Godsdienstonderwijs in een na-christelijke tijd

1985-09-27
  • Jaargang 29
  • nummer 37
Het vorige artikel over godsdienstonderwijs bood een eerste terreinverkenning. We gaan nu wat systematischer kijken naar het godsdienstonderwijs op Prot. Christelijke scholen.
Hieronder volgt puntsgewijs l!en aantal zaken die van invloed zijn op de godsdienstlessen.
Met uitzondering van de·laatste zijn het stuk voor stuk ontwikkelingen waar elke godsdienstleraar(es) mee te maken krijgt in het Prot. Chr. onderwijs.

1.Feitjes leren is uit den boze
Sinds de jaren 60 is er meer aandacht gekomen voor de ontwikkeling van vaardigheden, meningsvorming, kennismaking met, functionele kennis en dergelijke. Dat ging ten koste van "cultuuroverdracht" (feitjes stampen). Wee de docent die zich schuldig maakte aan "verbalisme" (leerlingen dingen laten leren die niets voor ze betekenen of die ze niet konden toepassen). Die ontwikkeling is aan het vak godsdienst zeker niet voorbijgegaan.
Het probleem is alleen dat - nu er zoveel onkerkelijken in de klassen zitten - vrijwel alles wat tot de godsdienst behoort, voor deze leerlingen niets meer betekent. Om het eens "duur" te zeggen: heel veel leerlingen missen volstrekt elk referentiekader voor godsdienstige waarheden, begrippen, denkbeelden. Daarom kan· men zeggen dat het probleem van "verbalisme" bij het vak godsdienst veel dieper ligt dan bij andere vakken, waarbij alleen de inhoud van de lessen (enigszins) moest worden aangepast. Natuurlijk, je moet niet meer aankomen met de opdracht: leer de 12 zonen van Jacob of met gortdroge informatie over vertalingen, leefgewoonten, kenmerken van de eerste christelijke kerk. Dat is wel duidelijk. Maar het probleem ligt veel dieper. Wat kun je nog doen als leerlingen vrijwel geen "kapstok" meer hebben voor godsdienstige waarheden? (zie in dit verband punt 4).

2. Jongerenzijn opener dan vroeger
Jongeren laten vandaag de dag duidelijker merken als het hen niet aanstaat. Dat bedoel ik niet in de zin van "terreur". Uiteindelijk bepaalt de docent wat er gebeurt. Maar toch ... ik denk dat de godsdienstdocent van vandaag meer zijn vak zal moeten verkopen dan een jaar of 20 terug. Daar komt bij dat vele godsdienstdocenten uit zijn op een zekere vertrouwenssfeer . Die 'bereik je niet als je hart tegen hart leerstof moet doordrukken.

3. Onze cultuur maakt het jongeren niet gemakkelijk om te geloven
De hoofdstroom in onze cultuur is materialistisch. Geloof, godsdienst, kerk, het worden min of meer randverschijnselen. De informatie die ons dag in dag uit overspoelt is door en door "aards". Onlangs zag ik dat leerlingen tijdens een biologieles zaten te kijken naar een videofilm, opgenomen met een elektronenmicroscoop, 'over de bevruchting. Je zag zaadcellen zwemmen, je kon zien hoe de versmelting van die ene zaadcel met de eicel plaatsvond. En waar is God dan? Vergelijk dat nu eens met Psalm 139. Nog een voorbeeld: Zieken worden genezen dooi uitgekiende medicijnen en niet door God, zo lijkt het. Deze voorbeelden typeren de sfeer en het klimaat waarin onze jonge mensen groot worden. Als we het over de hemel hebben hoeven we echt niet meer naar boven te wijzen. Onze cultuur ontkent vrijwel voortdurend een andere werkelijkheid achter de zichtbare. Er zijn zo weinig aanknopingspunten. Veel leerlingen zitten soms. Zo heb ik de indruk - naar me 'te luisteren zoals een Papoea luistert naar een verhaal over het gebruik van computers in de auto-industrie.
Echte "schoppers" tegen het geloof kom ik weinig tegen.

4. Kennis van de Bijbel is uiterst gering
Over het algemeen gesproken is de kennis van de Bijbel bij de meeste leerlingen ook uit kerkelijk-meelevende gezinnen nul komma zero. "Meneer, .is Paulus Nieuwe .of Oude Testament?" "Is Handelingen hetzelfde als Handelingen der Apostelen?" Bij een 'Opdracht over de Richteren vraag ik: "Noem eens twee Richteren, je mag het in je Bijbel opzoeken." Antwoord: .Exodus en Jozua."
"Wie heeft er wel eens van Mozes gehoord?"
In een klas van 24 leerlingen gaan er 8 vingers de lucht in. "Meneer, u zegt dat Jezus is opgestaan uit de dood. Dat kan niet, want dan zou hij nu 2000 jaar oud zijn en dat gelooft toch niemand!" Wie zich wil inleven in hoe deze leerlingen de Bijbel lezen, stelle zich maar eens voor hoe hij/zij lessen in de Vedische Geschriften zou volgen.

5. De ouders hebben geen antwoorden meer op de vragen van dezetijd
Laat me eerst eens drie factoren noemen die in dit verband een rol spelen:
1. Er is in onze tijd nogal wat op losse schroeven gezet.
2. Ons is geleerd tolerant te zijn t.o.v. andersdenkenden, Dat werd: ik heb een mening, maar het kan net zo goed anders zijn. Ieder moet 't zelf maar weten.
3. Er komt een lawine van informatie en meningen de huiskamer binnen.

Voorbeeld: Onlangs zag ik voor de TV een programma over “reïncarnatietherapie". Mensen vertelden over hun ervaringen uit een vorig leven. Waar het me nu om gaat is dit: hoeveel ouders zijn in staat om op een verstandige manier, kritisch op zo'n programma in te gaan? Bekijk de natuurfilms eens: het is allemaal evolutie wat de klok slaat. Dat laat sporen achter. Wat moet ik aan met astrologie, weglopen van huis, feminisme, popmuziek met satanische boodschappen, spiritisme, abortus in het ziekenfondspakket, de Bijbel als boek van geloofsgetuigenissen, gebedsgenezing, hel, enz. enz.
Ik zou graag onze predikanten willen oproepen om toch alstublieft in de preken de vragen aan de orde te stellen die op ons afkomen, om de gemeenteleden toe te rusten, geen vrijblijvende preekjes te houden. Qua uitleg zijn ze misschien best in orde, een goede tekstverklaring' en een passende meditatie, keurig de Commentaren en Bijbelse handboeken gevolgd, máár ze gaan volstrekt voorbij aan de vragen die ons overspoelen, Ik zou willen vragen: Lees de' krant, bekijk Tv-programma’s en help ons aan Bijbelse antwoorden. En dan niet in de geest van: "Als je de Bijbel gelooft, komt alles wel goed en als je de wereld volgt, wordt het een puinhoop", want dat zijn geen echte antwoorden.
Een voorbeeld: Onlangs maakte ik mee dat een dominee het had over seksualiteit en zei: Het lichamelijke is niet minderwaardig. pat hebben de Grieken gezegd." Vervolgens keerde hij zich tegen de Griekse opvatting. En dàt, terwijl we in een tijd leven waarin het omgekeerde het geval is: het lichamelijke is alles. Maar daar ging de betrokken predikant volledig aan voorbij en dus kregen we een verhaal tegen de Grieken. Zoiets gebeurt vaker.
Ik denk - en nu kom ik terug op mijn uitgangspunt - dat heel veel ongeloof bij leerlingen voortkomt uit het feit dat hun ouders het ook niet meer weten. En ik denk dat er ouders de kerk vaarwel hebben gezegd omdat ze geen echte, Bijbelse antwoorden kregen op de vragen waarmee ze zaten. Ze kregen hooguit wat moralisme mee. Nu wij als christenen in de minderheid geraken en wij voortdurend te maken krijgen met allerlei "wind van leer", mag (ik zou haast zeggen: moet) van de predikanten gevraagd worden om de gemeenteleden echte, volop Bijbelse antwoorden mee te geven. Natuurlijk, het is- een zegen dàt we naar de kerk kunnen, maar je mag toch wel van de predikanten vragen dat ze ingaan op de vragen van onze tijd? Ouders en hun kinderen hebben die toerusting hard nodig om staande te kunnen blijven in het geloof. Trouwens...ook de liturgie is m.i. zodanig verstard, dat ook daarvan weinig geloofstoerusting uitgaat. Ik hoor nogal eens de klacht dat er zo weinig ruimte is om echt blij te zijn om ie geloof, om gezamenlijk iets van het geloof te beleven. lik ben van mening dat ook daarvan veel toerusting kan uitgaan. Maar dat terzijde.

6. Steeds meer orthodoxe ouders sturen hun kinderen naar reformatorische scholen
Hierdoor komen verhoudingsgewijs nog weer minder leerlingen op de Prot. Chr. scholen uit een "gelovig nest".

7. Godsdienst wordt geïntegreerd in "sociale vakken"
Er zijn ontwikkelingen gaande om voor godsdienst geen apart uur meer op het rooster te zetten. In het voortgezet onderwijs wil men komen tot vakkenintegratie. Dat betekent bijvoorbeeld aardrijkskunde, geschiedenis, maatschappijleer en godsdienst in één vak, nl. "Sociale vakken". Deze ontwikkeling zou wel eens mede veroorzaakt kunnen worden door de manier waarop er godsdienst wordt gegeven. (In een volgend artikel ga ik hier verder op in.) Ik denk verder dat vanuit de schriftgetrouwe hoek te weinig geschikt materiaal is verschenen.
Misschien neemt de animo om het 'vak onder te brengen in "sociale vakken" af, wanneer er godsdienstmethodes zijn die de specifieke bijdrage van het vak Godsdienst aan de totale opvoeding, weer benadrukken. Dat moeten dan methodes zijn dienaar de leerlingen toe - goed bruikbaar zijn.

Slotopmerkingen
Bezinning op onze roeping t.a.v. de inhoud van het vak godsdienst lijkt me, noodzakelijk. Ik wijs opnieuw op de Studiedag van l' Abri over dit onderwerp.
Datum: 19 oktober a.s. Plaats: Utrecht, Kromme Nieuwe Gracht 90. Kosten: f 5,-. Inschrijving: 030-316933.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief