Bang voor de computer?

1985-09-27
  • Jaargang 29
  • nummer 37
In velerlei toonaarden is het al gezegd en geschreven: de computer is in opmars. In de fabriekshal en de kantoortuin, in laboratorium en magazijn, in studeerkamer en huiskamer, in winkel en groothandel. Kortom: op alle fronten van ons leven rukt de computer op. Metschijnbaar niet te stuiten tempo!

Hoe kiezen christenen nu positie in deze ontwikkeling? Blijven we aan de kant staan, almaar waarschuwend hoe verkeerd het allemaal wel gaat? Of drijven we mee op de stroom, omdat de vooruitgang nu eenmaal toch niet te keren is? In dit artikel wil ik pleiten voor een positieve betrokkenheid van christenen bij het computergebeuren. Vooraan in de rij, het, front en in het hart van de technische en organisatorische ontwikkelingen. Maar dan wel met een open oog voor zowel de goede als de kwade kanten van het gebruik van computers. Ik doe dat aan de hand van 3 aspecten: Eerst sta ik stil bij de gevolgen voor de werkgelegenheid - een niet te vermijden onderwerp in dit verband. Vervolgens vraag ik aandacht voor de kwaliteit van de arbeid, of breder: kwaliteit van het leven. Tenslotte komt het probleem van de beheersbaarheid ter tafel: blijven we de computer de baas?

Werkgelegenheid
De deskundigen slaan elkaar met cijfers om de oren, als het gaat om de vraag, of de invoering van computers nu werkgelegenheid vernietigt dan wel creëert. Ze zijn het duidelijk niet eens met elkaar. Wel is duidelijk dat bepaalde typen functies – vooral in de administratieve sector – verdwijnen, terwijl er – logischerwijs - nieuwe typen functies, in verband met de ontwikkelingen van computertoepassingen, bijkomen. Betrekkelijk goedkope functies worden vernietigd. Betrekkelijk dure, want: hoogspecialistische functies komen er voor in de plaats. De administrateur en de boekhouder ruimen het veld voor de programmeur en systeemanalist. Heet dat nu vooruitgang? Ja, dat is nu net de vraag. En gevreesd moet worden, dat die vraag te weinig gesteld wordt, laat staan beantwoord. Het invoeren van computers is ‘in de mode’,‘iedereen doet het’. En bovendien: ‘Concurrent A heeft drie jaar terug geautomatiseerd, en vorig jaar steeg zijn winst met X %. Meneer Jansen, wilt u eens uitzoeken, wat het ons zou kosten om te automatiseren? Er heerst een soort angst om achterop te raken. Nu is angst een slechte raadgever. Ook in dit geval. Beter is het om een nuchtere en bezonnen afweging aan te maken, waarbij niet alleen gelet wordt op de baten en lasten, uitgedrukt in guldens, maar waarbij ook gelet wordt op voor - en nadelen voor alle betrokken mensen: personeel, cliënten, leveranciers etcetera.
Denkt u nu niet, dat het voorbeeld hierboven van concurrent A overdreven is. Geenzins. Eén ondernemer heeft verstand van zijn vak, is een goede handelaar, maar als het gaat om automatisering van de administratie, is hij ook maar een volstrekte leek, die afgaat op zijn intuïtie (anders gezegd: op zijn natte vinger in de lucht) en die zich soms het hoofd dol laat praten door zijn stafmedewerkers of een extern automatiseringsadviseur.

Nu zij het verre van mij om me tegen automatisering te verklaren. Het is per slot van rekening ‘het vak van de toekomst’. Het vak ook, waarin ik zelf een boterham verdien. Maar wel ik stelling nemen tegen het blindelings automatiseren. Omdat het nu eenmaal ‘in’ is. Waarbij mensen gemakkelijk tussen wal en schip in kunnen vallen. Met zulke automatisering kan ik geen vrede hebben. Als christen niet, want zulk handelen is in flagrante strijd met het gebod tot naastenliefde. Als informaticus ook niet, want onbezonnen automatisering levert lelijke anti-propaganda! Daarmee zijn noch het betrokken bedrijf, noch de personeelsleden, noch de automatiseerders gediend. Iedereen verliest in zo’n situatie! En…zulke situaties komen naar schatting in 50% van de gevallen voor. Ook nu nog! Na 3 tot 5 jaar wordt het hele automatiseringsproject dan nog eens overgedaan.

In vele gevallen is het terecht om te automatiseren. De geschiedenis gaat immers voort. In het volvoeren van de cultuuropdracht realiseert de mens nieuwe mogelijkheden en toepassingen, die met open armen mogen worden onthaald. Zolang het besef .maar aanwezig blijft, dat het erom gaat de schepping te bouwen en te bewaren. Maar dan ook de hele schepping. De mens incluis. Uiteindelijk is de mens te kostbaar om te offeren op het altaar van de automatisering.
En, aangezien werk een belangrijk en wezenlijk facet is van het mens-zijn, moet werkgelegenheid niet te gemakkelijk vernietigd worden. We moesten maar eens nadenken over de toepasbaarheid van het Japanse systeem. Een werknemer blijft in principe gedurende zijn gehele leven in dienst van één bedrijf. Bij reorganisaties krijgt hij een andere functie. Hij is dan ook gehouden die functie te aanvaarden (bij ons is het (nog) mogelijk om zgn. 'niet-passend' werk te weigeren).
Het lijkt mij in lijn met het gebod tot naastenliefde als een ondernemer zich verantwoordelijk weet voor het garanderen van de werkgelegenheid van een een werknemer. Omgekeerd ook mag van de werknemer gevraagd worden dat ,hij zich (medeverantwoordelijk weet voor goede bedrijfsresultaten.

Kwaliteit van de arbeid
Op economische gronden is automatisering soms' geboden, bijvoorbeeld om het voortbestaan van het bedrijf veilig te stellen. Tegelijk echter kan het soms wenselijk zijn om te automatiseren in verband met de kwaliteit van de arbeid. Hoe het ook zij, als er dan toch veranderingen moeten plaatsvinden, is het zinvol om tevens erop te, letten hoe een bijdrage geleverd kan worden aan het verhogen van de kwaliteit van de arbeid. Ik geef maar een onvolledige opsomming van punten die kunnen leiden tot hoogwaardige arbeid. Ongetwijfeld zijn er lezers die de navolgende gedachten kunnen aanvullen en/ of verbeteren.

a. Bij het creëeren van nieuwe functies of het wijzigen van bestaande functies moet gestreefd worden naar een maximalisatie van de verantwoordelijkheid van betrokken functionaris. Dat past bij .zijn mens-zijn, geschapen naar Gods' beeld. Zet de lamp van menselijkheid 'toch niet onder de korenmaat van organisatorische eenvoud of dergelijke.

b. Dat betekent ook dat erop gelet wordt of mens en functie goed bij elkaar passen, en dat - zo nodig - de laatste wordt aangepast bij de eerste (in plaats van het omgekeerde; of erger nog: dat de mens de laan wordt uitgestuurd). Anders gezegd: een functie moet persoonlijk zijn, toegespitst op de mens, die die functie moet (gaan) vervullen. Ik realiseer me heel goed, dat deze eis haaks staat op wat gangbaar is geworden. Misschien moeten we constateren dat personeelsbeleid ook ten prooi is gevallen aan vertechnisering en verwetenschappelijking? (onder meer door mensen op te vatten als onderling uitwisselbare exemplaren, eventueel zelfs om te ruilen met een machine).

c. Een functie moet prikkelend zijn, moet uitdagingen stellen aan de talenten van de betrokkene. De geschiedenis is nog niet voltooid. De schepping moet nog verder gebouwd en bewaard worden. Routinewerk moet dus beperkt worden. Er moet ruimte zijn voor een klein beetje 'avontuur' in de vervulling van een bepaalde functie.

d. In het verlengde hiervan ligt de eis dat een functie een gepaste mate van variatie moet verschaffen. 'Gepaste mate', dat wil zeggen: aangepast aan wat de betrokken functionaris zou aankunnen.
Eventueel ook (tijdelijk) aangepast aan bijzondere omstandigheden (bijv. problemen thuis, gezinssituatie, handicaps).

Intermezzo: Aan wie op dit moment zou willen reageren met: een bedrijf is geen sociale werkplaats, zou ik met klem willen vragen: Maak u niet op die manier af van het probleem om te zorgen voor hoogwaardige arbeid. Er is wellicht, met enige creativiteit, meer mogelijk dan op het eerste gezicht lijkt. Het gaat per slot van rekening om uw naaste, een schepsel Gods. U weet u toch uw broeders hoeder?! En dát is niet per se strijdig met economische belangen!)

e. Een functie moet ook voldoende ruimte bieden aan het onderhouden van sociale relaties.
Vanzelfsprekend ligt dat voor verschillende mensen geheel anders: de een vindt het een ramp een poosje alleen te moeten werken, terwijl een ander dat juist heerlijk vindt. Maar in ieder geval ligt de functie van 'ponspoes' niet zo voor de hand ('ponspoes' is een minder vleiende uitdrukking voor de functie van een meisje die vrijwel de hele dag niets anders doet dan gegevens in een computer in te voeren via een beeldschermstation).
Desnoods is de sociale context enigermate te verbeteren m.b.v. achtergrondmuziek of extra (lange) pauzes in gezellige personeelsruimtes (kantines).

f. Last-but-not-least: een functie moet overzienbaar zijn. Dat wil zeggen: een functionaris moet in staat zijn te overzien tot. welk geheel hij een bijdrage levert.
De vraag moet niet kunnen voorkomen, of hij nu onderdelen fabriceert voor kinderwagens of voor tanks, om maar een klassiek voorbeeld ter illustratie te noemen. De uitwerking van bovenstaande eisen. voor' het geval van een automatiseringsproject, biedt interessante stof tot overweging.
Reken maar!
Beheersbaarheid
Wanneer bij een automatiseringsproject achtgeslagen wordt op de aangereikte punten, zal dat stellig bijdragen tot een betere beheersbaarheid van' het .computergebeuren.
Niet ten onrechte bestaat nogal eens de indruk, dat de computer de mens de baas is. "Maar al te vaak dicteert de computer, of preciezer: dicteren de heren computerdeskundigen, hoe het bedrijf er na automatisering uit moet gaan zien. Als u niet oppast tenminste.
Het is stellig waar dat automatisering kan bijdragen tot een verbetering van de bedrijfsvoering, van het management, de administratie, het voorraadbeheer. En dan niet alleen verbetering in financieel, maar ook in (mede-)menselijk opzicht. Maar het is dan wel zaak, dat u de heren computerdeskundigen - waar nodig - in toom houdt. Dat geldt zowel, wanneer u werkgever als wanneer u werknemer bent. Zorg dat u de computer de baas blijft. Dat u het totale automatiseringsproces beheerst. Dat hoeft niet te betekenen dat u zelf een halve of hele informaticus wordt, U kunt toch ook uw tv-toestel beheersen, zonder tv-monteur of tv-verkoper te worden?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief