Een heilig gokje

2008-03-28
  • Jaargang 52
  • nummer 7
In de Nederlands Gereformeerde kerk waar ik ben opgegroeid, was het een keer in het jaar groot feest. Een bazaar, voor het goede doel. Maar er was ook een rad van fortuin. Mijn vader, die in deze gemeente dienaar des Woords was, leerde ons vanaf de eerste keer dat wij daar als gezin niet aan mee deden. Ik baalde daar van.
Maar al vroeg leerde ik zo, dat we op geen enkele manier meededen aan gokken. Ook niet voor het goede doel, ook niet in de kerk. Wat bij mij daarom al die jaren een stille vraag bleef, was de manier waarop de oudtestamentische gelovigen mensen kozen voor een specifieke taak. ‘Zij wierpen het lot, en het lot viel op de stam…, de familie van…, de persoon…’ Dat was toch gokken?

Door de houding van mijn vader terwijl het rad draaide leerde ik nog iets anders. Die eerste generatie Nederlands Gereformeerden waren zo gek nog niet als het over hiërarchie ging. Zo leerden ze ons, als een levensles, dat het de gemeenteleden zijn, die ‘bovenaan’ staan. Zij kiezen de oudsten democratisch.
De oudsten dienen dus de gemeente. Wat een voorbeeld geven ze zo! Van de Heer Jezus - de dienende Koning - afgekeken. Machtig, en ongekend, zo een tegenstelling in zichzelf.
En juist omdat de zaken zo liggen, is geestelijke hiërarchie in de kerk ook een tegenstelling in zichzelf.
Hooggeplaatste geestelijkheid - wanneer zij haar positie misbruikt - is misplaatst.
Ondertussen staat Jezus daar, en neemt de enige plek in die niemand innemen wil: het kruis. In dienende en zelfopofferende liefde. Dat is niet alleen een geestesgave voor een bepaald soort mensen. Jezus was een leidsman, die de voeten van de underdog waste, om aan de uppertwelve te laten zien, hoe dat moest; lief te hebben...

Waren ook de oudtestamentische gelovigen - net als de eerste generatie Nederlands Gereformeerden, maar op een heel andere manier - zo gek nog niet?
Begreep de leider die zich afhankelijk wist van God, de essentie van een heilig gokje? Misschien was het wel zo: het lot werd geworpen. Niemand kon zich op zijn kwaliteiten, relaties of kunsten voorstaan, niemand kon zijn voorkeur mee laten wegen; En als je dat toch deed, dan realiseerde je je plotseling weer waar het vandaan kwam dat jij die positie bekleedde: Want het was God Zelf die het lot bepaalde!


Annet Shawki

Reageren?
redactie.opbouw@ngk.nl

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief