Pastorale notities
1984-08-31
Vorige week had ik het over de eigen aard der psalmen, als je ze vergelijkt met geestelijke liederen van later. De psalmen schamen zich niet voor tranen, voor klachten en angst, terwijl daarentegen "gezangen" wat "lerend" zijn: "Wil dan nooit vergeten, God verlaat U niet", of "Nu jaagt de dood geen angst meer aan".- Jaargang 28
- nummer 32
Er is nog een ander kenmerkend verschil tussen de psalmen en het geestelijk lied. De psalmen kennen een worstelen met God, terwijl gezangen vaak meteen maar goed vinden, wat God doet: "Wat God doet, dat is welgedaan".
Bij David vind je niet zo maar instemming met wat God doet.
Als hij ziek is of het benauwd heeft, dan vraagt hij: Waarom?
Waar heb ik dit aan verdiend?
Soms erkent hij zijn ongerechtigheden: "Genees mij, want tegen U heb ik gezondigd" maar in dezelfde psalm, waarin hij dát zegt, zingt hij ook: "Om mijn onschuld steunt Gij mij."
(Psalm 41).
In enkele psalmen nadert hij tot God met het argument, dat z'n vijanden, dus Gods vijanden, van Davids ziekte misbruik maken. Ze lachen, omdat hij treurt. Ze zullen God bespotten.
Dus doet hij een beroep op God: Red mii om Uws Naams wil!
Haast U, genees mij, opdat mijn haters niet lachen zullen.
Dikwijls roept David de HERE aan met een beroep op Diens goedertierenheid. Dat is de trouw van Gods kant, in het verbond dat Hij met Zijn volk heeft. "Let op mijn verzuchting, sla acht op mijn hulpgeroep, 's morgens leg ik het U voor en zie uit. Het is toch zodat Gij de leugens prekers en de mannen van geweld verafschuwt? Als Gij dus gaat straffen, straf dan hèn, maar verlos mij dank zij Uw goedertierenheid". (Ps. 5).
Inde volgende psalm heb je hetzelfde. David kwijnt weg: "Genees mij, HERE, mijn ziel is ten zeerste verschrikt. Hoe lang moet dat nog duren? Verlos mij, om Uwer goedertierenheid wil."
In diezelfde psalm (6) voert hij ook het motief aan, dat in het stille graf, onder de doden, des HEREN lof niet klinkt.
In psalm 30 punt hij dat pleidooi nog veel scherper aan: "Ik smeek U om hulp, wat wint U erbij als ik sterf en afdaal in het graf?" (Vert. Groot nieuws Bijbel.) Als wij dat iemand hoorden zeggen in z'n gebed, zouden wij kritiek hebben: "Je bent niet onmisbaar. God vraagt geen rekenschap van Zijn doen. En hij heeft je niet nodig". Maar David zegt: Als ik sterf, lijdt Gij verlies!
Wij beginnen al gauw over “eenswillendheid met God" en over "berusten", "het overgeven".
Ook dat is nodig, maar pas als de strijd gestreden is.
Het "worstelen met God" immers is zo voluit bijbels: "Gij hebt gestreden met God en mensen en gij hebt overmocht".
(Genesis 32 : 28).