Piet

1985-11-08
  • Jaargang 29
  • nummer 43
In zekere zin is deze notitie een vervolg op de vorige. Toen ging het over de ziekenhuispredikant; nu over iemand die als geestelijk verzorger bezig geweest is in een instituut voor geestelijk en lichamelijk gehandicapten. Die persoon ben ik zelf, maar dat heeft er verder niets mee te maken. Het gaat er maar om, dat we iets zien van de verwachting die familieleden koesteren als ze denken aan de geloofsbeleving of zelfs aan het wel of niet aanwezig zijn van geloof, bij hun kind, hun broer of zuster Piet was gestorven, een man al van boven de 65. Hij werd in een familiegraf bijgezet, in een dorp ergens in de Vijfherenlanden. De plaatselijke predikant leidde de uitvaartdienst. De. ouders van Piet leefden allang niet meer. In het lokaal achter de kerk troffen we een handjevol mensen aan en het was zelfs de vraag of zij Piet wel echt gekend hadden. De dominee sprak ervan, dat de familie goede hoop hebben mocht op de zaligheid van Piet, "want wat keek hij altijd blij als hij hier eens weer de kerk zat!" Ik vroeg me af, in hoever dit argument opging, want in het instituut, de Merwebolder, in Sliedrecht, was Piet - ook altijd laaiend enthousiast als André van Duin op de tv verscheen. Ik heb eens bezwaar gemaakt tegen die Jan Duin omdat hij een slaatje sloeg uit het leed rondom de zwakzinnigen (Willempie) maar het deerde de bewoners van de Merwebolder niet. Ze waren weg van het bekken trekken van v. Duin en hei niveau van zijn humor kon door een enkeling daar bereikt worden.
Sommigen konden er nog nét bij, als v. Duin wat vertelde. Dit lag hun niet te hoog. De dominee bij de begrafenis noemde nog enkele voorbeelden van het geloof, dat hij bij Piet veronderstelde.
Ik kende hem ánders, die Piet. Eventjes had ik de ondeugende gedachte dat het toch wel vreemd is dat een dominee van de Gereformeerde Bond, die van Kuyper niets moet hebben, opeens werkte met de leer van de ' veronderstelde wedergeboorte.
Na de begrafenis, bij het koffiedrinken in het lokaal, vroeg een schoonzus van Piet aan mij: "U bent toch dominee van de Merwebolder? En zoals onze dominee het zei, zo was het toch bij Piet? Hij geloofde toch? Nu mogen we toch weten dat hij in de hemel is?" Je wilt daar geen discussie. Ik zei: “Piet is om niet gerechtvaardigd: Niet om iets dat in hem was, maar om wat Christus voor hem gedaan heeft," Maar de vrouw zei: “Ja, wij worden om niet gerechtvaardigd, maar dóór het geloof". Daar had ze gelijk in. Maar dan gaat het over " wij". Wij, mensen die geloven kunnen en die het weigeren kunnen. Die mogelijkheden had Piet niet. Maar de familie wilde dat zo niet zien. Zonder geloof kan het niet, dacht ze. En de schoonzus ging van stoel veranderen, ze ging naar haar eigen dominee zitten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief