Pastorale notities
1984-10-19
Vorige maand zette ik in dit hoekje een paar stukjes over de psalmen neer en daar kreeg ik brieven op. De teneur van sommige van die brieven was, dat het goed was voor de gemeente, zo'n hoge waardering van de psalmen, zoals ik daarvan had doen blijken, want men zou dan misschien eens áf raken van het verlangen naar gezangen; naar het Liedboek voor de Kerken. Hier komt een misverstand openbaar. Ik had duidelijk geschreven dat het mij ging om de psalmen die van grote persoonlijke nood spreken. Die psalmen kennen een diepte en een hoogte waaraan een \ geestelijk lied zelden raakt.- Jaargang 28
- nummer 39
Toen ik begon met dominee te wezen, was dat in de voormalige burgerlijke gemeente Almkerk.
Bij het kennismakingsgesprek zei de kerkeraad: "Gezangen worden hier niet gezongen". Ik kon dat begrijpen, omdat in Almkerk bij 'de"afscheiding" (ds G. F. GezelIe Meerburg) de gezangen-kwestie de hoofdrol speelde. Sindsdien was de gemeente al meer dan een eeuw lang allergisch voor alles wat maar gezang genoemd werd.
Maar de zondag van pinksteren naderde en wat moet ie dan voor psalmverzen laten zingen.
Met de tweede dienst op die dag had ik geen moeite, want daarvoor had ik een preek over de zending en er zijn genoeg psalmen die van de heidenen spreken, die tot Sion zullen komen. Maar 's morgens! De traditie wil, dat je dan preekt over Hand. 2, het feit van de uitstorting van de Heilige Geest.
Met het beginvers was ik spoedig uit de problemen: dat kon psalm 118 : 12 zijn (uiteraard oude berijming) over de eerstelingen en de rijke oogst. Maar hoe nu verder. Ik schreef op: Ps. 119: 3, "Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwen Geest".
Maar toen ik de onberijmde psalm er op nalas, vond ik daarin geen bede om de Heilige Geest. Veel later las ik een eerlijke opmerking van een expert in de psalmberijmingen, een man uit de kringen van de Geref. Gemeenten, dat inderdaad psalm 119 : 3 (ber.) iets weergeeft dat niet in de psalm staat, maar het is wel "bevindelijk"
wat daar inde berijming staat. Goed, maar daar had ik geen vrede mee. Psalm 25 dan.
"HEER, ai, maak mij uwe wegen, door Uw Woord en Geest bekend." Ik stuitte op hetzelfde. De onberijmde psalm vraagt alleen of de HERE aan David Zijn wegen bekend wil maken, maar de berijmelaar heeft er een scheutje dogmatiek bij gedaan, "Woord en Geest", waarbij je er nog over discussiëren kunt of de Geest ook los van het Woord werken kan.
Psalm 51 : 6 (ber.), dat ging dan nog, al had je daar weer dat klagelijke "ai" dat er kennelijk in de berijming altijd bij staat als het over de Geest gaat: "ai, laat van mij Uw heil’ge Geest niet scheiden". Maar ik moest tot de slotsom komen, dat de psalmen niet spreken van het grote heilsfeit van de uitstorting van de Geest. Mijn eerste gemeente bleef, om zo te zeggen, in de synagoge zitten met haar zingen. Ik geloof dat God van ons een nieuw lied horen wil over nieuwe daden van heil die Hij deed en doet. Een lied waarin ook de naam van de Here Jezus genoemd wordt. Dat is immers de naam waardoor wij behouden worden. (Hand. 4)
In de vorige "Pastorale Notitie" stond de naam van de schrijver foutief vermeld. Dit had moeten zijn Ds A. H. Algra.
Onze excuses aan ds Algra.