Uit de pastorale praktijk (2)

1985-10-18
  • Jaargang 29
  • nummer 40
In het vorige artikel hebben we het gehad over het ziekenbezoek.
We willen in dat verband nog op een ander aspect wijzen. Een ziekenbezoek is niet iets, dat je als dominee even tussen neus en lippen door doet. We moeten vuurbang zijn voor het kweken van de gedachte, dat het voor pastores het afdraaien van een verplicht nummer zou zijn. Het regelmatig op je horloge kijken vestigt de indruk bij de patiënt, dat de tijd, die je ervoor uittrekt, belangrijker is dan de attentie, die je de lijdende medemens geeft. Dat leidt tot frustraties, die de verhouding tussen predikant en gemeentelid zeer nadelig beïnvloeden. Alleen in een sfeer van vertrouwen en optimale betrokkenheid kan het ziekenbezoek worden ervaren als een verkwikking in de concentratie op onze medevoelende Hogepriester, Jezus Christus.

Altijd lezen en bidden?
Dat kan men zich in de eerste plaats afvragen wanneer het gaat over het bezoek aan zieken thuis. Uiteraard valt daar geen vaste regel voor te geven. Het wordt vaak mee bepaald door het verwachtingspatroon van de mensen. En daar houd je zeker als jonge dominee, die net van start is gegaan, terdege rekening mee.
Als de predikant erin gegroeid is kim hij er moeilijk meer van loskomen.
Dan handhaaft hij dikwijls die gewoonte zolang hij in die bewuste gemeente staat. In een volgende gemeente kan eventueel verandering in het werkpatroon van de pastor worden aangebracht. Wanneer iemand een paar dagen in het ziekenhuis gelegen heeft en men heeft daarvan bericht gegeven, kan men even een hand .drukken en een praatje maken zonder te lezen en te bidden. We moeten er ook geen potje van maken. Lezen en bidden zijn beide geen routineuze handelingen. Ook moet men niet uit de Bijbel gaan lezen terwijl men de ander er niet op heeft voorbereid. Als je alleen maar wat ·over de ziekte en koetjes en kalfjes hebt gepraat en dan abrupt een Schriftgedeelte kiest en voorgaat in gebed, krijgt het geheel een machinaal karakter en staat het haaks op het bloedwarme belijden. Het is vaak goed een Schriftgedeelte van te voren in zijn hoofd te hebben, het gesprek waar nodig een wending te geven en zo op de Bijbellezing en het gebed aan te werken.
Het gebed, dat men bidt, hoeft niet lang te zijn. Als het maar aansluit bij het ziek zijn van die bepaalde patiënt, die men bezoekt, en inhaakt op het gelezen Bijbelwoord. Laten wij ook de andere huisgenoten al zijn zij misschien op dat moment niet present in zo'n gebed niet vergeten. Het hele gezin kan immers lijden aan een wekenlang durende ziekte van één, zeker wanneer het om een centrale figuur als de vader of de moeder gaat.

In ziekenhuizen
Er komt nog iets bij. Veel bezoeken moeten tegenwoordig worden afgelegd in ziekenhuizen: Dat schept vandaag de dag dikwijls een apart probleem
Vroeger lag dat in doorsnee wat gemakkelijker. Het ziekenhuis vertoonde een meer geordend beeld. De medewerking van verpleegkundig personeel was meer schering en inslag. Het ziekenhuis lijkt vandaag wel op een continubedrijf. Je weet als pastor niet meer wat de beste tijd is voor het afleggen van bezoeken.
Als men op tijd vernomen heeft van een ziekenhuisopname kan men vooraf de patiënt thuis bezoeken en dáár hem naar vermogen geestelijk prepareren op het verblijf in een ziekenhuis en eventueel op een operatie.
Als men overigens de ziekenzaal binnenkomt is het een goede zaak (wanneer de zaal niet al te groot is) ook even de andere patiënten te groeten. Heeft men tijd om ook bij hen even te informeren naar hun toestand dan is dat een goede aanzet om later de hele zaal in te schakelen bij het gebed, Ik zeg dus niet, dat men hele zaaldiensten moet houden. Vroeger las ik in de ziekenhuizen vaak hele stukken uit de Bijbel en ging daarna voor in gebed. Tegenwoordig praat ik met de patiënt uit eigen gemeente maar wel zó, dat de anderen het kunnen horen, over de dingen van het geloof en doe dat met als uitgangspunt - en eindpunt een bepaalde tekst.
Bijvoorbeeld: "Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u." (I Petrus 5 : 7).
Of: "Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard worden zal." (Rom. 8 : 18) etc. Ook keert die Bijbeltekst in het gebed terug. Zo komt dan doorslaggevend het Woord aan het woord. Meestal vraag ik aan de zaal of men geen bezwaar heeft tegen een gebed, dat ik hardop bid en beloof ik voorts allen daarbij te zullen betrekken. Het· gebeurt wel eens, dat een patiënt daarom de zaal verlaat en aan de wandel gaat op de gang, maar door de bank genomen accepteert men het en zijn er ettelijke mensen, die je "later bedanken voor het gebed; omdat je ook duidelijk aan hen hebt gedacht. Menselijkheid en medemenselijkheid - wij spreken terecht liever van naastenliefde bieden een uitstekende invalspoort voor de vertolking van het evangelie van verzoening en genade. Het evangelie is ook vóór de mens al is het niet náár de mens. De verbreiding, wat anders dan de verbreding, van het evangelie roept steeds weerstanden op. Maar door een dergelijke benaderingsmethode worden soms ook mensen van andere kerken, die verwaarloosd worden en echte zgn. buitenkerkelijken getroffen. Zij vragen soms of je alleen voor hén wilt terugkomen. Nu doe ik dat wel bij die zgn. buitenkerkelijken, maar niet bij leden van andere kerken. Ik roep hen in een bepaalde situatie op via de familie zèlf in actie te komen en de eigen predikant te stimuleren zijn werk naar behoren te doen. Ook gebeurt het wel, dat ik de collega opbel om hem nader te informeren en door hem geïnformeerd te worden. Het kan gebeuren, dat men op een ziekenbezoek het gebed moet uitstellen, omdat juist op de kamer een nieuwe patiënt wordt opgenomen. Het is dan een geroezemoes van jewelste doordat men de nieuwkomer allerlei vragen moet stellen en diverse dingen met hem moet bespreken. Dan is het beter niet een gordijn dicht te trekken en vervolgens door het roemoer van stemmen heen· tóch nog een gebed op te zenden. Ik zeg dan altijd tegen het gemeentelid: Dat zou oneerbiedig zijn, want wij moeten ons bewust zijn, dat we in onze gebeden God aanspreken! Men heeft daarvoor dan uiteraard alle begrip. Ik heb het ook wel gehad, dat ik na een hele dag in de gemeente gezwoegd te hebben en veel geestelijke bijstand te hebben geboden, aan het ei~d van de rit gekomen in een ziekenhuis helemaal niet meer uit de Bijbel las en bad. Ik zei dan: Ik wil geen gebedsmachine worden. Ik ben helemaal leeg. Ik kreeg daarover eens een sympathieke brief nota bene van iemand van het Leger des Heils, die als medepatiënte mijn optreden op de zaal had meegemaakt..

Het bezoeken van beiaarden
De bejaarden - je mag tegenwoordig niet meer zeggen: ouden van dagen - vormen een aparte categorie in het pastoraat. Het is goed om zich enige lectuur aan te schaffen waarin op de exclusieve problemen van de bejaarden wordt ingespeeld. Men kan daarmee als pastor zijnwinst doen. Vele bejaarden leven in het verleden ook wanneer zij niet als dement moeten worden aangemerkt. Ze hebben het steeds weer over het verlies van man of vrouw, dat zij maar' niet kunnen verwerken. Naarmate de hulpbehoevendheid groter wordt neemt ook de eenzaamheid toe. Zelfs een bejaardencentrum vermag dat niet te keren. Nu hebben de bejaarden wel ettelijke voorrechten in een christelijk (c.q. gereformeerd) bejaardencentrum: De .gemeenschappelijke koffietafel waar ook kerkelijke en geestelijke dingen onderwerp van gesprek kunnen vormen en. niet te vergeten de dagsluiting of de weekopening en -sluiting en allerlei manifestaties op christelijke leest geschoeid, die worden georganiseerd ten dienste van de bewoners. Het bezoek aan bejaarden is niet altijd even gemakkelijk. Men draait vaak om zichzelf in een nauwe cirkel heen en heeft grote moeite met het harde feit, dat de krachten' verminderen.

Gebrek aan belangstelling
Ds D. van Dijk uit Groningen heeft in zijn boek: "Hoe het vroeger was" eens het volgende geschreven over een bezoek aan een hoogbejaarde 'zuster in zijn eerste gemeente De Knijpe in Friesland. Hij dacht: "Wat zal zo'n oude Christin dicht bij de Heere en bij de hemel leven." "Maar wat viel mij dat tegen.
Ik trachtte op mijn onbeholpen, nog jongensachtige, manier wat met haar te praten en haar een 'stukje uit de Bijbel voor te lezen. Maar ik kon geen vat krijgen. Het oude vrouwtje' wilde niet luisteren. Zij gluurde maar over de gordijntjes naar wat daar op staat voorviel, dat vond ze blijkbaar voor haar oude hart belangrijker dan wat het Woord haar te zeggen had. Nog gevoel ik de teleurstelling, die daarin voor mij lag. Wat ik daar vond heb ik trouwens later telkens weer gezien. Men zegt wel eens, dat als de mensen oud worden zij gemakkelijker dan in hun jonge jaren. het hart aan de Heere geven en neigen tot Zijn dienst. Ik geloof daar niets van. Het hart van de mens is van nature altijd boos en afkerig van de Heere. Het blijft altijd een wonder, dat een mens' gelooft en de Heere vreest. Maar als ge vraagt: "Welk hart staat, menselijkerwijs gesproken meer open voor de roepstem van het Evangelie het hart van de jonge of dat van de oude?" dan zeg ik "Van de jonge". Dat jonge hart mag meer vol zijn van felle 'begeerten, van hartstochten en driften, de vlammende liefde tot God, het heimwee naar de Heere, de enthousiaste overgave aan Zijn dienst, de klaterende vreugde in God vindt in dat jonge hart ook geschikter voedingsbodem, dan in dat oude, verstarde, in de loop der jaren aan de wereld en haar dienst vastgeroeste hart van de oude (a.w. p. 109, 110). Nu kan het laatste gedeelte van het citaat ons wat eenzijdig aandoen, maar in de kern van de zaak heeft ds Van Dijk m.i. gelijk. Het komt n.l. voor in onze tijd, dat bejaarden graag bij de kerktelefoon blijven zitten om
de dienst mee te maken terwijl ze heus nog wel naar de kerk, kunnen gaan. Er zijn er zelfs, die eigenlijk vinden, dat zij lang genoeg naar de kerk zijn gegaan. Dat is geen goede zaak. Het gebeurt dan ook wel, dat ik oude mensen daarover moet, vermanen. Niets gaat immers boven de directe beoefening van. de gemeenschap der heiligen in de samenkomsten van de gemeente.

Fijne gesprekken
Maar er zijn ook vele bejaarde broeders en zusters met wie je steeds weer fijne gesprekken kunt voeren. Als je je oor geduldig te luisteren legt, want geduldig en aandachtig luisteren is een eerste 'oorwaarde: voor het slagen van een bejaardenbezoek, kom je heel wat aan de .weet uit hun eigen leven,.
uit het kerkelijk leven van vroeger en over de maatschappelijke ontwikkeling. Sommige mensen hebben het vroeger heel arm gehad en zijn erg dankbaar voor alles wat zij nu mogen ontvangen en genieten. Als de dankbaarheid op. de oude dag. de mens kenmerkt, wordt steeds meer de rechte gestalte van het geloof gevonden. Dáár ervaart de pastor voor zichzelf een dergelijk bezoek als een verademing, Intussen wordt de eenzaamheid voor de bejaarde steeds groter. Men voelt zich op den duur aan zichzelf overgelaten. Het contact met de anderen in het bejaardencentrum wordt geminimaliseerd wanneer men niet meer op gezette tijden in de koffiekamer verschijnt. Als men stokoud wordt zijn er steeds minder mensen, die je nog kennen en je bij de voornaam noemen. Die eenzaamheid kan zó groot worden, dat er een bepaalde angst uit ontstaat.
Men voelt zich in een engte gedreven. In die angus mag daar de pastor zijn als een angelus, een bode van de HERE, om zijn bejaarde broeder en zuster vanuit het vertroostend evangelie van zijn Zender te wijzen op het land achter de heuvels waar het gras eeuwig groen is.

(wordt vervolgd)

Rectificatie. In de voorlaatste zin van het artikel: Uit de pastorale praktijk1 moet i.p.v. schriftelijk - schriftuurlijk gelezen worden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief