt Adri Dingemanse, één van de drie dovenpredikanten van het IDP. 'We moeten nog zien hoe het zich allemaal gaat uitkristalliseren, maar we komen om in het werk, dus deze steun is zeer welkom.' Dingemanse is sinds 1996 dovenpredikant vanuit de Christelijk Gereformeerde Kerk, maar is al vanaf de eerste jaren van zijn predikantschap (de jaren '80) betrokken bij het dovenpastoraat.
'Vanwege mijn werk voor een commissie kwam ik in contact met doven. Die zeiden: we kunnen uw mond zo goed aflezen, daar zou u iets mee moeten doen', vertelt hij. 'In die tijd begon de gebarentaal net op te komen.
Ik heb één van de eerste gebarencursussen voor predikanten gevolgd. En ook in de gemeenten in Arnhem en Assen, waar ik heb gestaan, kwam ik ermee in aanraking.
Toen mijn voorganger ging stoppen, was het voor mij daarom een logische stap dovenpredikant te worden. Het lag
op mijn pad.'
Veertig jaar
Het IDP had op dat moment al een aardige historie achter de rug. Het bestaat in oktober alweer veertig jaar, wat gevierd wordt met een groot jubileumfeest.
In de oprichting van het IDP speelde de Nederlands Christelijke Bond van Doven een grote rol. Het NCBD werd in 1940 opgericht en kreeg na de oorlog overal in het land afdelingen. Dove christenen verenigden zich in de bond, aangezien er in die tijd in de kerken geen aandacht voor hen was. Via de NCBD begonnen ze eigen bijeenkomsten te organiseren.
Toen de NCBD bij diaconieën aanklopte voor financiële steun, begon het de kerken te dagen dat dit eigenlijk een taak was die zijzelf zouden moeten uitvoeren. De Nederlands Hervormde Kerk, de Gereformeerde kerken (Synodaal) en later de Christelijke Gereformeerde Kerken stelden daarop alle drie een dovenpredikant aan.
Aangezien de predikanten allemaal voor dezelfde groepen van de NCBD preekten, ontstond het idee om samen te gaan werken. Die samenwerking werd in 1971 in de oprichting van het IDP een feit. 'Het was een unicum dat deze kerken samen gingen werken', zegt Dingemanse.
Kluif
Het werk van het IDP wordt georganiseerd vanuit negentien regionale commissies. In deze zogenoemde Interkerkelijke Commissies (IC's) zijn diverse plaatselijke kerken vertegenwoordigd, evenals een aantal dove leden. Sommige IC's bestrijken een gehele provincie, sommige enkel een grote stad. De IC's organiseren dovendiensten, gecombineerde kerkdiensten, Bijbelkringen, catechisaties, pastoraat en meer. Sommige commissies hebben speciale ouderlingen bevestigd.
De drie dovenpredikanten van het IDP zijn ieder verbonden aan meerdere commissies.
Zo is Dingemanse de predikant van de regio Noord, waar hij met vier commissies samenwerkt. 'Ik ben adviseur van de IC's en voor een groot deel ook uitvoerder van de taken', zegt hij. 'In totaal hebben we in mijn regio contact met zo'n 400 doven – partners en kinderen meegerekend.' Het is een hele kluif om al die mensen voldoende te kunnen helpen, zegt Dingemanse.
'Dove mensen wonen wijdverspreid, zodat je altijd onderweg bent. Soms geef ik zelfs catechese aan huis, omdat er in de omgeving niets gezamenlijks te organiseren is. Er is heel veel werk om te doen. En ik denk dat er nog meer kan gebeuren. Op dit moment kunnen we die 400 man niet geven wat we zouden willen. Het is net als in een grote
gemeente: je kunt alleen aandacht geven aan de echte nood.'
Altijd wel een weg
Het IDP probeert dove christenen op tal van manieren te helpen. Speciale dovendiensten, Bijbelstudies, catechisaties, ziekenbezoekjes, enzovoort. 'In de eerste plaats is ons werk erop gericht dat doven het evangelie mogen horen', zegt Dingemanse. 'Het werk met hen heeft altijd voorrang en beslaat het leeuwendeel van onze activiteiten.' Tegelijkertijd stelt Dingemanse duidelijk dat het IDP geen aparte gemeente of gemeenschap is voor doven.
'We zijn een hulpdienst voor de kerken. Daarom besteden we ook aandacht aan pr voor het pastoraat. Gemeenten kunnen ons inschakelen voor hulp, maar dan moeten ze ons wel kennen.' Het IDP kan bijvoorbeeld helpen bij huisbezoeken. 'Dat kan soms heel lastig zijn voor ouderlingen, waardoor het contact met doven wegebt. Er zijn doven die amper contact hebben met hun gemeente.
Wij zeggen: als je wil communiceren, is er altijd wel een weg. Desnoods schrijf je het op. Dat is tegenwoordig met laptops niet zo moeilijk. Ook kan er een tolk van ons meegaan op bezoek.' Ook rondom kerkdiensten kan het IDP ingeschakeld worden. Het dovenpastoraat kan voor tolken zorgen en helpt bij de organisatie van gecombineerde diensten. 'Het voordeel van zulke diensten ten opzichte van specifieke dovendiensten is dat heel duidelijk wordt dat de gemeente bestaat uit leden met verschillende beperkingen', zegt Dingemanse. 'Voor sommige doven is het ook fijn om in hun eigen gemeente te zijn.' Behalve dat de dienst in gebaren wordt vertaald, is er ook altijd een beamer aanwezig waar de liederen op geprojecteerd worden en woord voor woord aangewezen worden, zodat de doven met gebaren mee kunnen 'zingen'. Verder probeert het IDP te vermijden dat er koren of muziekgroepen optreden.
'Begeleiding van de liederen is natuurlijk prima, maar aparte muzikale momenten komen voor doven neer op vijf minuten stil zijn', zegt Dingemanse. 'Daar hebben ze niks aan.'
Het belangrijkste dat gemeenten voor doven kunnen doen, is hen simpelweg aandacht geven, denkt Dingemanse.
'Betrek doven bij gemeentelijke activiteiten, zorg dat ze geen aandacht tekortkomen.
Zorg dat er een groepje mensen om hen heen staat, zorg dat ze contacten hebben. Participatie in de gemeente gaat
door contacten.'
Jonge doven
De dovenpastor is blij met de ontwikkeling die het dovenpastoraat de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. 'Er is meer aandacht voor gekomen in de kerken en door de techniek kunnen we nu veel meer laten zien in diensten, bijvoorbeeld met een beamer.
Er zijn veel meer getolkte diensten, de tolkopleidingen zijn verbeterd en meer doven vragen eigen diensten aan.' Zorgen heeft Dingemanse ook. En dan vooral over jonge doven. 'Het is moeilijk hen vast te houden in de gemeente.
Dove kinderen vinden het moeilijk om aansluiting te krijgen bij leeftijdsgenoten in de kerk, onder meer omdat ze eerst gebarentaal leren en pas later Nederlands. Verder zitten ze op dovenscholen vaak bij niet-christelijke kinderen in de klas. Het gezin is hierin heel belangrijk. En een kerkenraad zou zich ervoor moeten inzetten om hen bij de gemeente te betrekken. Ik denk dat hier, in het kinderen jongerenwerk, nog veel te doen is.'
Zie voor meer informatie www.dovenpastoraat.nl.
| Aleidus Aalderink: 'Je ziet als het ware een grote poppenkast' Aleidus Aalderink is vanaf zijn eerste doof. Hij is lid van de PKN in Zoetermeer en verzet veel werk om de belangen van doven en slechthorenden in Nederland te behartigen. Zo was hij van 2002 tot 2006 het eerste dove gemeenteraadslid in Nederland. Aalderink vertelt hoe hij kerkdiensten en het dovenpastoraat beleeft. 'Wat ervaren doven in een gewone kerkdienst? Ze zien als het ware een grote poppenkast. Ze kunnen zich niet voorstellen wat er gebeurt. Bepaalde bewegingen die de predikant maakt, zeggen wel wat, maar meer kan een dove daar niet uit halen. Ik schets hier even grof mijn leven in de kerk dat ik als kind beleefde en de wereld waarin ik leef. Doven zien in de kerk beelden waarmee ze nauwelijks de boodschap van God ontvangen. Ze zijn niet dommer of minder geïnteresseerd, maar worden minder goed bereikt door de manier van communiceren. Omdat kerken hierin tekortschieten, is het dovenpastoraat noodzakelijk. Hoe anders kan men het Woord Gods aan doven verkondigen? Ook Jezus heeft doven apart genomen. Dat verplicht de kerken om de boodschap op een 'andere' wijze te verkondigen. Dovenpastoraat krijgt nog niet voldoende kans, mede door de vorm in lokale kerken. Men vindt het moeilijk om met doven om te gaan. De ene kerkgemeenschap doet dat beter dan de ander. Sommige gemeenten denken dat ze met even collecteren hun plicht hebben gedaan. Men helpt dan wel, maar houdt doven buiten de deur. Jezus vraagt van de mensen om een ieder lief te hebben, dus mijns inziens dient iedere kerkelijke gemeente open te staan voor welke doelgroep dan ook. Men dient een dienst te hebben waarin de diverse menselijke beperkingen opgevangen worden. Dat is iets wat ik in kerkgemeenschappen mis, doordat er te weinig moeite voor wordt genomen. Vandaar dat er met meerdere dovenpastors (de huidige bezetting is niet toereikend) aan verbetering gewerkt moet worden, zodat gemeenten actiever worden in het dovenpastoraat van de Interkerkelijke Commissie (IC's) in hun regio. Men zou dovenpastoraat als onderdeel van de gemeente moeten zien, ook al heeft men weinig of geen dove kerkleden. En het zou mooi zijn als sommige predikanten naast hun gemeentewerk kennis zouden maken met het dovenpastoraat, bijvoorbeeld door zich er eens in hun studieverlof in te verdiepen. Er dient vooral versterking te komen voor de opvang van en bediening aan de jeugd, die nu nauwelijks mogelijkheden heeft. Daarom zijn we dankbaar dat de NGK besloten heeft deel te nemen aan het Interkerkelijk Dovenpastoraat en hiervoor mankracht beschikbaar wil stellen. En we zijn als doven gezegend met de samenwerking van diverse kerken. Anders was dit allemaal niet mogelijk geweest.' |