Overlevering
1984-10-26
'k Bedoel daarmee niet het overleveren aan een rechter of het uitleveren aan de vijand. Maar wat we met een ander woord noemen: traditie. We staan allen op de schouders van het voorgeslacht, hoorde ik eens zeggen. Helemaal los van het oude zal wel niemand zijn. Ouderen zullen over het algemeen wel bij het oude willen blijven. Jongeren verlangen meer naar wat nieuws. Nu is al wat oud is nog niet goed. Evenmin is dat het geval met al het nieuwe. Ouderen en jongeren zullen contact met elkaar moeten bewaren om niet in uitersten te vervallen. Speciaal in de kerken zullen velen “bie't olde" willen blijven. Met het grote gevaar, dat zulke kerken verstarren.- Jaargang 28
- nummer 40
Het wordt daar de dood in de pot. Het Evangelie blijft wel hetzelfde en ook Gods geboden. Maar toch beleeft elke generatie beide weer anders. Omdat tijden en omstandigheden veranderen. Maar laten we eens nagaan wat vooral het Nieuwe Testament hierover zegt.
Zolang Gods openbaring niet op schrift was gesteld, leefde het oude Israël alleen bij de mondelinge overlevering. De vader vertelde z'n kinderen de grote daden van de HERE. Telkens vinden we opwekkingen daartoe.
Kinderen en kindskinderen moesten weten wat God tot bevrijding van zijn volk had gedaan.
De ouderen moesten het niet verbergen voor de nageslachten.
En ook lang nadat het schrift bekend was en gebruikt werd was toch niet in alle gezinnen de openbaring in geschrift in huis. Ook in de tijd van het N.T. niet. Het duurde tot aan de uitvinding van de boekdrukkunst, dat de geschriften meer verbreid werden. Al moeten we ons daar ook geen te grote voorstelling van maken. Ik stel me voor, dat bijv. 'n Statenbijbel alleen in sommige kerken aanwezig was. En dat alleen de rijken zich een uitgave daarvoor konden veroorloven. Ik las eens, dat in die tijd een volledig exemplaar evenveel kostte als een "hofstede" .
Men leefde dus tot ver na de reformatietijd bij de overlevering.
Dat had ongetwijfeld vóórdelen.
De ouders waren wel gedwongen hun kinderen te vertellen wat de HERE in de loop der eeuwen had gedaan. Terwijl latere geslachten vrijwel nooit over leer en leven met hun kinderen spraken.
En 't is de vraag of dit ook in deze tijd wel veel gebeurt. 't Is best mogelijk, dat dit aan de chr. school wordt overgelaten. Wat niet te prijzen is.
Nu spreekt het N.T. van goede overlevering, maar ook van slechte. Zo is er in de brief van Judas sprake van "het geloof, dat eenmaal de heiligen is overgeleverd".
Lukas schrijft, dat hij tot het besluit gekomen is, in navolging van vele anderen te boek te stellen, na nauwkeurig onderzoek, wat ooggetuigen hebben overgeleverd over zaken, die hun beslag hebben gekregen.
Paulus vermaant de Filippenzen, om te bedenken al wat waardig, rechtvaardig en rein is enz., wat hun geleerd en overgeleverd is.
En wat ze gehoord en gezien hebben van Paulus. In Thessalonicensen schrijft hij: "Staat vast en houdt u aan de overleveringen."
Genoeg om vast te stellen, dat er goede overleveringen waren en zijn, waaraan we ons moeten houden. Maar daarmee is niet alles gezegd. Er is ook sprake van minder goede, ja van ijdele overleveringen.
In de roomse kerk is de traditie onder zekere voorwaarden gelijk gesteld met de Schrift. Ze betreffen leer en leven en moeten volgens het Concilie van Trente "met een gelijk gevoel van vroomheid en gelijke eerbied worden ontvangen" als de boeken van het Oude en Nieuwe Testament. Wat als echte, blndende overlevering moet worden erkend, wordt bepaald door het hoogste leergezag, de Paus. Van daar de zeven sacramenten, die in de Schrift als zodanig niet voorkomen. En bijv. een kerkelijke organisatie en de onderscheiding tussen Geestelijken en leken, waarvan in de Schrift geen sprake is. Trouwens in dit opzicht gaan ook de reformatorische kerken niet vrijuit. Ze hebben een organisatie opgebouwd, waarvoor in de Schrift geen enkel bewijs is aan te voeren.
Dat alles in de kerk met eer en orde moet geschieden, spreekt vanzelf. Maar dat slaat in de Schrift in de eerste plaats op een plaatselijke samenkomst. En daaruit is bovendien niet een organisatie op te bouwen, die dan "klassiek gereformeerd" heet.
Verder zijn er ook in de protestantse kerken bisschoppen, al dragen zij die naam niet. En zijn de domini hoog verheven boven de andere ambtsdragers en gemeenteleden.
Al staat er nog zo mooi in een K.O. dat de drie diensten "gelijkwaardig zijn".
Dit alles niet zonder schuld van de "leiders" en van de gemeenten, die het blijkbaar graag zó hebben.
Dat er goeie overleveringen zijn, in elke kerk wel, zal ik niet ontkennen.
Maar ik zou er wel een paar willen noemen, inzake de leer, die veel ellende hebben veroorzaakt. Blijkbaar houden ook gereformeerden nogal van "grote mannen". Hun woorden hebben soms een gezag, de eeuwen door, die ze volgens de Bijbel helemaal niet verdienen. Ik denk bijv. aan het "eeuwig besluit van verkiezing en verwerping", dat bijv. in de D.L. wordt genoemd. Ik kan dat niet anders noemen dan een soort noodlot.
Zo heeft het tenminste wel in de gemeenten gewerkt. In mijn pastorale praktijk heb ik daarvan vele angstwekkende voorbeelden gezien. 'k Durf rustig zeggen, dat het er met elkaar duizenden zijn. Hele kerkgemeenschappen zijn door deze leer in angst en twijfel gehouden. Wie er ernst mee maakte kwam in Ermelo of Zuidlaren terecht.
Zelfmoorden waren soms het gevolg. Sommigen kwamen door "kenmerken" voor een tijd tot de conclusie, dat zij tot het kleine hoopje "uitverkorenen" behoorden.
Maar ik herinner mij niet één geval te hebben meegemaakt, dat men deze zekerheid behield, Later twijfelde men weer of die kenmerken wel de echte waren. Van enkelen is mij gezegd, dat ze "donker" heengingen.
De verkiezing is eerst wel beperkt geweest tot Israël, maar reeds met de belofte, dat in Abraham álle geslachten der aarde gezegend zouden worden.
En ik zeg met overtuiging, dat de verkiezing onder het N.T. universeel is, algemeen. In de roeping door het Evangelie komt de verkiezende liefde van God tot de geroepenen. Ze valt samen met de verkiezing. Maar die moeten wel "vast" gemaakt worden.
Bevestigd door een godzalig leven. Bewijs? Joh. 3: 16; Titus 2 : 11 VV.; 11 Petr. 1 : 5-11. Wat betreft de tekst "velen geroepen, weinigen uitverkoren" strijdt hiermee niet. Matth. 22 : 14 gaat niet over verkiezing van eeuwigheid, noch over verkiezing in de tijd. Maar over de keuze aan het einde der dagen, de schifting tussen "schapen en bokken". Slot van Matth. 25.
Nog een ander voorbeeld van een slechte traditie wil ik noemen: De waardering of liever onderwaardering van goede werken.
De heilige Augustinus heeft verklaard, dat onze goede werken "blinkende zonden" zijn.
Als ik het wel heb heeft hij ze vergeleken met een rotte vrucht.
Bijv. een appel, met een mooi, rood schilletje. Maar als men er in knijpt blijkt hij voos te zijn.
'k Ontken stellig, dat de Schrift zo over goede werken spreekt.
Goede werken zijn goed en beste werken best. Volmaakt? Neen.
Maar we zullen wel naar de volmaaktheid streven. Zoals Paulus deed. En als we geen goede werken doen zijn we "werkers der ongerechtigheid". En staan we buiten het Koninkrijk Gods. Zo zegt de Here Jezus het aan het eind van de Bergrede.
Wee, als we naar het oordeel van Christus, "onnutte dienstknechten" zijn. Als we ons ene talent begraven. Dan zal ook dat éne van ons worden genomen.
Te roemen is niet geoorloofd.
Want ook goede werken zijn Gods gaven. Hij werkt het willen en het werken. Maar dat neemt niet weg, dat wij onze redding moeten werken. Met heilige zorgvuldigheid. Al hebben nog zo grote mannen in de kerk beweerd, zoals bijv. Luther, dat goede werken schadelijk zijn voor onze zaligheid.
Laat die grote mannen maar varen en houdt u aan wat er geschreven staat.
Genoeg om over na te denken. En te toetsten aan de Schrift.