Geen parallelweg

1985-10-25
  • Jaargang 29
  • nummer 41
Vorige week ging het in dit hoekje over de roep van de Joden tot Pilatus: “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen”. We bekijken nu Handelingen 18: 5,6. Paulus betuigt in Korinthe, in de synagoge, dat Jezus de Christus is en dat deed hij niet één keer, maar vaak, elke sabbat. Maar de Joden verzetten zich en lasterden. De Groot Nieuws bijbel en de nieuwe vertaling van de bijbel in het Fries hebben daar, dat de Joden Paulus belasterden. Andere vertalingen volgens het Grieks, in die zin, dat het woord “lasteren” een zwaardere betekenis krijgt en op Christus moet slaan. Prof. F.W. Grosheide schrijft in zijn “Commentaar” (Bottenburg) dat er een vloeken van Jezus was, in elk geval een nadrukkelijke verklaring dat Hij niet de Messias waren. Als het zover gekomen is, valt bij Paulus de beslissing. Uw bloed zij op uw hoofd, ik ben er rein van; voortaan zal ik mij tot de heidenen wenden. Je krijgt tegenwoordig de indruk dat men gelooft, dat er twee wegen tot de Vader leiden; de ene weg is die van de band des bloeds met Abraham; de Joden zijn uitverkorenen om der vaderen wil en de andere weg is die waarop de heidenen mogen gaan; de weg van Jezus Christus. Die twee wegen zouden parallel lopen. Ze komen uit op hetzelfde punt. Jezus heeft het zo niet gezegd. Hij heeft tot de Joden gezegd, dat zij de Schriften onderzochten omdat zij meenden daarin, eeuwig leven te hebben, maar die Schriften zijn het, die van Mij getuigen en toch wilt gij niet tot Mij komen om leven te hebben..' Het Woord van de Vader hebt gij niet blijvend in u, want Dien Hij gezonden heeft, gelooft gij niet, noch Mij, noch mijn Vader: kent gij: Indien gij niet gelooft, dat Ik het ben, zult gij in uw zonden sterven. Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt,die heeft eeuwig leven. Ik ben de weg. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.
Als wij het dan verder maar niet al te recht opeen rijtje gaan zetten! Je hebt van die mensen, die zo consequent redeneren kunnen. Zonder geloof zul je het Koninkrijk Gods niet binnengaan, dus: alle heidenen van het oerbegin tot het einde, gaan voor eeuwig verloren. Een Jood moet in Jezus geloven; dus: wie dat niet doet of gedaan heeft, komt in de hel. Het ging er in Korinthe om, dat de Joden in de synagoge, duidelijk kozen en Jezus lasterden. Jezus sprak (we lezen daarvan in het Evangelie naar Johannes) tot Joden die de keus al gemaakt hadden. "Hij is waanzinnig". “Hij is bezeten". Er zijn vele Israëlieten die Jezus niet hebben leren kennen en er zijn er ook velen die een verkeerde kijk op Hem kregen, hebben en dat kan aan Christenen te wijten zijn. Het oordeel over hen is aanbod; niet aan ons. Gelukkig voor hen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief