Weerbaar altijd
1984-10-05
- Jaargang 28
- nummer 37
De vijand
Ik weet niet of u het aan me kunt zien, maar ik heb het warm.
De vlammen slaan me uit. Ik weet ook wel hoe dat komt, door de vurige kolen, die u op mijn hoofd gedeponeerd hebt. U hebt mij als chr. geref. predikant uitgenodigd hier te spreken. Maar de chr. geref. gedragen zich niet al te vriendelijk tegen de ned. geref., vind ik. We stellen zoveel eisen, we zijn soms zo afwerend. En toch vroeg u mij hier te komen vandaag. Daar heb ik het warm van.
Men moest bij ons eens wat meer in de brief aan de Efezieërs lezen. Want daarin staat dat God scheidingsmuren afbreekt.
Daarin staat dat God Zijn volk tot eenheid brengt,' één Heer, één geloof) één doop, één God en Vader van allen.
Hoe komt het nu dat er toch weer muren opgetrokken worden of, in ieder geval, in stand gehouden?
Hoe komt het dat het met de eenheid van Gods kinderen toch zo moeizaam gaat?
Daar moeten we geen mensen op aanzien. Want 'wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten'. Er zijn gevaarlijke tegenstanders, die God in Zijn plannen en bedoelingen willen dwarsbomen. Aan de opeenstapeling van woorden, waarmee deze tegenstanders worden aangeduid, is al merkbaar dat we ze niet moeten overschatten.
We hebben te doen met een gigantische wereldmacht, die er alleen maar op uit is kapot te maken, te verhinderen, omlaag te halen. Er is sprake van boze geesten en van duisternis. Een geweldige legermacht zwermt uit over de aarde om Gods werk te verwoesten. Ze gaan daarbij listig te werk. Er wordt gesproken van de verleidingen van de duivel.
Deze boze geesten, deze duistere figuren zijn onzichtbaar.
Ze opereren vanuit de hemelse gewesten, dat is de onzichtbare wereld. We zijn omringd door
machten, die alle vreugde in de gemeente willen bederven, die de jongeren afkerig willen maken van het geloof en die ons tot vruchteloosheid willen brengen, zodat er niets van ons uitgaat.
De weerstand
Hoe denken wij het tegen deze machten op te kunnen nemen?
Dat is onmogelijk. Wij zijn totaal niet berekend op zo'n overmacht.
In de afgelopen week hield een oud-strijders-organisatie een herdenking bij het monument op de Grebbeberg. Bij die gelegenheid haalde het oud-2e Kamerlid Schakel in een toespraak herinneringen op aan de meidagen van 1940, die hij als militair meemaakte. Onze bewapening was volstrekt onvoldoende, zei hij. Daarom waren we niet weerbaar. Hij citeerde een zin uit één van de boeken van dr L. de Jong: De strijd van mei 1940 was al verloren in de twintiger en dertiger jaren. U begrijpt de bedoeling van deze zin. Omdat er in de voorafgaande jaren veel te weinig zorg en aandacht was geweest voor de verdediging van ons land, moesten we de strijd in mei 1940 wel verliezen.
Wij hebben een geestelijke strijd te voeren. Hoe is het mogelijk daarin niet het onderspit te delven?
Als we voldoende weerbaar zijn en bewapend.
Daarom: Weest krachtig in de Here en in de sterkte Zijner macht. De Here Jezus was opgewassen tegen de boze. Hij weerstond alle verzoekingen. Jezus overwon satans macht. En nu stelt Hij ons Zijn macht ter beschikking.
Hij wil zelf als muur rondom ons zijn. Daartoe dienen we ons wel bewust in Zijn tegenwoordigheid te begeven. We moeten ons in Zijn hoede stellen.
Wees krachtig in de Here.
Buiten Hem is het onveilig. Niet voor niets staat in Ef. 6 : 18 een dringende oproep tot gebed.
Biddend begeven we ons in de hoede van Christus.
Tweemaal wordt gesproken van 'standhouden' (vs. 11 en 13). Dat is dus mogelijk. Biedt weerstand tegen de duivel en hij zal van u vlieden, zegt Jacobus. Biedt weerstand: dat is: Ga er niet vandoor, stel je tegen de boze op. Durf de confrontatie aan.
Dat kan als we gekleed zijn in de wapenrusting Gods.
In gevechtstenue
God Zelf wordt ons in de Bijbel soms voorgesteld als een veldheer, een krijgsman. Hij draagt een harnas.
"Hij bekleedde zich met gerechtigheid als met een pantser en de helm des heils was op Zijn hoofd", zo staat in Jes. 59: 17.
Wat God zelf aanheeft bij Zijn strijd tegen het kwaad, geeft Hij aan ons: de wapenrusting Gods.
Die alleen biedt afdoende bescherming.
Elk van de 6 delen ervan hebben we nodig.
Allereerst de gordel der waarheid.
Als je vroeger een gordel omdeed, betekende dat dat je op weg wilde gaan. 'Waarheid' moeten we hier verstaan als trouw, beslistheid. Je maakt aan alle onzekerheid een eind. Je doet een keus. "Gordt u aan, gordt u moedig tot de strijd".
Dan het pantser der gerechtigheid.
'Gerechtigheid' is in de Bijbel dat iemand doet wat je van hem verwachten mag. Daarom wordt vaak gesproken van Gods gerechtigheid.
Hier heeft het betrekking op datgene, wat van ons verwacht mag worden. We mogen niet heulen met de vijand, niet lonken naar de zonde. Achter het pantser is het hart. We hebben ons hart op de rechte plaats als het klopt voor de gerechtigheid, een leven naar Gods wil.
We staan stevig in onze schoenen als we onze vastheid vinden in het evangelie des vredes. Daarmee kunnen we uit de voeten.
Dat is ook de bedoeling. Dit evangelie wil ons bereid vinden het voortgang te doen vinden.
En neemt het schild des geloofs aan.
De boze bestookt ons met zijn pijlen om ons te ontmoedigen.
Maar die weren wij af door ons vertrouwen op Gods beloften.
In dat geloof zijn we in staat stand te houden.
En we verliezen ons hoofd niet omdat dat bedekt is met de helm des heils. We rekenen op de eindoverwinning. "De vijand rukt vast aan. Met opgestoken vaan. Hij zal, .. als kaf verdwijnen!!'.
Met het zwaard des Geestes, het Woord van God, bestreed Jezus zelf ook steeds de duivel. "Er staat geschreven ... ". Dàt is ons wapen.
Voorwaarts
"het leven is geen vrede alhier".
In een oude psalm wordt terecht gezongen van "het strijdperk van dit leven". Een leger, waarin onderling verdeeldheid is, verzwakt zichzelf.
Nu in onze tijd de hevigheid van de strijd toeneemt en weerstand meer dan ooit nodig is, moeten we ons aaneensluiten, juist ook als Chr. Geref. en Ned. Geref.
Kerk. We dienen in hetzelfde leger onder dezelfde leiding. Jezus Christus is onze overste leidsman en voleinder van het geloof. Hij voert ons naar de eindoverwinning.
Daarom: Voorwaarts, christenstrijders ... !