Kinderbijbels (2)
1984-07-13
Het aantal in Nederland verschenen kinderbijbels is bijzonder groot. Volgens het rapport van een onderzoek naar kinderbijbels in opdracht van het N.B.G. en de Katholieke Bijbelstichting zijn er tussen 1945 en 1972 minstens vijftig verschillende verschenen. Waarschijnlijk ligt het aantal nu al weer aanzienlijk hoger. Naar methode van vertellen zijn deze volgens dr J. A. Klink in vier soorten te onderscheiden. Haar indeling wil ik hier overnemen uit haar boek "De kleine mens en het grote boek" (Amboboeken Baarn, 2eaangevuldedruk): 1. De telegramstijlkinderbijbels ; 2. De navertelde verhalen; 3. De navertelde verhalen met toevoeging van een dogmatiek; 4. De navertelde verhalen, waarin een uitleg is verwerkt of informatie over de achtergrond van de verhalen.- Jaargang 28
- nummer 27
1. De telegramstijl kinderbijbels
Tot deze categorie behoren uitgaven met fragmenten van de letterlijke bijbeltekst, die in eenvoudig nederlands vertaald zijn, vrij vertaalde teksten en korte uittreksels van Bijbelverhalen.
Als de Bijbel wordt vertaald in de gewone spreektaal met eenvoudige zinsbouw, wil dat nog niet zeggen, dat daarmee de Bijbel toegankelijk wordt voor het kind.
De abstracte begrippen, de symbolische beelden en de denkwijzen van de Bijbel zijn niet in eenvoudige taal duidelijk te maken aan het jonge kind. Wel zijn de uitgaven, die onder deze categorie te rangschikken zijn, aan te bevelen voor jongeren vanaf 12 jaar. Zij vormen voor hen een goede brug van de kinderbijbel naar de gewone Bijbel.
Enkele voorbeelden zijn: "Bijbeluitgaven in eenvoudig nederlands" van het N.B.G., "Ik lees in de Bijbel" van de Katholieke Bijbelstichting en de Groot Nieuws Bijbel.
2. De navertelde verhalen
Deze categorie komt vrij veel voor bij de nieuwere uitgaven op kinderbijbelgebied. Het zijn verzamelingen bijbelse verhalen, die zeer sober en zonder enige uitleg worden naverteld voor kinderen.
Dogmatische en exegetische fouten zullen in deze boeken niet vaak voorkomen, daar de schrijvers zich beperken tot het eenvoudig vertellen van het verhaal zoals. ze het in de Bijbel lezen. Toch las ik in een dergelijke uitgave, dat de vrouwen bij het graf de engel, die haar vertelde dat Jezus was opgestaan, niet geloofden. In Mattheüs 28 lezen we echter, dat ze blij van de engel wegliepen en dat Jezus haar onderweg verscheen. Lukas vermeldt dat de discipelen de vrouwen niet geloofden en waarschijnlijk heeft de kinderbijbelschrijver deze twee gegevens verward.
Toch kan dit niet een vergissing genoemd worden. In de eerste plaats mogen dergelijke fouten niet voorkomen in een boek voor kinderen, die zelf nog niet in staat zijn het te controleren.
In de tweede plaats komen dergelijke fouten zoveel voor, dat het niet meer onder het hoofdje vergissingen te rangschikken valt.
De sobere verteltrant van deze kinderbijbelschrijvers is misschien te verklaren uit de angst om zogenaamde kinderbijbelfouten te maken, daar deze fouten soms grote gevolgen kunnen hebben. Ik noem ter illustratie drie van deze fouten:
1. De "appel" uit het paradijs blijkt in de Bijbel 'n "vrucht" te zijn.
2. De "moeders", die haar kinderen bij Jezus brachten, zijn misschien de onderwijzers (rabbi's) of wel de vaders geweest.
Markus heeft het over "Zij brachten ... ".
3. De herder ontdekte niet bij de schaapskooi, dat hij een schaap miste, maar hij liet de andere schapen in de wildernis achter. (Lukas 15 : 4)
Deze, vroeger gemaakte, fouten zijn evenmin acceptabel als de onjuistheden, die tegenwoordig in allerlei bijbels schering en inslag zijn.
In de tweede plaats kunnen we ons afvragen of de Bijbel wel recht gedaan wordt met deze sobere verteltrant en of het kind niet te kort gedaan wordt. De betekenis van veel verhalen is aan ons volwassenen duidelijk, omdat wij kennis hebben van de gehele Bijbel. Wij kennen Jezus' woorden, weten, wat Paulus schreef, kunnen de wet en de profeten uitleggen en zien zo de bijbelse verhalen in het wijde perspectief van geheel Gods Woord. Als een kinderbijbelschrijver al deze gegevens niet verwerkt in commentaar op en exegese van het verhaal wordt de Bijbel in zijn totaliteit geen recht en wordt aan de kinderen te kort gedaan.
3. De navertelde verhalen met toevoeging van een dogmatiek
Deze uitgaven worden in het rapport van de bijbelgenootschappen "de dogmatische kinderbijbels"
genoemd. Dr Klink schrijft ter verduidelijking van deze term: "Met de benaming 'Dogmatische kinderbijbels' wil men aanduiden, dat er een bepaalde dogmatiek voor kinderen op de Bijbel is gelegd, die voor een groot deel niet overeenkomt met wat de teksten zelf leren, en die dan bovendien, àls zij al gebaseerd is op bijbelse teksten of thema's, voor de kinderen sterk overtokken wordt." ("De kleine mens en het grote boek", blz. 51.) Het zijn vooral de oudere kinderbijbelschrijvers zoals Van der Hulst en Anne de Vries, die volgens de moderne godsdienstpedagogen van een bepaalde dogmatiek uitgingen en zo generaties kinderen hebben laten opgroeien met foutieve denkbeelden over de Here God, de engelen, de hemel, de schepping, enz. Zij hebben de Bijbel zelf niet laten spreken, maar propageerden in hun kinderbijbels een dogmatiek, waarin God de goeden beloont en de kwaden straft, waarin God alles kan en beheerst en waarin Jezus als een zoetelijke, lieflijke, bovenaardse man wordt afgeschilderd. Niet alleen Klink wijst op het gevaar van deze zogenaamde dogmatische kinderbijbels, ook andere gezaghebbende pedagogen en theologen gaan uitvoerig in op de moralistische, miraculeuze en esthecistische tendenzen in de kinderbijbels van Van der Hulst, Anne de Vries, Ingwersen, Kuijt en Sipke van der Land. Wie zich hiervoor interesseert, wijs ik op "Het gegeven Woord" van A. B. Lam, "Het geloof der kinderjaren" van C. G. v. Niftrik, "De ene kinderbijbel is de andere niet" van G. J. Marseille, "Kinderbijbels vergeleken" van R. F. Smit en het "Rapport van een onderzoek naar kinderbijbels" van het N.B.G. en de Katholieke Bijbelstichting. Als voorbeeld wordt vaak het verhaal genomen van de vrome Jozef, die door zijn boze broers in de put wordt gegooid en daarna meedogenloos als slaaf wordt verkocht, zoals het door Van der Hulst in zijn Bijbelse vertellingen voor onze kleintjes wordt verteld.
Het kan niet ontkend worden dat Van der Hulst, wiens kleuterbijbel in 1918 voor het eerst verscheen, meer nadruk legde op de deugdzaamheid en de braafheid dan wij. Wat dat betreft was hij een zoon van zijn tijd. Maar of daarmede de kinderbijbel van deze meesterverteller in het archief moet worden bijgezet als verouderd en verkeerd, is voor mij nog zeer de vraag. Misschien is dit boek wel een goede tegenhanger voor de vaak zakelijke en weinig tot het gemoed sprekende kinderbijbels van tegenwoordig.
Het is een goede zaak oog te hebben voor het gevaar van het moralisme, het esthecisme en het mirakel geloof, dat elke kinderbijbelschrijver bedreigt. Een kind het leven insturen met een fout beeld van de Here God en Zijn zoon Jezus Christus is een grote fout. Van Niftrik kon wel gelijk hebben als hij veronderstelt, dat veel jongeren hun geloof in de branding van het latere leven verliezen, omdat zij geloven in een God, die niet bestaat, die zo niet uit de Bijbel tot ons komt.
In een moderne kinderbijbel uit 1980 las ik aan het eind van het verhaal over de vrouw in Sunem, die Elisa gastvrij ontvangt: "Lieve Heer, wilt U ons helpen goed voor onze gasten te zorgen en altijd aardig voor hen te zijn?"
Ook dit neigt naar moralisme.
En in "Bijbelse verhalen met plaatjes voor de kleintjes" van K. N. Taylor uit 1978 las ik in het verhaal van de rijke dwaas: "De boer is slecht, want hij houdt niet van God, alleen maar van zijn boerderij".
Ook hier dus weer de tegenstelling tussen goede en slechte mensen in plaats van tussen geloven en niet geloven.
Het schrijven van een kinderbijbel is een moeilijke en verantwoordelijke taak, waarbij in het verleden zeker fouten zijn gemaakt, maar ook op de tegenwoordige uitgaven is vaak nogal, wat aan te merken, zoals uit bovenstaande voorbeelden blijkt.
Mijns inziens is het niet de vraag of een kinderbijbelschrijver wel of niet vanuit een bepaalde dogmatiek schrijft, maar of hij in zijn schrijven de ernstige bedoeling heeft de Bijbel na te spreken in al zijn facetten. Niet een bepaalde, maar de enige bijbelse dogmatiek zal zijn schrijven moeten beheersen.