Godsdienstonderwijs in een na-christelijke tijd
1985-10-04
Niemand kan zeggen dat er voor het vak godsdienst niets nieuws op de markt is gekomen, de laatste J.O jaar. Op een “methodemarkt" van het Katholiek Pedagogisch Centrum kon men kennismaken met 250 verschillende titels, allemaal bedoeld voor het godsdienstonderwijs.- Jaargang 29
- nummer 38
Ik heb geprobeerd na te gaan van welke ideeën de auteurs van diverse methodes zijn uitgegaan. Vrijwel alle methodes zijn in te delen op basis van de volgende typeringen:
1. Godsdienstonderwijs als cultuuroverdracht
Kenmerk van deze aanpak is, dat het gaat om kennisoverdracht. Het uitgangspunt ligt in de Bijbelse en godsdienstige feiten en waarheden, die de leerlingen zich eigen moeten maken. Hoe komt men aan die kennis? Wel, men zegt: "Vanuit het vak gezien is het belangrijk omdat en dat de weten". Van die, kennis maakt men een uittreksel van een uittreksel en voilà, het leerboek is geboren. Men kijkt dus niet naar: is er belangstelling en "voedingsbodem" voor die kennis, wat zou de leerlingen aanspreken, kan die kennis enigszins aansluiten bij de wereld waarin de leerlingen leven? Nee, het uitgangspunt ligt in wat vanuit de Bijhel en vanuit de godsdienst aan' feitelijkheden geleerd behoort te worden Het kenmerk van die kennis is dan vaak dat het allemaal vrij afstandelijk van karakter is: het doet je niets! In het Hebreeuws kent men twee 'Woorden voor kennis, namelijk "Lamad"
en ”Jada". De eerstgenoemde kennis is kennis van het hoofd, de tweede vorm is kennis van !het hart: kennis waarbij jezelf betrokken bent, kennis die wat (veel) voor je betekent. Wel, de kennis waar het in deze paragraaf om gaat is de kennis van het hoofd, het gaat om feitjes, en als het je ook nog wat doet, is dat mooi meegenomen. Een jaar of vijftien geleden waren alle leerboeken godsdienst op deze leest geschoeid. Ik heb de indruk dat men ook in de catechisatie veelal "Jada" probeert te bereiken door middel van een aanbod van "Lamad".
Kennisoverdracht met actualisering
In deze 'eerste categorie horen ook de godsdienstmethodes thuis die naast kennis ook een toepassing van die kennis geven naar de situatie van onze tijd. Om duidelijk te maken wat ik bedoel, een voorbeeld: Men "behandelt" de 10 geboden (omdat dat essentiële kennis is gezien vanuit de Bijbel) en laat vervolgens de leerlingen een aantal opdrachten maken (bijv. het maken van een poster of een knipselcollage) bijeen aantal van deze geboden. Op die manier probeert men van “Lamad” kennis te komen tot "Jada"kennis. De informatie over godsdienst of over de Bijbel is uitgangspunt en vervolgens wordt (vaak op een exemplarische manier) gezocht naar de geldigheid van de betreffende waarheid in onze tijd, voor ons persoonlijk.
2. Godsdienstonderwijs als maatschappelijke vorming
De tweede trend binnen het godsdienstonderwijs
wordt gekenmerkt door zijn maatschappelijke oriëntatie. Godsdienstonderwijs vandaag betekent bezig zijn met thema's als milieu, vivisectie, discriminatie van buitenlanders en homofielen, kernwapens. Verdraagzaamheid ten opzichte van andersdenkenden, gelijke rechten voor mannen en vrouwen, racisme, enz. Dat is de enige manier - zo zegt men - om te ontkomen aan het gevaar van verbalisme in het godsdienstonderwijs. Want deze kennis “hangt tenminste niet in de lucht". "Kennisoverdracht is ouderwets, het gaat om meningsvorming en attitudevorming (het aankweken van een bepaalde instelling, mentaliteit, houding), zo zegt men. Deze aanpak is door en door "aards". De Bijbel komt slechts ter sprake in vage; algemene termen en er wordt alleen naar verwezen als men een bepaald tekstgedeelte kan gebruiken. Bovendien wordt de Bijbel vaak exemplarisch uitgelegd: Abraham trok weg uit de structuren van zijn samenleving. Jezus keerde zich tegen de gevestigde orde. Doen wij dat ook, of vinden we alles wel best zo? De Bijbel zelf is een tijdgebonden boek, waarin we naar de dieper liggende boodschap moeten zoeken. Dat de Bijbel het geopenbaarde Woord van God is, wordt afgewezen. Vertegenwoordigers van deze trend zien het onderwijs dikwijls àls een factor in de verandering van maatschappelijke structuren. In dat kader worden de godsdienstlessen gegeven. Ik heb de indruk dat deze aanpak weer op z'n retour is, mede door opkomst van de volgende trend.
3. Godsdienstonderwijs vormgeven op basis van onderwijskundige principes
De laatste jaren is er - noodgedwongen - vooral aandacht voor de vraag hoe de belangstelling van de leerlingen gewekt kan worden voor godsdienstige zaken. Men heeft onderwijskundige principes op het vak losgelaten: Zoek herkenningspunten uit de leefwereld van de leerlingen, kom tegemoet aan de belangstelling die er leeft en laat ze vooral ook veel zelf ontdekken en zelf onderzoeken, dan zal de "motivatie" vanzelf toenemen. Nu de leerlingenpopulatie veranderd is en daarnaast ook de instelling van de jongelui en hun basiskennis, kan het vak niet meer traditioneel worden gegeven, Los de problemen op door meer dan voorheen
uit te gaan van de leerlingen, zo vindt deze groep. In deze categorie kunnen de volgende verschillen van aanpak worden onderscheiden:
a. Ga uit van het alledaagse leven
Dat werkt ongeveer als volgt: men begint met een verhaaltje, gedichtje of een beschrijving van iets uit het dagelijks leven. Dat is de aandachtsvanger. Daarna volgt de link naar "iets godsdienstigs". Voorbeeld: "Dromen": begin met een eigen droom te vertellen; gesprek over de vraag of die droom iets te betekenen heeft, vervolgens wordt uit het boek een droom gelezen en besproken. Dan volgt de overgang naar dromen in de Bijbel (Jozef bijv.) en dromen over een betere toekomst. Daar gaat het dan uiteindelijk om. De leefwereld is aandachtvanger. Er wordt gekeken welke religieuze dimensies je eraan vast kan knopen. Nog een voorbeeld: "Sporen": Begin met allerlei soorten sporen; welke sporen laten mensen na; Bijbelverhaal: welke sporen laten wij na voor onze kinderen? Het is me opgevallen dat in verschillende godsdienstmethodes steeds meer "leefwereld" en steeds minder Bijbel/Godsdienst voorkomt.
b. Geef leerlingen levenslessen mee
De godsdienstmethodes die op deze leest zijn geschoeid, proberen jonge mensen te "vormen". Ze willen voortdurend .opvoeden tot allerlei deugden". Vaak leidt dit tot moralisme. Voorbeeld: Thema "Aandacht voor jou": voel je je wel eens eenzaam: oorzaken van eenzaamheid; Jezus zocht eenzamen op; doen wij dat ook? Kenmerkend is vooral de exemplarische omgang met de Bijbel. AIs ik dat soort dingen lees, kan ik ineens begrijpen waarom er zoveel jongelui niets meer van de Bijbel willen weten. Dat soort "gepreek" pik je toch niet als je 15 bent? naar zit toch geen greintje "evangelie" in?
c. Begin bij levens- en bestaansvragen van de leerlingen
In een klein aantal godsdienstboekjes trof ik iets van dit startpunt aan: stel levens- en geloofsvragen die de leerlingen hebben, aan de orde en werk die uit. Het Christelijk Pedagogisch Studiecentrum heeft een project opgezet waarin wordt uitgegaan van zogenaamde "bestaansvragen" . Men koos thema's als "geboorte", "anders zijn", "toekomst', "dood" en behandelt dan ethiek, geloofsleer, geloofservaringen, sociale omgang, verhalen, mythen en riten/gebruiken rond zo'n thema.
d. Laat leerlingen zelf allerlei dingen maken en onderzoeken
Bij Wolters Noordhoff is een methode uitgekomen die de belangstelling van leerlingen voor de Bijbel wil wekken door allerlei dingen te laten maken, te laten uitzoeken, te laten doen. Godsdienstles als opdrachtenles. als doeles. Een paar voorbeelden; Maak een paspoort van Paulus, maak een reclamefolder met informatie over de Bijbel, maak een reisjournaal van Mozes. Kenmerk van deze aanpak is dat de leerlingen heel veel met hun Bijbel aan de slag zijn.
Tot zover de categorie godsdienstmethodes die vooral op basis van onderwijskundige principes zijn opgezet.
4. Godsdienstonderwijs als kans om jonge mensen van het evangelie te vertellen
De meeste van de onder punt 3 besproken godsdienstmethodes kun je in zeker opzicht beschouwen als een aanpassing aan het veranderd klimaat waarin godsdienstlessen op Prot. Chr. En RK-scholen vandaag de dag plaats' vinden. Nu' stuiten we echter op een groep mensen die vanuit een andere visie het veranderde klimaat binnen de godsdienstlessen bezien, De groep is afkomstig uit de zogenaamde "evangelische stromingen".
Men redeneert als volgt: Godsdienstlessen aan zoveel onkerkelijken??? Dat is een prachtkans om mensen in aanraking te brengen Plet het evangelie. Organisaties als Youth for Christ en Jong en Vrij geven materiaal uit dat vanuit deze optiek is opgezet. Voor zover mij bekend is, ontbreken volledige methodes (nog).
5· Een "vijfde weg"?
Wie de punten 1-4 bekijkt, kan constateren dat in elke aanpak wel iets waardevols zit. Ik ben tot de conclusie gekomen dat de “l’Abri-aanpak" (laten we het zo maar even noemen) de voordelen van alle trends in zich kan bergen. Centraal daarin staan twee begrippen:
a. Kennis als "jada" (kennis van het hart)
b. Je tijd leien verstaan. In het volgende artikel zal die aanpak nader worden toegelicht en uitgewerkt. Tenslotte een samenvatting van de in dit artikel besproken trends.
Wat staat centraal?
Bij 1: de leerstof (kennis)
Bij 2: de maatschappelijke bewustwording
Bij 3a-d: de leerling
Bij 4: het geloof
Bij 5: Een combinatie/integratie van deze punten.
(wordt vervolgd)