Een preek voor engelen en demonen

1984-10-12
  • Jaargang 28
  • nummer 38
”…opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden ... " (Ef. 3:10)

Er wordt op ons gelet
In Efeze waren Jood en heiden samengesmolten in totale gemeenschap van heilsgoederen: het delen in dezelfde erfenis, in het ene lichaam en in dezelfde belofte, eens aan Abraham gedaan.
God had de vijanden tot broeders gemaakt.
En dan zegt Paulus dat die eenheid van de gemeente, die eenheid tussen voormalige vijanden, ten doel heeft, dat aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid van God bekend zou worden.
Wie zijn die overheden en machten?
Het meest voor de hand ligt misschien om te denken aan bóze machten, net als in 1, 21 en 6, 12. Dus de duivel en zijn demonen. Voor hen is het loutere bestaan van een gemeente van verzoende vijanden een verbijsterend staaltje van Gods kunnen.
Immers, de verdeeldheid en ontbinding is een kolfje naar satans hand. In de vijandschap tussen de mensen viert hij zijn triomfen.
Dat past in zijn plannen om de schepping te slopen.
En nu moet hij knarsetandend aanzien hoe in de gemeente van Christus de krachten van desintegratie worden overwonnen.
Hij merkt hoe hij terrein verliest.
Dat is voor hem het begin van het einde. De kerk is voor satan het tastbare bewijs en de zichtbare gestalte van Gods wijsheid, die hem uit het veld slaat.
De gemeente zet dankzij de samenbindende kracht van God, die in haar werkt en die de verdeeldheid overwint, de boze machten voor schut.
Maar m.i. is het ook wel mogelijk aan de goede engelen te denken.
Van hen zegt Petrus, dat zelfs zij verlangen een blik te slaan in wat het evangelie verkondigt en uitwerkt (1 Petr. 1, 12). Hoe Christus de eenheid van het menselijk geslacht weer herstellen zou, is voor hen verborgen geweest. Ongetwijfeld hebben ze op Gods wijsheid vertrouwd.
Maar wanneer ze naar de Nieuwtestamentische gemeente kijken, als ze zien hoe Christus de vijanden van vroeger heeft omgevormd en samengesmeed tot één nieuwe, verloste mens, dan wordt zo hun kennis en inzicht in de wijsheid van God verdiept.
Zo wordt er door duivelen en engelen op ons gelet.

Geen tinnen soldaatjes
Hoe zijn wij gemeente van Christus naar Gods bedoeling? Een gemeente, waarin muren zijn weggevallen en tegenstellingen zijn overbrugd en spanningen tot een oplossing komen?
In zo'n gemeente zijn beslist niet alle mensen gelijk geschakeld.
In de eerste christelijke gemeente waren de verschillen tussen Jood en niet-Jood niet weggewerkt.
Ieder had zijn eigen achtergrond of ook zijn eigen volksaard.
God heeft de mensen niet geschapen als tinnen soldaatjes, de één exact gelijk aan de ander.
Maar God schiep de mens om te beginnen als man en vrouw. En met nog andere verschillen. Hij schiep denkers en doeners. Hij schiep mensen, die nogal verstandelijk zijn en anderen, bij wie het gevoel een grote rol speelt. Hij schiep leiders en onderwijzers.
Maar in de samenvoeging van de vele onderscheiden kleuren en tinten weerspiegelt de mensheid het beeld van God.
Ja, waar satan de mensen in zijn greep krijgt ontaard de onderscheidenheid in géscheidenheid.
Verschillen in karakter en in denken en in het beleven van de dingen verworden tot tegenstellingen.
En dat leidt tot vijandschap en verwijdering. Het beeld van God versplintert dan tot scherven waaraan je je tot bloedens toe kunt stoten.

Eenheid in verscheidenheid
In de gemeente hebben wij er oog voor, dat wij elkaar in onze onderscheidenheid aanvullen.
Dat we daarom elkaar ook nodig hebben.
Nu hebben we te maken met een verscheidenheid aan opvattingen op allerlei gebied. En lang niet altijd spreekt de Bijbel daarin een voor ieder helder en duidelijk laatste woord. Zo is er verschil van mening in politieke zaken, over de christelijke levensstijl, hoe het kerkelijk leven georganiseerd moet worden, de visie op Israël, enz.
Oorzaak van de verschillen is een verschil in interpretatie van de bijbelse gegevens m.b.t. de betreffende onderwerpen, waarbij Gods Woord niet onomwonden een bepaalde keuze voorschrijft.
En de één zal zus, de ander zo kiezen.
We kunnen elkaar daarin volkomen vrij laten onder het motto: leder moet zelf maar weten, wat hij doet. Het is ook mogelijk elkaar te verketteren en te veroordelen om een afwijkend standpunt.
Maar in de gemeente van Christus blijven we hierover met elkaar in gesprek. Bepalend is wat aanleiding gaf tot
een keuze zus of zo. Doorslaggevend is of ieder zijn beslissing nam uit liefde tot Christus en onder erkenning van Zijn gezag. En in de gesprekken met elkaar zullen we zo onze keuze tegenover elkaar moeten verantwoorden.
In één van zijn boeken, The Promise, beschrijft Chaim Potok een fel konflikt tussen een streng-orthodoxe rabbi en één van zijn leerlingen over een bepaalde methode van Schriftuitleg.
De rabbi is bang, dat de leerling het gezag van de Schrift aantast. En hij dreigt hem te laten zakken, als hij op het examen van deze methode gebruik zal maken. De leerling doet het toch. En de rabbi laat hem niét zakken! Want, zegt hij, ik merkte aan je stem, je ogen, aan heel je houding je liefde en je erbied voor het Woord van God. Maar jouw methode keur ik evengoed hartgrondig af!
Als we zo eens met elkaar omgingen in de gemeente van Christus.
Dat we elkaar niet verketteren als we overtuigd zijn van de liefde van de ander tot Christus.
Dat we willen luisteren naar wat de ander aan wijsheid van God ontving. Dan doen we de ander niet om zijn anders-zijn en zijn anders-denken uit ons leven weg. Want we ontmoeten elkaar, hoe verschillend ook, bij het kruis van Christus. Tot grote ontsteltenis van de satan en zijn duivelen. Maar tot hemelse vreugde bij de engelen, die God om zijn veelkleurige wijsheid roemen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief