De Geref. Oecumenische Synode 1984 (1)

1984-09-07
  • Jaargang 28
  • nummer 33
Er was dit jaar meer dan gewone belangstelling voor de synode van gereformeerde kerken uit de hele wereld (de G.O.S.), die in augustus in Chicago is gehouden.
Van deze synode werd een uitspraak of verklaring over de apartheid in Zuid Afrika verwacht en dat trekt de aandacht van de wereldpers.
Verder zou er een beslissing vanen over het lidmaatschap van de Geref. Kerken in Nederland.
Er was bij veel lidkerken twijfel gerezen over de vraag of deze kerken nog wel als gereformeerde kerken kunnen gelden.
Over de ontwikkelingen in deze kerken zijn de lezers van ons blad voldoende op de hoogte.

Na de Vrijmaking deed zich een merkwaardige ontwikkeling voor.
De synoden van de jaren 1942 e.v. hadden de kerken met hun leeruitspraken en de daaruit voortgevloeide schorsingen en afzettingen te eng, of zoals de term in onze kring luidde: boven-schriftuurlijk gebonden.
Wie nu verwachtte dat deze kerken in dit spoor verder zouden gaan met bindingen kwam tot de ontdekking dat men blijkbaar zo geschrokken is van de gevolgen van eigen handelen, dat de synoden zich hebben onthouden van dogmatische uitspraken en b.v. niet hebben ingegrepen bij leringen die duidelijk in strijd kwamen met de gereformeerde belijdenis.
Op dit spoor is men doorgegaan; na de belijdenis heeft de Schrift het moeten ontgelden en werden openingen gemaakt naar de schriftkritiek.
Het ging stapje voor stapje en mondde uit in een zeer omstreden rapport over het Schriftgezag, God met ons, waarin een "waarheidsbegrip" uit de wijsbegeerte werd geïntroduceerd als sleutel voor het verstaan van de Schrift.
Als gevolg van het "vernieuwd" schriftverstaan kwamen synoden tot uitspraken over de homofilie en vormen van samenleving die veel opschudding in eigen kerken en elders verwekten.

In deze tijd van internationale communicatie van reizen en trekken van kerkelijke functionarissen en theologen, kreeg deze ontwikkeling internationale bekendheid.
Merkwaardig na de bovenschriftuurlijke binding van weleer en even merkwaardig is dat de kerken, die zich van die bindingen indertijd hebben vrijgemaakt, ook een andere richting insloegen met officieuse en officiële bindingen, waarmee zij de synoden van weleer voorbijstreefden.
Het kan verkeren.
De kerken aangesloten bij de G.O.S. kregen met de nieuwe koers van de Gereformeerde Kerken (syn.) te maken en hadden veel bezwaren; wisten niet meer waar ze met deze kerken aan toe waren.
Het gevolg was dat die Geref. Kerken nog al eens in de beklaagdenstoel kwamen te zitten en dat er kerken afhaakten, omdat zij niet langer één internationale synode wilden vormen.
Het zag er naar uit dat er in Chicago 1984 een beslissing zou vallen over de vraag of de Geref.
Kerken nog langer lid van de G.O.S. konden blijven. Onder de lidkerken van de G.O.S. bevinden zich nogal wat "dochters" van de Geref. Kerken b.v.in Canada, U.S.A., Zuid Afrika en Australië.
Het één bij het ander gevoegd bewerkte dat er meer dan normale belangstelling was voor de bijeenkomst in Chicago.
Zo werd ik b.v. op een gegeven moment opgebeld door 'n medewerker van de afdeling geestelijke zaken van het A.N.P., die informeerde naar onze bijdrage op deze synode, welke afgevaardigden wij hadden benoemd; ik heb hem naar anderen verwezen, omdat ik op dat moment niet op de hoogte was.
Wel is mij bekend dat er in onze kerken bezwaren leven tegen een deelnemen van onze kerken in het werk van de G.O.S.
Van de penningmeester van onze vorige landelijke vergadering wist ik dat een enkele kerk geen bijdrage aan de kosten van Breukelen wilde betalen vanwege de voorlopige band met de G.O.S.
De roepende kerk voor de volgende landelijke vergadering heeft soortgelijke moeiten bij het innen van de gevraagde bijdrage.
Het lijkt me daarom goed, alvorens een paar opmerkingen over de verslagen die ons uit Chicago bereikten te maken, het besluit weer te geven dat onze landelijke vergadering op voorstel van deputaten voor contact met andere kerken hebben genomen.
Hiermee kan voorkomen worden dat de gedachte post vat, dat de broeders, die namens onze kerken in Chicago waren (ds G. v.d. Brink en ds A. v. d. Dussen) daar op hun eigen houtje heen zijn geweest.
Het besluit luidt als volgt:

De L.V. overweegt op grond van het rapport inzake de G.O.S.
1. dat de G.O.S. goede mogelijkheden biedt om elkaar als gereformeerde kerken in de wereld te helpen in het blijven volharden in de waarheid van het Woord van God, alsmede om elkaar bij de bezinning op de problemen waarmee Gods kerken vandaag te maken krijgen, te dienen met de wijsheid die God aan elk heeft gegeven, en dat onze kerken deze mogelijkheden slechts tot haar schade ongebruikt kunnen laten;
2. dat de praktische problemen, verbonden aan het G.O.S.-lidmaatschap nihil zijn door de relatief geringe aanslag die de G.O.S. pleegt op tijd en mankracht, getuige ook het feit dat bijna de helft van de G.O.S.-lidkerken kleiner is dan onze kerken.

De Landelijke Vergadering spreekt uit, dat onze kerken daarom graag tot de G.O.S. zouden willen toetreden.

De Landelijke Vergadering heeft echter ook kennis genomen van het oordeel van de commissie dat één van de lidkerken van de G.O.S., t.w. de Gereformeerde Kerken in Nederland, zich steeds verder van het Woord van God en daarmee van de grondslag van de G.O.S. verwijdert, getuige o.m. het rapport over de aard van het Schriftgezag, dat op 4 november 1980 door de Generale Synode van Delft werd vrijgegeven voor bespreking in de kerken als een "duidelijke en con fessioneel-verantwoorde uiteenzetting over de wijze, waarop de Schrift verstaan wil worden.
De Landelijke Vergadering constateert dat er nog steeds onzekerheid is of de G.O.S. in de verhouding tot de Geref. Kerken in Nederland voldoende ernst maakt met haar grondslag".

De Landelijke Vergadering besluit:
1. daarom thans nog niet tot de G.O.S. toe te treden, maar af te wachten, of de G.O.S. in 1984 in de verhouding tot de Gereformeerde Kerken in Nederland metterdaad ernst maakt met de handhaving van haar grondslag;
2. uitdrukking te geven aan het verlangen om met de broederschap in de G.O.S. mee te leven en deze te ondersteunen door
a. in een brief aan de G.O.S. en de afzonderlijke lidkerken duidelijk te maken waarom onze kerken thans nog niet tot de G.O.S. kunnen toetreden;
b. twee waarnemers te zenden naar de G.O.S. in 1984; c. in verband met de draagkracht van onze kerken en de financiële situatie waarin de G.O.S. verkeert de jaarlijkse bijdrage aan de G.O.S. te verhogen tot $ 3000,-, dat is c.a. f 0,25 per ziel;
3. van deze besluiten mededeling te doen aan het Interim Committee en de secr. gen. van de G.O.S. en aan de deputaten van de Chr. Gereformeerde Kerken.

De Landelijke Vergadering verzoekt de Commissie voor contact en samenspreking met andere kerken om
1. de verdere contacten met de G.O.S. te onderhouden;
2. de eerdergenoemde brief aan de G.O.S. en de afzonderlijke lidkerken te schrijven;
3. twee waarnemers aan te wijzen die D.V. de G.O.S. in 1984 zullen bijwonen;
4. erop toe te zien dat de jaarlijkse bijdrage aan de G.O.S.
wordt overgemaakt;
5. in het algemeen de ontwikkelingen in en rond de G.O.S.
nauwlettend te volgen;
6. daarover aan de volgende Landelijke Vergadering te rapporteren.

Indien deputaten van de Christelijke Gereformeerde Kerken besluiten om ten behoeve van de Gereformeerde Kerken in Nederland en de overige G.O.S.-lidkerken te reageren op het rapport inzake de aard van het Schriftgezag, machtigt de Landelijke Vergadering de commissie om desgewenst aan een dergelijke reactie mee te werken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief