Ingezonden

1984-10-12
  • Jaargang 28
  • nummer 38
Met alle waardering voor het pleidooi van dr Moggré (in Opbouw van 10 augustus j.l.) voor een rustige dood moeten mij toch enige opmerkingen van het hart. De moeilijkheid met euthanasie begint dikwijls direkt al bij de definitie. Het woord betekend niet goede dood, maar goede moord, ofwel goed doden, op zachte wijze doden. Het is een actief begrip, zodat het verkeerd woordgebruik is te spreken van passieve euthanasie. Bij dit begrip gaat het om de bedoeling van wat men doet. Is het onze bedoeling dat de dood zo snel mogelijk intreedt, dan kan men van euthanasie spreken.
Is het onze bedoeling om de patiënt zo goed mogelijk te begeleiden tot het moment waarop hij sterft, dan heeft dat niets met euthanasie te maken.

Datgene wat dr Moggré passieve euthanasie noemt is normale geneeskunst, zoals die door de eeuwen heen door artsen is toegepast.
Er komt een moment waarop de goede arts weet dat de gebruikelijke behandeling verder zinloos is, omdat de dood onvermijdelijk nabij is, zodat deze behandeling alleen maar plagerij wordt. Waar de patiënt onder deze omstandigheden behoefte aan heeft is goede zorg, goede pijnbestrijding en de rust en helderheid van geest (waarvoor infusen nodig zijn, indien het drinken onmogelijk is) om met zichzelf en zijn naasten in het reine te komen.

Zou men in dit geval doorgaan met behandelen volgens de gebruikelijke lijnen, dan zou men inderdaad krijgen wat dr Moggré noemt negatieve euthanasie, een slecht woord, omdat men hier juist niet wil doden, en dit doden zeker niet op zachte wijze plaats vindt. Persoonlijk heb ik dit soort van zinloos blijven behandelen nooit meegemaakt, hoewel ik in veel ziekenhuizen heb gewerkt in verschillende landen. Het is een schrikbeeld dat voortdurend wordt gebruikt om het begrip euthanasie aannemelijk te maken, maar dat in werkelijkheid waarschijnlijk nauwelijks voorkomt.

De voorbeelden die dr Moggrè aanhaalt zijn niet erg overtuigend.
Niemand wordt tegen zijn wil behandeld zonder krankzinnigheidsverklaring.
Verwarring na een narcose, longontsteking, halfzijdige verlamming zijn ziektebeelden, die wel degelijk voor verbetering vatbaar zijn, ook al wordt men niet helemaal de oude. Het is belangrijk te beseffen, dat ook het leven met een handicap zinvol kan zijn. Sommige gehandicapten maken meer van hun leven dan menig geheel gezonde. Vaak is het de omgeving die meer moeite heeft de handicap te aanvaarden dan de gehandicapte zelf. Een behandeling kan zinloos worden, het leven van wie dan ook is nooit zinloos (als er inderdaad nog leven is; in geval van bewusteloosheid kan de patiënt al zijn overleden terwijl men doorgaat met kunstmatige ademhaling, etc.; er zijn echter methoden om in dergelijke gevallen de dood vast te stellen).

Het is ook verwarrend te spreken van "leven rekken", alsof wij artsen in staat zouden zijn dit te doen. Als ik iemand uit het water haal, rek ik niet zijn leven, maar voorkom dat hij voortijdig sterft. Er zijn veel mensen die beter worden na een kanker-operatie. Er zijn ook heel veel mensen die er niet beter van worden. De arts kan niet in de toekomst zien. Het is niet juist te spreken van "lijden rekken"
als de uitslag anders uitvalt dan men had gehoopt. Als een 80-jarige besluit zijn longkanker niet te laten wegnemen, kan dat een heel wijs besluit zijn. Waar ik groot bezwaar tegen zou hebben is deze behandeling te weigeren op grond van de leeftijd.
Wat gezegd wordt over vader Jacob, die, na zijn zonen te hebben gezegend, "zijn voeten terugtrok op het bed en den geest gaf"
(Gen. 49 : 33), beschrijft inderdaad het sterven, zoals God het bedoeld heeft. Door onze angst voor pijn en ongerief bestaat helaas de neiging zijn toevlucht te zoeken bij versuffende middelen, waardoor velen dit hoogtepunt in hun leven niet in staat zijn als hoogtepunt te beleven.
Over de heiligheid (=onschendbaarheid) van menselijk leven valt inderdaad veel te zeggen. In de tien geboden staat: "Gij zult niet doodslaan", d.w.z. gij, als enkeling, hebt niet het recht om iemand anders naar eigen goeddunken te doden. Maar de gemeenschap heeft niet alleen het recht, maar soms wel de plicht, te doden, als het gaat om personen die het leven van anderen bedreigen. Want de gemeenschap heeft tot taak het leven van de wetsgetrouwe enkeling te beschermen. En juist daarom kan de gemeenschap het niet aan de willekeur van de arts overlaten zijn patiënten te doden, zelfs niet wanneer zij er zelf om vragen. Het "Gij zult niet doodslaan" geldt even goed voor de arts.
Ik ben het geheel eens met dr Moggré dat wij artsen zullen moeten nadenken over de zorg en het medeleven die wij aan onze patiënten zouden moeten geven. Als een patiënt om euthanasie vraagt, betekent dit in feite dat er iets aan die zorg ontbreekt.
Wat toch wel het meest merkwaardige is in deze hele discussie in een kerkblad, is dat men de indruk krijgt dat de dood een eindstation is. Een islamitische arts zei eens: "Als er in de wachtkamer van een vliegveld wordt omgeroepen, dat de passagiers voor Rome zich dienen te vervoegen bij uitgang X, denkt u dan dat dit het eind is van de reis of juist het begin?
Christenen, die euthanasie overwegen, geven blijk toch niet veel vertrouwen te hebben in het Vaderhuis.
Want wat is het lijden van de Christen op aarde, waarin hij alleen maar Christus' eigen dood nabij komt, vergeleken bij de duur van de eeuwigheid?"

K. F.Gunning, huisarts voorz. Ned. Artsen Verbond

Euthanasie

De redaktie vroeg mij om commentaar op het ingezonden stuk van collega Gunning.
Ik doe dat met enige tegenzin.
Wat ik in Opbouw van 10 aug. j.l. geschreven heb, deed ik omdat het mij bekend is dat er nog al wat mensen zijn die moeite hebben met een strak wit-zwartschema ten deze. Ook ik geloof daar niet in. Het is niet alleen maar: of voor of tegen.
Als Paulus in 1 Cor. 12 gevraagd wordt wie de "goeden" en wie de "slechten" zijn, dan gaat hij op dat Schijn-dilemma niet in.
Hij velt geen oordeel (zie het slot van mijn vorig schrijven), nee, hij wijst een weg die verder omhoog voert. En dan gaat hij in 1 Cor. 13 schrijven. Over de liefde en wat die allemaal vermag.

1. Welnu, om mee te helpen die uitnemender weg te helpen wijzen, zo mogelijk heb ik geschreven, wat ik geschreven heb. En als coll. G. begint met te zeggen dat euthanasie "goede moord" betekent, vergaat mij de lust om veel te repliceren.
Volgens Van Dale (en zo is het ook in het onder ons in Nederland gebruikelijke spreken), betekent euthanasie:

a. zachte dood, sterven zonder veel lijden

en b. toepassing van middelen om de doodsstrijd te verlichten; (ook) een einde maken aan ongeneeslijk, ondraaglijk lijden door doen of laten.

Om dan in een handomdraai vele te goeder naam en faam bekend staande collegae, die naar eer en geweten hun werk doen, tot zachte moordenaars te bestempelen, vind ik een onaanvaardbare simplificatie.

2. Het woord negatieve euthanasie vind ik ook ongelukkig, het was bedoeld als een soort kapstok om duidelijk te maken wat ik wilde zeggen. En als coll.
G. dan zegt deze vorm van "behandelen"
niet vaak te zien, dan kan ik u zeggen, en dat zeggen vele anderen met mij, totaal andere ervaringen te hebben. Vele, vele voorbeelden zou ik u kunnen noemen. En ik denk dat velen van ons ze in eigen omgeving gezien zullen hebben. Ik wijs weer op het reële voorbeeld waarmee J. H. v. d. Berg zijn boekje "Medische Macht en Medische Ethiek" begint. Ik heb in eigen praktijk een vrijwel identiek geval mee-beleefd.
Hier wou ik het maar bij laten.
Nogmaals, het gaat er mij niet om, persé gelijk te krijgen, integendeel.
Misschien heb ik er slechts een enkeling een stapje verder mee geholpen. Ik gun coll. G. zijn visie, maar ik vraag wel ruimte voor andere, zonder direkt veroordeeld te worden.
Want, met de maat waarmee wij oordelen, zullen wij weder-gemeten worden.

W. I. Moggré, Hilversum

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief