Ik zal de Here loven

1985-11-01
  • Jaargang 29
  • nummer 42
A. De HERE in het hart zien
Psalmen worden veel gezongen. Psalmen werden ook veel gelezen. Ik weet niet, of dat nu ook nog zo is. Vroeger lazen, de mensen aan tafel graag een Psalm, zo na het eten. De reden om juist een Psalm te kiezen, zal meestal zijn, dat je dan een afgerond Bijbelgeleelte kunt nemen. Psalmen staan niet in een bepaalde context. Ze staan alle honderd en vijftig naast elkaar, als mijlpalen, die zich aan de kant van de weg bevinden.

Dit zal niet de enige reden geweest zijn, waardoor de Psalmen tot de meest gelezen Bijbelgedeelten gingen behoren. Het persoonlijke heeft de mensen steeds weer sterk aangesproken. Dat zal nu ook nog steeds het geval zijn. Luther moet eens gezegd hebben: men ziet daar (in de Psalmen) de heiligen in het hart. De komende weken wil ik een paar Psalmen met u lezen.
Niet in de eerste plaats vanuit Luthers gezichtspunt, hoe waardevol dat ook is. Het gaat mij vooral, met een variatie op Luthers uitspraak, om de Here in liet hart te zien.
Ook in de Psalmen staat Hij in het middelpunt. Niet alleen in dit opzicht, dat ze gezongen worden tot Zijn eer. Het gaat bovenal om Zijn activiteit; die staat hier in een -bepaald kader, n.l. van de lofprijzing. De historische boeken vertellen ook, in min of meer uitvoerige verhalen, wat de Here gedaan heeft, en wat Zijn volk nog steeds van Hem mag verwachten.
Het laatste treffen we vooral aan bij de profeten: De Psalmen bevatten geen breed uitgewerkte verhalen; ze vatten het kort samen. Ze gaan er van uit, dat Israël wel wist, wat zich allemaal had afgespeeld. Een enkele verwijzing daarnaar was voldoende.
Maar het gaat, zowel in de verhalen als in de Psalmen om hetzelfde, dat Gods werk centraal staat!

B. Het A.B.C. van Gods daden
Het leek mij goed om in te zetten bij Psalm 111. Deze Psalm is opgebouwd naar een bepaald schema. In het Hebreeuws beginnen de regels achtereenvolgens met de letters van het alfabet. Dit gebeurt wel vaker en zal bedoeld zijn als geheugensteuntje. Zo kon je het beter onthouden.
Wel maakte zo'n strak schema het voor een dichter wel moeilijker om alles in te passen in het geheel. De volgende regel moest dan beslist met de volgende letter van het alfabet beginnen.
Hier komen dan Gods activiteiten voor ons te staan, omlijst door de lofprijzing. De dichter vertelt ervan, maar tegelijk maakt hij er een loflied van. Hij begint enthousiast: ik zal' de HERE van ganser harte loven. Daar eindigt het ook mee: Zijn lof houdt eeuwig stand! Die lof moet doorgaan, alle tijden; die mag nooit verstommen. Dat kan ook niet anders, want Gods werk houdt niet op; dat blijft zich voortzetten, van eeuw tot eeuw!" Hier zien wij ook, wat dit loven inhoudt.
Het komt niet uit de mond van de dichter, als een van buiten geleerd lesje. Het is een zaak van zijn hart. Hij staat er verwonderd van te kijken. Hij roept het uit, in opperste verbazing: groot zijn de werken van de HERE! Hij kan er niet over uit; het vervult hem met een diepe vreugde. Hij blijft niet staan bij die werken, op zichzelf genomen.
Hij ontdekt daarin, hoe de Here is: majesteit en luister is Zijn doen! Toch vormt dat meer de buitenkant; we moeten echter doorstoten naar de binnenkant, naar het hart van de Here.
Dan ontdekken wij, hoe genadig en barmhartig Hij is. Dat ligt achter heel Zijn activiteit. De Here wil ons Zijn genade bewijzen: Genade. Dat is een bekende term, misschien al te bekend.
Als je iemand zou vragen: wat betekent dit nu, dan zou hij waarschijnlijk het antwoord schuldig blijven. Zulke woorden zijn a.h.w. helemaal uitgesloten. Genade is: dat de Here Zich tot ons neerbuigt. Hij doet dan, als een koning, die op zijn troon gezeten is. Iemand nadert hem en de koning buigt zich naar hem toe. Hij aanvaardt hem. Barmhartig is ook zo’n prachtig woord. Het tekent de diepste innerlijke gevoelens, zoals een moeder die voor haar kind koestert. Het is: helemaal met je kind bewogen zijn, ten volle betrokken zijn bij wel en wee. Zo is de Here nu in Zijn hart. Dat komt naar voren in Zijn daden. Wat moet Hij dan? De dichter noemt een paar dingen. Hij heeft geen breed overzicht van Israëls geschiedenis en hoe de Here daarin bezig is geweest. Hij stipt alleen enkele feiten aan. De Here gaf spijze aan wie Hem vrezen (vs. 5). Dat wijst op het manna, dat Israël tijdens de reis door de woestijn gekregen had. Hij gaf spijze: dat lijkt zo simpel en eenvoudig. Maar het behoorde tot de wonderen (vs. 4). Elke dag lag het manna rondom de legerplaats, veertig jaar lang. Ze hoefden er niets voor te doen: geen zaad uitstrooien, geen grond bewerken, niet oogsten, geen dorsen en malen. Al die tussenschakels slaat de Here over. Een ander heilsgebeuren, dat diep verankerd lag in Israëls historie, is de gave van het beloofde land. Dat speelt al vanaf Abraham. De Here had hem beloofd: aan u, aan uw nageslacht, zal Ik dit land geven. Ze bleven echter rondzwervende vreemdelingen, die tenslotte in Egypte een thuis vinden. Maar dat thuisland dreigt uit te lopen op hun ondergang. Dan komt de uittocht, met het uiteindelijke doel: Kanaän. Daar zijn ze terecht gekomen. Als een rijpe vrucht viel dat land hen ten deel. Daar mochten ze voortaan leven. Ook al is dat eeuwen geleden gebeurd, in dit loflied wordt het weer opgenomen. Het ABC van Gods daden moet bezongen worden. Daar kun je niet onbewogen onder blijven. Het moet je steeds weer brengen tot lof en dank, omdat je het hart van de Here daarin hebt gezien. Ten diepste komen we dan bij de Here Jezus. In Hem zien wij Gods hart helemaal voor ons open gaan, in al Zijn liefde. Ik zal de Here van ganser harte loven, voor heel het alfabet van Zijn grote daden!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief