Adrian Verbree poetst de psalmen op
2008-04-11
Nuchter- Jaargang 52
- nummer 8
In de reeks kleurrijke boekjes met steeds op de linkerbladzijde een cartoon van Christian Zomer en op de rechter een mini-Bijbelstudie van Adrian Verbree is het eerste deeltje over de psalmen uitgekomen. Een heerlijk boekje. Ds. Verbree gaat op zijn eigen nuchtere, soms lekker dwarse manier de psalmen te lijf.
Origineel met onverwachte wendingen.
Meteen Psalm 1 al: 'Dat mensen zonder God het tij tegen hebben, terwijl de gelovige voor de wind binnenvaart.
Kom nou.' De werkelijkheid is wel even anders, constateert hij nuchter, psalmen schilderen vaak niet de realiteit, maar spreken geloofstaal. En zijn overweging loopt uit op de conclusie: 'De gouden grondregel van Psalm 1 is: Dien God en leef.' Als je na deze opening verwacht dat hij Psalm 18 vers 30 'Met mijn God spring ik over een muur' ook als nietrealistisch neerzet, kom je bedrogen uit. Want hier laat hij tot je verrassing zien dat deze overdrijving zo maar werkelijkheid geworden is.
'Knip- en plakwerk'
Verbree schrijft krachtig, kernachtig en humoristisch, in gewone taal. In twee, drie zinnen laat hij zien hoe een psalm in elkaar zit. Daarbij is hij origineel. Vaak pakt een stukje anders uit dan je verwacht: hij stelt je verkeerde beeld bij, dat is ontstaan door het zingen van losse versjes. 'Knip- en plakwerk' noemt hij dat. Hij zet de strofen weer in het verband van de hele psalm. Zo in Psalm 25. 'Here maak mij uwe wegen...', 'Wie heeft lust de Heer te vrezen', zingen we, terwijl de actuele situatie van de dichter is 'ik ben alleen en ellendig' (vers 16).Overigens, terwijl Verbree fulmineert tegen dat 'hap-snapwerk' gaat hij soms zelf met een losse tekst aan de haal: als hij mediteert over Psalm 4:5 bijvoorbeeld, Weest toornig, maar zondigt niet'.
Indringend en ontdekkend
Humoristisch, origineel, dwars, maar ook heel indringend is de auteur. Bij Psalm 32 wijst hij op de ernst en noodzaak van het schuld belijden. En kunnen we nog wat met Psalm 29?
God als de bewerker van natuurgeweld?
We weten toch wel beter? Nee dus.
Aan de hand van de Psalmen 13 en 16 laat hij de beperktheid van de psalmen zien voor nieuwtestamentische gelovigen. Als psalmdichters over de dood spreken, is het niet met het vooruitzicht op de hemel, maar op het schimmige dodenrijk waar ze beslist niet willen terechtkomen. 'Laat de goddeloze daar verstommen'.
(Psalm 31) Ontdekkend is wat hij zegt over Psalm 38 (nooit bij een ziekbed lezen), 44 (de brutale woorden uit vers 24:4: 'Word wakker, Heer, waarom slaapt u?' gaf God zelf een plekje in de Bijbel), Psalm 47, die wij gewoontegetrouw op Hemelvaartsdag zingen, gaat helemaal niet over Jezus' hemelvaart, maar eerder over Gods nederdaling naar de mens.
| Geen dier dat zo vaak aan zijn belagers is ontkomen als het hert van Psalm 42, een psalm uit de kerkelijke top tien. Helaas, het opgejaagde beest heeft nooit bestaan. Dat “der jacht ontkomen” is een verzinsel van de berijmers.' |
…en kijkplezier
Naast het lees- is er het kijkplezier.
Met de getekende grappen wordt vaak de kern weergegeven.
Schitterend bij de Psalmen 8: de zuigelingen, 23: de herder of 36: de verleiding.
Soms zijn ze indringend ernstig, zoals bij de psalmen 22 en 51.
'Het psalmboek is emotie. Blijheid, verdriet, wanhoop, eerbied, verwondering, angst en dankbaarheid, het is er allemaal. Stap het boek binnen en u kijkt in een spiegel', zegt Verbree in het voorwoord. De schrijver heeft de spiegel opgepoetst en naar de lezer toegedraaid.
Leg Psalmen voor ogen op de leestafel; gebruik het als dagboek. U zult ervan genieten, ervan schrikken, uw Bijbelkennis erdoor verdiepen en uw HEER beter leren kennen. Ook geschikt als zinvol, fijnzinnig cadeau.
Adrian Verbree & Christian Zomer, Psalmen voor ogen. De Vuurbaak, Barneveld, 2007. 66 pag.; € 12,75.
Jan Lakerveld is neerlandicus, redacteur van Opbouw en lid van de NGK in Emmeloord.