Kinderbijbels (3)
1984-08-03
De indeling van de kinderbijbels zoals dr Klink die maakt, vermeldt ook nog een vierde categorie: De navertelde verhalen, waarin een uitleg is verwerkt en waarin over de achtergrond van de verhalen informatie wordt gegeven.- Jaargang 28
- nummer 28
Volgens haar zijn dit de beste uitgaven. Zij is ook van mening, dat het kind de Bijbel niet kan begrijpen zonder nadere uitleg.
Gegevens van de archeologie, de oosterse culturen, het klimaat en van de nieuwe theologie moeten samen met andere bijbelgegevens verwerkt worden tot een begrijpelijk verhaal, dat inspeelt op de emotionele, creatieve, sociale en cognitieve behoeften van het kind. Haar eigen kinderbijbel is een voorbeeld van wat zij bedoelt.
Het is niet mijn bedoeling hiervan nu een critische beoordeling te geven, maar wel vraag ik mij af of zij niet dezelfde fout maakt, die zij oudere kinderbijbelschrijvers verwijt. Garanderen de verworvenheden van de moderne archeologie en de nieuwe theologie, dat de kinderen met een goed beeld van de Here God, van de zonde en Gods toorn daarover, van het verzoenend werk van Jezus Christus, van de bijbelse oproep tot persoonlijke bekering en van het vernieuwend werk van de Heilige Geest het leven in worden gestuurd?
Klink ontkent de inspiratie van de gehele Bijbel door de Heilige Geest. Zij schrijft bij voorbeeld in een toelichting op het verhaal van de plagen van Egypte "deze verhalen worden door de bijbelschrijver verteld in de antieke religieuze mentaliteit, waarbij natuurrampen gezien en beleefd werden als woede of straf van de goden, in dit geval van de God van Israël". "Men moet wel weten, wat men doet wanneer men bepaalde, b.v. gruwelijke gebeurtenissen vertelt als de 'daden van God' " en bij het verhaal van Jozua en de Gibeonieten zegt zij: ,.Men zou kunnen zeggen dat het unieke geloof in de God der geschiedenis werd geboren uit het primitieve geloof in Jahwe als de krijgsheld, die de vijanden verpletterde of hielp verpletteren" en "In werkelijkheid zijn de stammen veel geleidelijker en vreedzamer het gebied van Kanaän binnen getrokken dan bij voorbeeld de theologie van het boek Jozua aanduidt." (J. L. Klink 'Het huis in de wereld', blz. 68 en 70).
Eén van de uitgangspunten van Klink voor het schrijven van een kinderbijbel is, dat speciaal de verhalen uit het Oude Testament zeer selectief gekozen moeten worden, opdat de kinderen niet een verwarrend, angstaanjagend en tegenstrijdig beeld van God en zijn handelen zullen krijgen.
Veel in de Bijbel vindt zij voor kinderen niet geschikt. Zij selecteert op theologische en op pedagogische gronden. Iedere schrijver van een kinderbijbel overweegt welke bijbelgedeelten voor de leeftijdgroep, waarvoor hij schrijft duidelijk weer te geven zijn.
Een dergelijke selectie op pedagogische gronden is acceptabel en noodzakelijk. Als wij echter bepaalde verhalen niet in overeenstemming kunnen brengen met het beeld, dat wij van God hebben, moeten we niet aan de bijbelse verhalen gaan twijfelen, maar aan de beperktheid van ons eigen inzicht en verstand. Selectie op theologische gronden is dan ook onaanvaardbaar en kinderbijbels, die met dat uitgangspunt zijn geschreven, vallen naar mijn mening onder de categorie navertelde verhalen vanuit een bepaalde dogmatiek en wel vanuit een verkeerde dogmatiek.
Toch wil ik opmerken, dat veel nieuwere kinderbijbels, die om bovengenoemde uitgangspunt niet aanbevolen kunnen worden, vaak heel goed geschreven verhalen bevatten met veel oudheidkundige en cultuur-historische gegevens, vanuit een doorleefd standpunt verteld en met een juiste woordkeus en zinsbouw voor kinderen.