Boekbespreking

1984-09-14
  • Jaargang 28
  • nummer 34
Het boek Job,
een verklaring daarvan door ds F. v. Deursen

Weer verscheen er een deel van de serie 'De voorzeide leer' en wordt er goede schriftopening gegeven. Het boek Job is niet één van de gemakkelijkste boeken van de bijbel, maar dat wel erg in het middelpunt van de belangstelling staat. Immers, de problemen van het lijden en van de rechtvaardigheid Gods, worden aan alle kanten gesteld. Komt lijden en tegenspoed van God? Nee, zeggen velen, dat komt van de Satan. Of God is onrechtvaardig, als Hij almachtig is, wanneer Hij het lijden zendt aan degenen die onschuldig zijn; onschuldig dan in de zin, dat het leed niet in verhouding staat tot het kwaad, dat gedaan is. Waarom moeten vromen lijden? Of is God wel rechtvaardig, maar is Hij niet almachtig, kan Hij er ook niets aan doen, maar staat Hij wel aan onze kant?
Ds Van Deursen schrijft dat in het boek Job niet op de vragen van het lijden van de vrome en de rechtvaardigheid Gods wordt ingegaan in theologische en filosofische termen, maar op echt Israëlitische wijze door het vertellen van de aangrijpende geschiedenis van de vrome Job.
Job is vroom, de HERE getuigt ervan tegenover de Satan, die deze vroomheid en integriteit van Job in twijfel trekt. Hij doet het ergens om. Job is door de HERE God in de watten gelegd.
Maar de Satan daagt de HERE uit: Neem hem eens alles af. Dan wordt het duidelijk, dat het werk Gods waardeloos is in Gods kinderen en dat alle vroomheid en godsdienst waardeloos is. Zo komt het grote lijden over Job. Job weet zelf niet van dat geding (ds v. Deursen wil terecht het woord weddenschap niet gebruiken) van de HERE met Satan.
Maar hoe verliest de Satan dat geding!
Ds Van Deursen laat prachtig zien, hoe niet aleen in de bekende uitspraken van hfdst. 21 (De HERE heeft gegeven enz.) en 2 : 10 (zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet?) Job de Satan zware nederlagen toebrengt, maar dit ook b.v, in uitspraken als in 19: 23-29 (dat zijn Goël leeft) (pag. 160 v.v.) hfdst. 28 (Jobs loflied op Gods wijsheid) en elders in het boek, met bewijzen gestaafd wordt.
En het wordt Job niet gemakkelijk gemaakt. Wat maken zijn drie vrienden die hem komen vertroosten, het hem moeilijk. Zij geloven dat God rechtvaardig is, dat Hij de vromen het goede geeft en de goddelozen straft en lijden over hen doet komen.
Nu is het zo, dat de HERE, zo weet Israël uit de omgang met de Verbondsgod, zijn beloften van het goede, een lang leven en dergelijke vervult aan hen, die in oprechtheid voor Hem leven, maar dat Hij degenen, die zijn Verbond verachten straft.
Dat is zijn rechtvaardigheid, Maar nu komt het foute theologische systeem om de hoek kijken bij de drie vrienden.
Zij draaien het om. Overkomt iemand, en in dit geval hun vriend Job het lijden, dan is dat straf van de HERE en is Job onrechtvaardig, hij heeft dat lijden verdiend. En als Job nu maar dat kwaad, wat hij gedaan heeft, bekent en berouw er over heeft, dan zal God hem weer het goede geven. Van Deursen noemt hun opvatting 'de leed is straf theologie'.
Maar Job houdt vast aan zijn gerechtigheid en is niet van plan om terwille van de redding van dat theologische systeem van zijn vrienden, zijn gerechtigheid op te geven.
Niet dat hij zich als zondeloos beschouwt (hfdst. 14: 4), maar hij is niet goddeloos.
In drie gespreksronden wordt de toon hoe langer hoe feller en de vrienden worden steeds gemener. Maar Job houdt aan zijn gerechtigheid vast.
Heel mooi beschrijft Job die gerechtigheid concreet in hfdst. 29.
Hij toont ook duidelijk aan, dat, wat de vrienden zeggen, nl. dat de vromen het altijd goed hebben en uitgered worden en de onrechtvaardigen het altijd slecht hebben of spoedig worden gestraft, niet opgaat, en dat Gods wereldbestuur dikwijls heel raadselachtig is en ondoorzichtig en dat de vromen het dikwijls slecht hebben en de bozen het goed hebben en hun kinderen en kleinkinderen zien en van hen genieten.
Job is, geprikkeld door de vrienden, soms wel over de schreef gegaan in zijn twist met God. En daar wijst Elihu, de vierde vriend, op. Maar dat Job rechtvaardig was, wordt door de HERE betuigd en de drie vrienden moeten schuld bekennen en de voorbede van Job vragen. Maar wat krijgt Job voor antwoord van de HERE God? De HERE vertelt Job niets van het geding dat de Satan zijn vroomheid in twijfel trok en waarom God al dat lijden over Job bracht. De HERE God wijst Job op zijn verhevenheid en ondoorgrondelijke wijsheid en majesteit van Hem, de Schepper. Je moet zelf deze laatste hoofdstukken aandachtig lezen, om te begrijpen dat Job de hand op de mond legt en zich verfoeit in stof en as.
"Nu zie ik U". Treffend schrijft ds Van Deursen, dat Job niet zegt: Nu zie ik het, maar nu zie ik Hem. (pag.
347). En als de HERE Job antwoordt, zo schrijft ds Van Deursen ook heel mooi: "God wil met zijn vragenreeks aan Job, hem niet aftuigen maar overtuigen" (pag. 305).
En op pag. 325: "De grondtoon van dit Vaderlijk verhoor was vriendelijk.
Omdat het niet alleen diende om zijn zoon klein te krijgen, maar om hem daarna ook méé te krijl:en."
Is dan God rechtvaardig? Toen het lijden nog niet van Job afgenomen werd, en hij tot tweemaal toe ondervraagd was door God over Zijn wereldbestuur, zei Job: Ik zie Hem. Hij zag Hem als algoede en rechtvaardige, maar ook als de almachtige, alwijze en vrijmachtige God.
Die niet verplicht is, zelfs niet altijd genegen, ons zijn wereldbestuur te verklaren. Gesteld al dat we het zouden kunnen begrijpen, wat Job tenslotte nederig ontkende.
God is rechtvaardig en goed, al kunnen we Hem niet narekenen. Het kost dikwijls veel strijd om ons vertrouwen op God te blijven stellen, maar door het boek Job wil Hij ons er toe brengen om onze Vader te verheerlijken met ons onverklaarde uit Gods hand aanvaarde lijden en de Satan, ook wat ons betreft, beschaamd te maken. (pag. 368).
Op dit ogenblik staat ook in de belangstelling een ander boek over het lijden, namelijk dat van een Joodse rabbijn Harold S. Kushner, het boek heet: "Als 't kwaad goede mensen treft". Kushner weet uit eigen ervaring van het lijden. Zijn zoontje Aäron lijdt aan de ziekte progeria.
AI van zijn tweede jaar af uit zich de ziekte in haaruitval, rimpelvorming.
Hij ziet er uit als een oud mannetje en kan niet lang leven.
Vlak na zijn veertiende verjaardag sterft hij. Wat er in Kushner en zijn gezin is omgegaan, is onbeschrijfelijk.
Het is een aangrijpend boek, waarin op existentiële wijze allerlei oplossingen worden weergegeven, oppervlakkige en diepere, over de vraag, waarom het kwaad goede mensen treft. Het boek Job komt ook aan de orde. Op pag. 39 schrijft hij: Willen we het boek en het antwoord dat bet geeft goed begrijpen, dan moeten we onze aandacht richten op drie uitspraken die iedereen in het boek en de meeste lezers daarvan graag zouden willen geloven:

A. God is almachtig en de oorzaak van alles wat er in de wereld gebeurt. Er gebeurt niets buiten zijn wil om.
B. God is rechtvaardig en eerlijk en staat ervoor in dat de mensen krijgen wat ze verdienen, zodat het de goeden wèl gaat en de slechten gestraft worden.
C. Job is een goed man.

Over deze drie stellingen gaat de discussie in het boek.
1. De drie vrienden houden vast aan A en B en verwerpen C. God is rechtvaardig en almachtig maar Job is onrechtvaardig. Hij verdient het lijden als straf.
2. Job houdt vast aan A en C en verwerpt stelling B. God is niet rechtvaardig. God is een potentaat, die verheven is boven noties van eerlijkheid. Hij is zo machtig, dat morele regels op Hem niet van toepassing zijn.
3. De anonieme schrijver van het boek Job kiest voor stelling B en C en verwerpt stelling A. Gedwongen om te kiezen tussen een goede God die geen absolute macht bezit en een machtige God die niet absoluut goed is, verkiest de schrijver van het boek Job te geloven in Gods goedheid.
En Kushner is het daarmee eens.
Tegenspoed is helemaal niet van God afkomstig. (pag 45).
De psalmist zegt: Mijn hulp is van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft. (Ps. 121), maar niet: Mijn leed komt van de Heer. (pag. 33).
God staat aan de kant van de lijdenden, maar Hij kan er niet alles aan doen. En God inspireert mensen om anderen te helpen die door het leven zwaar getroffen zijn en door hen te helpen, beschermen ze hen tegen het gevaar van eenzaamheid en verlatenheid en het gevoel veroordeeld te zijn.
Maar met alle begrip voor Kushner en zijn persoonlijke lijden, wil het boek Job ons toch niet leren en dat geeft ds Van Deursen ook als boodschap door, dat alle drie 'stellingen' bij elkaar horen? God is almachtig.
Er gebeurt niets buiten zijn Wil om.
Hij is rechtvaardig en Job is rechtvaardig.
Waarom Job het lijden overkomt, wordt niet uitgelegd. Niet omdat God boven de morele regels is verheven, maar Hij is zo verheven en groot, dat wij Hem niet begrijpen.
Als Kushner Psalm 121 aanhaalt: mijn hulp is van de HERE en niet mijn leed is van de HERE, dan merken we twee dingen daarbij op. Wat moet je dan met de geloofsuitspraken van Job uit hfdst. 1 : 21 en 2 : 10? En ten tweede zegt juist de Psalmist in Ps. 121 niet, dat de HERE de hemel en de aarde gemaakt heeft en dus almachtig is en ook trouw. Hij kan helpen als een almachtige God en wil het doen als een getrouw Vader. H. Cat. Zondag 10. - En heeft art. 13 van de Ned. Gel. Bel. al niet diep over de voorzienigheid van God gesproken in de zinnen: "Want zijn macht en goedheid is zo groot en onbegrijpelijk dat Hij zeer wel en rechtvaardig zijn werk beschikt en doet, ook wanneer de duivelen en goddelozen onrechtvaardig handelen. En aangaande hetgeen Hij doet boven het begrip van het menselijk verstand, dat willen we niet nieuwsgierig onderzoeken, meer dan ons begrip verdragen kan; maar wij aanbidden met alle ootmoedigheid en eerbied de rechtvaardige oordelen Gods, die ons verborgen zijn; ons tevreden houdende, dat wij leerjongeren van Christus zijn, om alleen te leren hetgeen Hij ons aanwijst in zijn Woord, zonder deze grenzen te overtreden."?!
Nog een paar opmerkingen. Ds Van Deursen schrijft op pag. 29 over het 'zonder oorzaak' van het aantasten door Satan van Job, dat dit een minder juiste vertaling is. Hij schrijft: 'Jobs lijden had wel degelijk een oorzaak, al was die Job onbekend'.
Ds Van Deursen stelt daarom voor te vertalen met: 'En zo (ziet ge) dat gij Mij tegen hem hebt opgezet om hem in het verderf te storten - allemaal voor niets. Dat is wel een aardige voorslag, maar niet zo klemmend, lijkt mij. Kun je bij 'zonder oorzaak' niet denken aan het feit, dat de Satan er geen reden toe had om God zo tegen Job op te zetten. Heeft David het ook niet over 'zij die mij zonder oorzaak haten' (ps. 69: '5; Ps. 35 : 19) en vindt dat niet zijn ver vulling bij de Here Jezus, Die zegt: Maar het woord moet vervuld worden, dat in hun wet geschreven is: Zij hebben Mij zonder reden gehaat.
(Joh. 15: 25). De Heiland had er helemaal geen reden, oorzaak, aanleiding toe gegeven. Hij had immers alleen maar goed gedaan. Blinden gaf Hij het gezicht enz. Hij was en is de volmaakte Rechtvaardige.
Op pag. 63 heeft ds Van Deursen het over Elifaz, die een slechte preek houdt over een slechte tekst. De tekst is: ,Zou een sterveling rechtvaardig zijn tegenover God of een man rein tegenover zijn Maker?' (Job 4: 17) "Dat is een slechte tekst, want er zijn wel rechtvaardigen voor God, niet van nature, maar uit genade, doch dat doet er nu niet toe", aldus ds v. Deursen. Daarin heeft hij wel gelijk.
Maar hij gaat dan verder. Elifaz sprak even verkeerd als het versje: 'God enkel licht, voor wiens gezicht niets zuiver wordt bevonden.' Maar als ik nu eens preek over Rom. 3 : 9-30, dat er niemand rechtvaardig is, ook niet één, maar dat ze allen gerechtvaardigd worden om niet uit zijn genade door de verlossing in Christus Jezus, kan ik dan niet mooi laten zingen 'God enkel licht' en vervolgens 'Ach, waar dan heen' en 'Ja, Amen ja, op Golgotha'? Is het misschien zo, dat je kunt zeggen, dat Elifaz een slechte preek hield, maar dat zijn tekstkeuze ook zo verkeerd was tegenover Job?
AI met al een fijn en leerzaam boek, dat ds Van Deursen ons gaf. We zitten nog vóór het nieuwe winterseizoen.
Als nu op de verenigingen en bijbelstudieclubs het boek Job nu eens besproken werd en ds v. Deursen ons een gids, en een goede gids kon zijn!
Hartelijk aanbevolen.
Het werk is weer prachtig uitgevoerd met een gemakkelijk leesbare letter door uitgever Liebeek en Hooijmeijer B.V. Barendrecht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief