Hugenoten

1985-10-18
  • Jaargang 29
  • nummer 40
Hugenoten - dat is een vreemd woord van Franse afkomst, waarvan de juiste betekenis nog, nimmer werd opgespoord. Dit jaar horen we het woord nog al eens: er was een tentoonstelling in de Nieuwe Kerk van Amsterdam, er komt een Hugenotencongres in Groningen, er worden herdenkingspenningen geslagen, een reeks postzegels en enkele boeken werden dit jaar uitgegeven. Waarom?

Wij leven in een jaar van herdenkingen. Bijzonder protestanten herinneren zich, dat de Franse koning Lodewijk XIV het 'Edict van Nantes' herriep - en wel op 18 oktober 1685, dus vandaag precies driehonderd jaar geleden. Wat hield dat "Edict van Nantes in en wat betekende de herroeping? Wat waren trouwens die Hugenoten?
En wat heeft protestants Nederland daar eigenlijk mee te maken?

Het Edict van Nantes was in 1598 door Henry IV gegeven. Het bevatte een zekere mate van godsdienstvrijheid voor de Franse, protestanten, die sterk beknot werden door de tirannieke Roomse Kerk. Geboorten bijvoorbeeld, doop, huwelijk en overlijden werden alleen door officiële kerk geboekstaafd; maar protestanten waren burgerlijk rechteloos: hun huwelijk werd niet door de staat erkend en hun kinderen golden erfrechtelijk als bastaarden.

Henry IV nu schonk, hoewel afvallig van de gereformeerde leer terwille van een kroon, aan zijn voormalige geloofsgenoten enige tijdelijke rechten,' in het Edict van Nantes. In de volgende 87 jaren werden die rechten echter geleidelijk teruggedrongen en werden de protestanten, erger dan ooit, gemaltraiteerd.
Dit duurde tot' ze bij, enkele honderdduizenden het land verlieten.
En' het is de herroeping 'van dit Edict, in 1685, die de generale exodus der hugenoten markeerde.

De naam hugenoot werd in 1560 voor het eerst gebruikt voor Franse calvinisten, toen nog 16 procent van de bevolking. Deze naam werd meteen gekoppeld aan de protestantse zienswijze, dat men zich tegen de overheid, desnoods met wapens, kan verzetten. Men onderscheidde weliswaar religieuze en politieke hugenoten, maar dat was vermoedelijk het verschil tussen leer en leven, theorie en praktijk. Het "Gode meer gehoorzaam dan mensen" 1) was natuurlijk gezond; maar de praktijk van dit beginsel werd op menselijke wijze gevormd.

Hoe begrijpelijk ook dat de Franse protestanten zich verzetten tegen het verbod van godsdienstoefeningen binnen de steden (daarom hagepreken)hun ongehoorzaamheid bracht de regering tot steeds sterker maatregelen. Die regering, geadviseerd door Jezuïeten, zag in het hugenotenleger staatsvijand nummer een. De reformatorische prediking werd dan ook in 1562 door Catharina de Medicis geheel verboden en dit verbod door het bloedbad van Vassy bezegeld. Bovendien volgde in 1572 de beruchte Bartholomeusnacht, waarbij in opdracht van, dezelfde koningin-moeder in heel Frankrijk tussen de twintig- en dertigduizend gelovigen werden omgebracht. Alleen in Parijs vijfhonderd adellijke personen, Waaronder Gaspard de Coligny, schoonvader van Prins Willem van Oranje!

Ja, tot 1572 werd de reformatie in Frankrijk in sterke mate gesteund door de adel. Door moord, kwelling en wellicht ook door, opportunisme is de kerk sterk teruggelopen, ook in aanzien.
Toen in 1598 de godsdienstvrijheid enigszins verzekerd scheen, telden de protestanten nog maar 8i tot 10 procent der bevolking, anderhalf miljoen zielen. En het aantal kerken was van 2500 tot 623 gedaald,

De kwellingen, vervolgingen, boetes en inkwartieringen (in 1679 officieel overheidsbeleid geworden) betekenden voor vele protestanten de vlucht naar vrije gewesten. Toen het verbleekte Edict in 1685 werd herroepen en de ketters vogelvrij verklaard, verscheen een spotprent 2), die een duidelijke voorstelling gaf van de "Zekere en eerbare methoden. om ketters terug te brengen tot het Katholieke geloof". Die eerbare methoden zijn afgebeeld op de prent, genummerd om misverstanden te voorkomen; ze hielden in: radbraken, gevangenis, geseling, galg, galeislaaf en brandstapel. Ook de herinneringsmunt toont een halfontklede vrouw, gebonden aan een brandstapel. Het bleef niet bij woorden, het werden gruwelijke daden.

De exodus der gereformeerden heeft voor Frankrijk een gevoelige aderlating betekend. In een der historieboeken 3) wordt een brief geciteerd, door de burgemeester van St Quentin aan minister Colbert gezonden, waarin deze zich beklaagt dat vrijwel alle gereformeerden vanwege de' regeringsmaatregelen zijn stad hebben verlaten, zodat een hele industrie is lamgelegd en de stad armoede vreest. Dit ene voorbeeld is met vele te .vermenigvuldigen. En de landen, welke de hugenoten gastvrij ontvingen, zijn daarin gezegend met welvaart, wetenschap en cultuur.

Welke landen? Dat waren eerst Zwitserland, Duitsland en Nederland. Maar ook Engeland, Ierland, de Kanaaleilanden en Zuid-Afrika. In die landen kregen de hugenoten machtige invloeden, die ver boven de proporties van hun aantallen uitgingen. Hadden de Hugenoten niet al in 1635 de later zo beroemde Académie Française opgericht? Nu, zo ging het in het buitenland; laten we zien naar enkele voorbeelden op de Kanaaleilanden en in de Nederlanden.

Jersey, een der Kanaaleilanden, gaf onlangs een reeks van zes postzegels uit, die alle herinneren aan 19de-eeuws:! nazaten van Franse vluchtelingen. Men spreekt van vakmensen, handelaars en ideeën, welke snel in de levensstijl van het eiland zijn opgenomen. Van hun nakomelingen uit de vorige eeuw, die allen bewijsbaar van hugenoten afstamden, koos Jersey vertegenwoordigers van het recht, de kerk, de handel, de industrie, het vakmanschap en de dienstensector. De namen van vijf dezer zullen u weinig zeggen (al is een rechtsgeleerde in de Britse adelstand verheven en Baron van St Hélier geworden)-maar de naam van de industrieel is over de hele wereld bekend: die van Jacob Schweppe, grondlegger van de fabrieken van Schweppes-dranken 4).

Wat Nederland betreft: wat zouden wij zijn zonder Guido de Brès, de opsteller van onze geloofsbelijdenis?
Wat zou de Dordtse Synode van 1618 met haar kerkenordening, wat zou de eerste psalmberijming in onze taal (1566) zijn geweest zonder de Fransen? Hoe zouden onze vaderen de Heidelbergse Catechismus hebben gekend zonder de vertaling van Petrus Datheen, die meteen ook ons Credo vertaalde?

En als we even verder kijken: wie kent niet Marnix van St AIdegonde, de burgemeester van Antwerpen, psalmberijmer van groot formaat, vriend van Prins Willem I? Wie kent niet Jan van der Heyden, kunstschilder en uitvinder van· de slangbrandspuit? Wie kent niet de namen van Trigland, contraremonstrants hoogleraar te Leiden; Gomarus, idem, tegenstander van Arminius;, Polyander à IKerckhoven, de gematigde calvinist van de Dordtse Synode en Baudartius, de vurige calvinist van dezelfde synode? Allemaal hugenoten en nazaten Zullen we eens een lijstje Franse namen doorlopen, die wellicht tot ons spreken? In willekeurige volgorde een greep.

Carpentier Alting, voorzitter der Ned. HugenotenstichtingViruly, schrijvend vliegenier - de Dreu, eens majoor bij het Leger des Heils - Goris, eenmaal een onzer predikantenRoyer, voormalig burgemeester van Hasselt - Doyer, uitgevers en bankiers - Ie Roi, naam van verscheidene predikanten - du Toit, Zuid-Afrikaans psalmberijmer - Marais (a.o. Sarie Marijs en de tekenaar Piet Marée) - Le Grand' - Doude van Troostwijk - Ladru - Leloux - Delprat, van de Ned. Bank - Boissevairi, van de Afscheiding - Collot d'Escury - Granpré Molière, hoogleraar en architect - Dufoure= Cavaljé (van Cavalier, generaal in de Cevennen-opstand) - Briët, kunstschilder - Ie Clercque - Parmentier, de vliegenier - Gardenier (van jardinier = tuinman) - Gardijn, van de Amsterdamse Brandweer - Jordaan, de voorm. tuinbuurt van Amsterdam - Simon Thomas, die in 1940 viel als commandant van Waalhaven - Buys Ballot, stichter van het KNMI- Crommelin, directeur van de eerste spoorwegmaatschappij in ons land - Lansloot (van Lancelot) - Pierson, bekend uit het Réveil - de Frou Molijn (van du Moulin). Enzovoort .... 5)

Van Engeland is :bekend zijn edelsmidkunst: invloed van Franse vluchtelingen. Nederland is bekend om zijn textiel, die samenhangt met de Leidse wollen dekens en in Haarlem straatnamen naliet als Raamvest (van de weversramen), Weversstraat en Garenkokerskade. De opsomming is verre van volledig.

Frankrijk heeft het verlies gevoeld. Geen land in Europa is zo normloos als dit eenmaal zo: bevoorrechte brandpunt van religie, litteratuur, adel, heraldiek, wetenschap, kunst en vele andere gaven van Boven. De systematische vernietiging van het protestantisme heeft het land van onmisbare levenssappen beroofd; waar anderen, ook de Nederlanden, grotelijks van profiteerden 6).

Hier werden de Hugenoten opgevangen door de reeds in de 16e eeuw gevestigde Waalse (d.i. Zuid-Belgische) kerken; die boden de Frans sprekende christenen onderdak. Ze groeiden in aantal uit van 30 tot 62 na de Herroeping; er zijn slechts 14 van over.

Aan de Hugenoten werden voorrechten geschonken: vrije toegang tot de gilden, het poorterschap in de steden, en andere faciliteiten. Ze hielden zich aanvankelijk bij de Eglises Wallonnes; later gingen ze om verschillende redenen naar de vaderlandse kerken over, waarin ze assimileerden en waaraan ze hun religieuze esprit kwijt konden. Ze verloren vaak hun Franse naam, soms door huwelijk, soms door verbastering. U herkent ze aan het hugenotenkruis: het gelijkbenige kruisje, met acht parels of tranen, waaraan de duif hangt als symbool van de Geest.

Noten
1) Hand. 5: 29
2) te vinden in WP Ene.
3) A. Daullé, 'La Réfor-me à St Quentin et environs'
4) zwak- of niet-alcoholische dranken
5) waaromte verzwijgen, dat schrijver dezes de 10e generatie vertegenwoordigt van nazaten van Jean Millot (die in 1624 een stuk tekende. namens de Geref. Kerk van St Quentin) en de 6e generatie na Jan Mieloo van Haarlem?

6) Literatuur: "Vlucht naar de Vrijheid", door H. Bots e.a.. uitg. van Ned. Hugenotenstichting, Zach. Jansestraat 13, Amsterdam; "Op zoek naar de vrijheid", door J. A. iH. Bots e.a., uitg. Bat. Leeuw 1985; WP Ene. onder "Hugenoten"; Kok's Chr. Ene. II onder "calvinisme" en "Frankrijk".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief