Pastorale notities
1984-08-17
'k Heb een kerkdienst gevolgd, die door de televisie uitgezonden werd. Niet van het IKON: we zijn geneigd om daar niet veel van te verwachten; "onder ons" is veel kritiek op de IKON maar de ZVK, dat zou dan beter zijn.- Jaargang 28
- nummer 30
Met de camera mee werden we achter de kerkeraad aan, de kerkzaal binnengevoerd. Die deed me meteen denken aan de binnenplaats van een burcht. De muren van "schoon metselwerk" en in één van dh/muren een ronde toren. Op de trans daarvan verscheen de predikant en de kerkeraad nam terzijde plaats, achter een stenen borstwering.
De kantélen" ontbraken er nog maar 'aan, maar je zou bijna verwachten dat de broeders af en toe van hun hoogte af een pijltje zouden schieten naar iemand die niet goed oplette. Ze zaten daar zo gestreng, in het zwart kostuum ondanks de zomer; ze keken zowel de gemeente in, als echte opzieners (of moet je opzichters zeggen?) alsook naar de predikant, om op de leer toe te zien.
Ik vermoed dat er serieus overwogen is, hoe deze televisie-dienst er uit moest zien. Misschien heeft iemand geopperd, dat er wel een paar kinderen wat konden zingen of dat er wat instrumentale intermezzo's ingelast konden worden. Voor de broodnodige variatie. Maar de broeders zijn principieel geweest: niets daarvan. Fratsen.
Nieuwigheden. Het Woord moet het doen. Wij moeten het Nederlandse volk gewoon laten zien, hoe het bij ons toegaat.
De dominee deed dus de gehele dienst. Z'n preek was Evangelisch van instelling, alleen, ze duurde veel te lang, een half uur.
Welke buitenstaander" welke zieke bijvoorbeeld, kan er zo lang bijblijven? Maar waar ik eigenlijk alleen maar moeite mee had, was dat niemand bij het gebeuren betrokken werd. Geen kinderen dus, geen oudere jeugd, maar ook niemand buiten die kerk. In de aanhef van z’n preek zei de dominee, behalve iets tot de gemeente, ook nog: "Beste kijkers". Ze werden verder niet aangesproken, in heel de dienst niet.
Ik dacht: dat ben ik dus. Dat is het enige wat ik ben, een kijker.
Wat is dat weinig. Het was net alsof de preek alleen iets had voor die mensen daar, van die gemeente.
In het gebed viel me die beperking ook op. Er werd gebeden voor degenen die gevangen zitten om der wille van het getuigenis des geloofs. Dus niet voor politieke gevangenen. Laat staan voor criminele. Dat was in de oorlog wèl anders. Toen werd niet alleen gebeden voor predikanten die om een preek opgepakt waren, maar voor allen die weggevoerd waren.
Ik schrijf dit niet vanwege kritiek die ik heb op de manier van die éne dienst, maar omdat ik weet, hoeveel moeite we moeten doen om voor de gasten in de kerk iets te zijn. Door hen erbij te betrekken en ze werkelijk aan te spreken. Dan moeten we maar eens wat tradities en principes over boord zetten.