God en het lijden

1984-08-24
  • Jaargang 28
  • nummer 31

Psalm 92
Psalm 92 is een lofzang op de rechtvaardigheid van God. God is liefdevol en trouw. Zijn daden zijn groot. Op God kun je bouwen. In Hem is geen onrecht. Redeloze en dwaze mensen begrijpen dat niet. Zij menen) dat de feiten iets heel anders laten zien.
De psalmist geeft hen echter te verstaan) dat ze geduld moeten hebben. God zal zijn gerechtigheid wel openbaar maken. Het schijnbare kwaad werpt geen smet op Gods eerlijkheid en rechtvaardigheid.

Om dit duidelijk te maken vergelijkt de psalmist de goddelozen met gras en de rechtvaardigen met een palm en een ceder.
Wanneer je graszaad en palmzaad tegelijk zaait, zal het gras veel sneller opschieten dan de palmboom. Wie de natuur niet kent zal denken, dat het gras hoger en sterker zal worden dan de palmbood. De kenner echter weet, dat de voorsprong van het gras maar tijdelijk is. Het gras groeit wel snel, maar na enkele maanden is het met het gras al afgelopen. Het verdort en sterft en even later is alle herinnering aan het gras verdwenen.
De palm daarentegen groeit langzaam, maar wordt hoog en recht en zal meer dan een generatie lang blijven staan.
Wanneer dwaze, ongeduldige mensen de voorspoed van de goddelozen en het lijden der rechtvaardigen zien, concluderen ze op dezelfde manier daaruit, dat goddeloosheid loont.
Maar laten ze maar eens zien wat er op de lange duur gebeurt. Dan zullen ze bemerken, dat de goddelozen als gras verdort en de rechtvaardige groeit als een palm of ceder, langzaam maar zeker.

Als het kwaad goede mensen treft
Deze lofzang op de regering van God wordt in deze tijd zwaar aangevochten. In "Als het kwaad goede mensen treft", bestrijdt de rabbi Harold S. Kushner de psalmist en velen deden hetzelfde.
In psalm 92, zo meent Kushner, is de wens de vader van de gedachte.
De wereld is echt niet zo'n leuk oord als de psalmist vertelt. Het is niet waar, dat de rechtvaardige zal groeien als een palmboom.
De praktijk van het leven laat ons heel iets anders zien, dan psalm 92 vertelt.
Door tal van voorbeelden tracht Kushner aan te tonen. dat psalm 92 er naast zit.
Het kan toch niet waar zijn, zo zeggen velen, dat een liefdevolle, almachtige God deze wereld regeert,
terwijl die wereld in angst en zorg verkeert om het lijden
dat overal openbaar wordt. Wat wij zien pleit eerder tegen het bestaan van God. En als God bestaat kan deze onmogelijk een almachtig en rechtvaardig bestuurder zijn.
Wat wij zien en ervaren lijkt zuivere willekeur en wijst meer op een noodlot. Daar is ook geen sprake van dat goede mensen beloond en slechte mensen gestraft worden.
Hoe moeten we aan met het vermoorden van miljoenen joden, het sterven van duizenden door de honger, het zuchten van vele kinderen van God in concentratiekampen?
Vooral nu de t.v. de ellende dagelijks onze huiskamer importeert is het toch onmogelijk geworden te geloven in een almachtige Vader in de hemel?
De conclusie van de een is, dat God geen persoon is, maar een soort gevoel. De ander beweert, dat God een idee is. Zo ontwerpt ieder zelf een beeld van God en houdt er zijn eigen godje op na.
Men tracht de God van de Bijbel te interpreteren vanuit eigen ervaring.

Het godsbeeld van Kushner
In zijn boek tracht Kushner ook een antwoord te vinden op de vraag hoe het mogelijk is, dat het kwaad goede mensen treft.
Hij voelt niets voor de gedachte, dat wij tegen de onderkant van een tapijt aankijken. Aan die onderkant zie je een wirwar van allerlei draden, terwijl we in werkelijkheid toch te maken hebben met een knap geweven kunstwerk. Van onderaf bekeken, vanaf onze standplaats in het leven, lijkt Gods patroon van beloning en straf willekeurig, zoals de onderkant van een tapijt.
Bekeken echter vanuit Gods oogpunt, van buitenaf, heeft iedere warrige plek en iedere knoop zijn plaats in een groots ontwerp dat tenslotte uitmondt in een kunstwerk.
Kushner meent, dat deze gedachte toch weinig troost biedt.
Hoe serieus zouden we iemand nemen, die zei, dat hij in Adolf Hitler geloofde? Ik kan niet verklaren waarom hij deed wat hij gedaan heeft, maar ik kan me voorstellen, dat hij voor het vermoorden van miljoenen mensen een goede reden heeft gehad. Zo iets aanvaarden we toch niet?
De schrijver vertelt ons hierbij iets over zijn eigen ervaring.
Oorspronkelijk geloofde hij, dat God zo iets was als een almachtige vaderfiguur, die ons behandelt als een aardse vader of nog beter zelfs.
Toen hoorde hij, dat zijn zoontje leed aan een zeldzame, ongeneeslijk ziekte: progeria. Dat betekende voor zijn zoontje snelle veroudering, niet langer worden dan 1 meter, geen haar op zijn lichaam, als kind er uitzien als een oud mannetje en niet lang na zijn 12e jaar sterven.
Hoe zou u reageren als u zo iets overkwam?
De rabbi heeft er lang mee geworsteld.
Hij kwam er niet uit.
Hij blijft in God geloven. Maar anders dan vroeger. Hij ziet nu waar de grenzen van God liggen.
God wordt beperkt in wat Hij kan doen door de wetten van de natuur en door de evolutie van de menselijke natuur en de morele vrijheid van de mens. Daarom stelt hij God niet langer verantwoordelijk voor ziekten, ongelukken en natuurrampen.
Hij kan, zo schrijft hij, een God die het lijden haat maar niet kan elimineren gemakkelijker aanbidden dan een God, die verkiest kinderen te laten lijden en sterven, om welke reden dan ook.
Maar wat hebben we dan aan God?
Kushner wijst, in antwoord op die vraag o.m. op het feit, dat God een wereld heeft geschapen waarin veel meer goede dan kwade dingen gebeuren.
Bovendien als er tragedies plaats vinden dan inspireert God de mensen tot helpen. God is een tegenstander van rampen, maar Hij kan die niet elimineren.
Wel kan God ons helpen door mensen op te roepen onze last te verlichten.
Als iemand sterft aan kanker is God niet verantwoordelijk, maar wel geeft God de mensen vaak kracht om elke dag te nemen zoals hij is.
God is dus niet volmaakt. Hij laat wel eens een steek vallen en stelt ons teleur. Maar dat moeten we God maar vergeven.
Wat Kushner beweert lijkt nog al zachtmoedig, maar in feite verwerpt hij God als Hij zich in Zijn Woord heeft geopenbaard en heeft hij een God geschapen naar zijn ervaring. God lijkt op hemzelf.

Hoe is God bij het lijden betrokken?
Wij hebben nog al eens de neiging God te gemakkelijk bij het lijden te betrekken. We doen soms alsof er steeds een rechte lijn loopt van God naar het lijden.
In dit opzicht ben ik het eens met ds J. Overduin, die in Credo (3e jaargang no. 2) schreef dat in zondag 9 en 10 van de catechismus te ongenuanceerd en te globaal gezegd wordt, dat alles direct in rechte lijn uit Gods vaderhand ons toekomt. Art. 13 NGB geeft hierover een noodzakelijke aanvulling. Daarin wordt niet maar gezegd, dat niets zonder Gods beschikking gebeurt, maar ook dat God toch niet de bewerker of de schuld is van de zonde die gebeurt.
Veel lijden komt van de satan en van zondige mensen. Dus niet direct uit Gods vaderhand. Pas in tweede instantie komt het lijden, maar dan met een positieve gerichtheid, uit Gods vaderhand ons toe.
God heeft niets te maken met het lijden als gevolg van de machten van de duivel en zondige mensen.
Toch wil Hij er alles mee te maken hebben. Hij wil er zich reddend en positief mee bemoeien.
Augustinus drukte het als volgt uit: Zelfs wat tegen Gods wil ingaat, gaat niet buiten Gods wil om.
Prof. dr J. Versteeg maakt hierover in "Bijbelwoorden op de man af" vier opmerkingen:

1. God is in de eerste plaats bij het lijden betrokken in zijn medelijden.
"In al hun benauwdheden was Hij ook benauwd". (Jesaja 63 : 9).
Daarom behoeft niemand in het lijden alleen te zijn. Lijdend mogen we in Jezus God ontmoeten.

2. In de tweede plaats mogen we zeggen dat God bij het lijden betrokken is in zijn gericht. We moeten nu niet denken dat iemand door lijden getroffen wordt om wat hij persoonlijk gedaan heeft. Dat meenden de vrienden van Job. Ze zeggen tegen Job dat hij wel een erg slechte man moet zijn, omdat hij zoveel lijden van God ontvangt. Job echter zweert dat dat niet juist is. Job had gelijk.
In zijn lijden wordt een oordeel openbaar over de ZONDE en ONGERECHTIGHEID die er in de wereld in haar totaliteit is.
Het lijden laat ons zien dat het met de wereld niet in orde is.
Wanneer een ernstig lijden ons treft, kunnen we daaruit niet de conclusie trekken dat God ons treft wegens onze persoonlijke zonden.

3. In de derde plaats kunnen we zeggen dat God bij het lijden betrokken is in zijn geduld. God zou aan het lijden een einde kunnen maken, maar dat zou tevens betekenen en einde van de wereld zoals wij die kennen.
De geschiedenis moet zich echter nog verder ontwikkelen. Er moeten nog nieuwe geslachten geboren worden.
Daarom laat God het lijden nog voort gaan. Ook wij moeten in ons lijden met God geduld oefenen.

4. In de vierde plaats mogen wij zeggen dat God bij het lijden betrokken is in zijn heil. In het licht van God wordt alles omgekeerd.
Ook met het lijden bedoelt God het eind van het lijden. Dat zien we bij het lijden van Jezus.
Dat lijden heeft God tot bron gemaakt van het hoogste heil.

Waarom?
In deze vier punten vertelt prof. Versteeg ons wel iets over het betrokken zijn van God bij het lijden. Hij geeft echter geen antwoord op al onze vragen. Dat bedoelt hij ook niet. Er blijven nog vele "waaroms".
Dat komt omdat onze laatste vraag steeds onbeantwoord blijft: waarom heeft God deze wereld met zoveel verschrikkelijke mogelijkheden geschapen?
Dat was Gods souverein welbehagen.
God behoeft daarover aan niemand verantwoording af te leggen.
De dichter van psalm 73, Asaf, begreep er ook niets van. Hoe kon een vroom en fatsoenlijk man als hij zoveel tegenslagen hebben; terwijl goddeloze mensen zoveel voorspoed hadden?
Het was onbegrijpelijk voor hem totdat hij in Gods heiligdommen binnenging en op hun einde lette.
Eens zullen wij antwoord krijgen op onze "waaroms".
Laten wij nu eerbiedig en aanbiddend belijden wat Gods Woord ons zegt.
God doet alle dingen, ook het lijden, meewerken ten goede.
Dit is de grote liefde van God, dat Hij het kwaad dat de mensen doen op aarde, soms gebruikt als draden in zijn heilsplan om het goede, de Verlossing tot stand te brengen.
Gelukkig, wij mogen geloven en vertrouwen dat niets, ook het lijden, ons kan scheiden van de liefde van onze getrouwe God en Vader.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief