Gebed van een boeteling

1984-07-13
  • Jaargang 28
  • nummer 27
1. Ik zal Gods goedertierenheid
Vermelden, die in vroeger dagen
zijn volk door de woestijn gedragen
en Kanaän heeft ingeleid.
Hij bleef hen met zijn zorg omringen,
Hij dacht: “Mijn kinderen zijn zij,
zij hebben het zeer goed bij Mij:
zij zullen Mij in trouw beminnen:"

2. Maar zij zijn U ontrouw geweest
en hebben uw verbond verlaten:
zij gingen zelfgekozen paden,
bedroefden zo uw Heilige Geest.
En Gij, die vóór hen had gestreden,
keerde nu tegen hen uw hand.
Maar Gij gedacht aan uw verbond
en aan de dagen van 't verleden.

3. Waar is uw sterke rechterhand?
Schouw uit uw luisterrijke woning!
Waar zijn uw daden, grote Koning
die ons geleidde naar dit land?
Gedenk uw naam, kom tot ons nader:
de grote namen van weleer
kunnen ons niet meer helpen, HEER,
want Gij alleen zijt onze Vader.

4. O Herder lsraëls, ontwaak!
Toen onze vaadren door de stromen
en de woestijn zijn thuisgekomen,
hebt Gij op aarde naam gemaakt.
o HEER, wil toch uw hemel scheuren,
daal met uw vuur op aarde neer
als in de dagen van weleer:
doe weer uw wonderen gebeuren!

5. Laat zien aan wie U niet belijdt
dat Gij, 0 HERE, gistren, heden
en tot in alle eeuwigheden
voor ons, uw volk, dezelfde zijt:
die optreedt voor wie U verwachten.
Gij treedt met vrede tegemoet
al wie uw wil met vreugde doet:
hen die gerechtigheid betrachten.

6. Laat ons niet worden als 't geslacht
waarvan Gij niet de wegen wendde,
dat U niet als zijn Koning kende,
niet bij uw naam is grootgebracht.
Werp ons niet weg als een onreine,
als een te zeer bezoedeld kleed,
vergeef uw, volk wat het misdeed
en laat uw maaksel niet verkwijnen.

7. “Ik heb mijn armen uitgebreid
tot hen die naar mijn naam niet vragen,”
zo spreekt de HEER, “zij zullen dragen
het loon der ongerechtigheid.
Wie op mijn roepen tot Mij komen,
zij zullen niet verloren zijn,
voor hen zal most en koren zijn,
zij zullen op hun erfgoed wonen.”

8. "Want zie, Ik schep een nieuw begin:
nieuw wordt de hemel, nieuw de aarde,
dit is het deel dat Ik bewaarde
voor wie Mij dient met ziel en zin.
Zij denken niet meer aan ’t verleden,
maar vreugde straalt van hun gelaat.
Geen schepsel is bedacht op kwaad
in mijn domein, mijn rijk van vrede."

Melodie: psalm 17 Joop Klein

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief