De naam van de roos
1984-10-26
Lezing, gehouden op 13-10-'84 bij de opening van het l'Abri-huis in Utrecht.- Jaargang 28
- nummer 40
In 1983 verscheen het in italiaans geschreven boek "De naam van de roos" in nederlandse vertaling. Het boek is in korte tijd tot een bestseller geworden. De schrijver is een professor in de semiotiek in Bologna (semiotiek is een kruising tussen taalwetenschap en filosofie). Het boek is een detectiveroman die zich afspeelt in de middeleeuwen. Het verrassende van dit boek is de combinatie. Kan je in de vorm van een detective-roman de diepe vragen aan de orde stellen die een professor in de filosofie in zijn wetenschap tegenkomt? Het blijkt te kunnen. Want het boek van Umberto Eco is toch vooral en in de eerste plaats een boek dat zich bezighoudt met DE WAARHEIDSVRAAG.
Wat is waarheid?
Het is om deze reden dat ik dit boek vanmiddag bij de opening van ons huis in Utrecht bespreek.
Het gaat ons immers bij al ons werk in l'Abri om de waarheid. Ik zou het breder en sterker willen zeggen: wanneer er gepraat, gedroomd, verteld, gehuild of gelachen wordt over de waarheid dan willen wij als gemeente van Christus erbij zijn.
Hoe kan het anders als wij navolgers willen zijn van Christus, die gezegd heeft dat heel Zijn leven maar op één doel gericht was en dat is: voor de waarheid te getuigen. Toen Hij dit zei oog in oog met Pilatus vlak voor Zijn Kruisdood - toen haalde deze de schouders op en zei: Wat is waarheid? (Joh. 18 : 38).
Detective
In een detective-roman gaat het om het ontmaskeren van de misdadiger en daarmee om de onthulling van de waarheid. Dat blijkt in een detective alleen maar mogelijk door het opmerken en interpreteren van tekenen en aanwijzingen die tot de waarheid kunnen leiden. Sherlock Holmes was daar heel sterk in. Hij kon aan het afgekloven peukje in een asbak zien hoe ond de moordenaar was, waar hij woonde, wat voor stropdas hij droeg en dat hij een dochter van 4 jaar had die net haar verjaardag had gevierd. Toch blijkt in een goede detective-roman de ontknoping anders te zijn dan was verwacht. Er was nog een ander verhaal, dat niemand wist.
De hoofdpersoon van dit boek van Eco is duidelijk op Sherlock Holmes geïnspireerd. Dat blijkt uit de naam van zijn compagnon: de leerling-monnik Adson, wiens naam sprekend lijkt op de onnozele dr Watson. Aan hem kon de scherpzinnige detective al zijn vernuftige verklaringen kwijt. De Sherlock Holmes van dit boek heet William van Baskerville, een engelse franciscaner monnik die in november 1327 een bezoek brengt aan een welvarende noord-Italiaanse abdij.
In dit klooster is net op de dag van zijn aankomst een moord gebeurd. Een jonge monnik is uit het raam van de bibliotheek in en ravijn gevallen, gesprongen...
of geworpen? De ramen achter hem bleken echter gesloten en dat maakt het laatste het meest waarschijnlijk. De komst van William heldert deze moord niet op. Integendeel: er gebeurt op ieder van de nu volgende zes dagen waarover dit boek handelt nóg een moord.
Zeven moorden op zeven dagen.
Wie is de dader? William volgt als een speurhond eerst het ene spoor - de homofile aard van het eerste slachtoffer - als dat doodloopt het 2e spoor (de moorden voltrekken zich precies overeenkomstig de doodsoorzaken die het gevolg zijn van de zeven bazuinen uit het bijbelboek Openbaring). Ook dit 2e spoor loopt dood, zodat William dan een derde spoor volgt van een geheimzinnig boek dat alle vermoorden in handen gehad hebben en dat vergiftigde bladzijden bevatte, maar als uiteindelijk de ontknoping volgt blijkt er toch nog weer een ander verhaal te zijn. De tekenen en aanwijzingen die William volgde hebben hem naar zijn eigen zeggen bij toeval op het spoor van de ontmaskering van de misdadiger gebracht: de oude gepensioneerde en blinde monnik Iorge van Burgos, maar al die moorden in een ordelijke reeks laten zich niet alleen vanuit het verhaal van die ene oude monnik Iorge verklaren.
Orde in het universum
Hiermee raken wij het hoofdthema van dit boek: is er wel orde in het universum?
Zijn alle moorden op de zeven dagen wel vanuit één geheime waarheid verklaarbaar?
Dat dit de hoofdvraag van het boek is blijkt uit de titel: De naam van de roos. Want "de roos" was in de middeleeuwen hèt symbool bij uitstek van de diepere harmonie die er schuil gaat achter de veelvoud van verwarrend en verbijsterende gebeurtenissen.
Ja, zegt de middeleeuwer - er ligt aan alle verschijnselen een diepere harmonie ten grondslag. Er is een roos in het kruis. Er is waarheid. Er is orde. Wij kennen die uit de openbaring. Maar de zichtbare werkelijkheid ligt bezaaid met tekenen die boven zich uitwijzen naar die waarheid. U begrijpt: in de speelse vorm van deze detective worden hier toch eigenlijk de vragen behandeld die juist na de tweede wereldoorlog opnieuw zijn opgelaaid. Is er een antwoord op de vraag van het lijden?
Wat zit er voor orde of geheim achter het kwaad, de rampen en de moorden waarmee onze wereld geplaagd wordt?
Fanatisme
In het boek dat wij bespreken worden er twee antwoorden gegeven.
De ene positie wordt ingenomen door Iorge van Burgos.
Hij is de hoofdmisdadiger maar waarom heeft hij ettelijke van deze moorden op zijn geweten?
Omdat hij de waarheid wilde verdedigen.
In de oude en kostbare bibliotheek van het klooster ligt een heidens boekwerk - het is een verloren gegaan manuscript van Aristoteles "De comedia". De inhoud van dit naar Jorges mening door en door heidense boek is desastreus voor de bijbelse waarheid. Want in dit boek zegt Aristoteles dat de diepste waarheid pas gevonden wordt als wij leren te lachen. Alleen de humor bevrijdt een mens tot waarheid.
Die waarheid ligt niet vast. Ze is het bevrijdende inzicht dat wij ze toch bij ons laatste pogen weer niet te pakken hadden.
Jorge is bibliothecaris - zelfs een heidens boek verbrand je niet.
Maar hij heeft gezworen dat niemand dit boek ooit in handen mag krijgen. Het ligt opgesloten in een verborgen kamer midden in de oude bibliotheek die de vorm heeft van een labyrinth. De ontknoping van het boek vindt plaats in deze verborgen kamer waar William weet binnen te dringen door een spiegel te laten kantelen via een geheim mechanisme.
Maar Jorge die in deze kamer hem al opwacht geeft zich niet gewonnen. In de laatste wanhoopspoging om het boek te beschermen eet hij het op. Het vergif dat door hemzelf aan de bladzijden was gesmeerd doet zijn werk en de halfdolle Jorge rent als een waanzinnige door de biblotheek waar hij kaarsen doet omvallen en dorre perkamenten in de brand doet vliegen. Het boek loopt dan ook uit in de totale vernietiging van het klooster dat door deze brand in de bibliotheek met de grond wordt gelijk gemaakt.
Iorge is met zijn fanatisme voor de absolute waarheid in dit boek de duivel zelf. Hij gaat in zijn verdediging van de waarheid letterlijk over lijken.
Wij herkennen in hem die harde zelfrechtvaardige geest van christenen die ineens in de rechterstoel van God gaan zitten en menen dat de waarheid met hun verdedigende werk staat of valt.
Neen, zo zal de gemeente van Christus nooit mogen zijn. Geen apologetiek in de stijl van Jorge.
Maar hoe dan wel? Vallen wij dan niet zonder meer in de armen van William van Baskerville?
In dit boek (zei ik) zijn maar twee posities mogelijk. Of je lijkt op Jorge of op William.
Scepticisme
Laat mij de hoofdpersoon William nu eens wat duidelijker beschrijven.
Al direkt op blz. 20 zegt Adson van hem: hij is een zoeker - op zoek naar de waarheid en tegelijk altijd weer twijfelend aan de waarheid zoals die hem op dat moment toescheen.
In dit boek is William als leerling van Roger Bacon bij uitstek het beeld van de kritische wetenschapsman. Koel in zijn benadering, scherp in zijn analyse, logisch in al zijn gevolgtrekkingen en altijd uitgaande van wat hij waarneemt. Te beginnen met de tekenen! Een detective ziet die peuk in de asbak, en weet het al en stoot door naar de waarheid. Schitterende voorbeelden staan daarvan in dit boek. Maar stoot William nu echt door naar de waarheid?
Hier sluipt de twijfel in. Bij William zelf allereerst: hij zegt aan het eind van het boek tegen Adson: Ik heb mij als een stijfhoofd gedragen door achter een schijn van orde aan te jagen terwijl ik heel goed diende te weten dat er in het universum geen orde is. 'Maar (werpt Adson tegen) door een verkeerde orde te bedenken hebt u toch iets gevonden ..... .' en William antwoordt: "Je hebt iets heel moois gezegd, Adson, ik dank je. De orde die onze geest bedenkt, is als een net, of een ladder die men construeert om ergens te komen.
Maar daarna moet men de ladder wegwerpen omdat men ontdekt dat ze van zin verstoken was...... Terecht concludeert Adson - zonder dat William dat overigens bevestigt of ontkent: dat staat gelijk met bewijzen dat God niet bestaat." (p. 512, 513) Adson zelf blijkt in zijn naschrift onder de roman door William zo beïnvloed te zijn dat hij het geloof in een persoonlijk God heeft opgegeven en vlak voor zijn sterven alleen nog uitziet naar een diep zwijgen (p. 521).
De grote stilte
Het was Ingmar Bergmann die in een film de geestelijke ontwikkeling van de moderne mens daarin zag uitmonden. Hier eindigt ook het boek van Umberto Eco. "Ik zal verzinken in de goddelijke duisternis, in een woordeloze stilte en in een onuitsprekelijke eenheid en in dit verzinken zal elke gelijkheid en ongelijkheid teloor gaan, ik zal in de stille woestijn zijn opgenomen waar nooit verscheidenheid gezien is." (p. 521).
Ik schreef dit boek wel in naam van de roos, zegt Eco in de laatste zin, maar uiteindelijk is ook de roos niet anders dan wat water en geurstof. Naakte namen houden wij over. Er beantwoordt geen werkelijkheid aan al onze mooie woorden of diep geladen symbolen. Dat is het wanhopige antwoord van de nachristelijke europese denker: Umberto Eco.
De scherpe kritische wetenschappelijke geest van William van Baskerville heeft tot het ogenschijnlijk onontwijkbare einddoel geleid van de ontkenning van de roos.
Onjuist dilemma
Ik zou op dit moment even weer alle aandacht willen samentrekken.
Tot nu toe zal mijn lezing voor diegenen die het boek niet gelezen hebben wel erg compact geweest zijn. Daarom ga ik van hieruit nu iets gemakkelijker verder. Laten wij Iorge en William van Baskerville en hun avonturen die in dit boek heel boeiend en met grote kennis van de middeleeuwen beschreven worden nu maar even achter ons laten en de draad opnemen waar ik ze in de inleiding trok.
De gemeente van Christus is pijler en fundament van de waarheid.
Dat is een woord van Paulus.
Aanplakzuil staat er letterlijk in het Grieks. Dat kan je natuurlijk wel vergeten als Je net als Adson William van Baskerville volgt. Maar er lijkt geen ander alternatief. Want wie wil de voetsporen drukken van Jorge?
Hiermee is de verlegenheid aangeduid waarmee wij in het werk van l'Abri bezig zijn. Kijk maar naar de behandeling die dr Schaeffer ten deel viel in de grote pers. Der Spiegel, Newsweek.
Ik hoor het Schaeffer nog zeggen: I believe in true truth, een woordgebruik waarmee hij op zijn wijze invocht tegen William van Baskerville. Maar waar werd hij door de modieuze journalisten geplaatst? Aan de kant van Jorge van Burgos.
Wie in l'Abri geweest is zal weten hoe diep die opgedrongen positie ons kwetst. Want als er één ding is dat in l'Abri duidelijk was en is en zal zijn dan is het dit dat waarheid persoonlijk is. Dat wij niet geloven in een onpersoonlijk star systeem maar in de levende waarheid van een persoonlijk God die ieder van u en mij bij name kent. Het dilemma van Umbarto Eco liegt. Het is precies dezelfde tegenstelling die de middeleeuwen beheerst met zijn spanning tussen scholastiek aan de ene kant en zijn mystiek aan de andere kant. Inderdaad hel ik er toe over om Eco toch meer als een middeleeuwer te zien dan hij zelf wil.
Maar dan de middeleeuwen 1327 vóór de Reformatie. Het heilloze dilemma tussen scholastiek en mystiek is nl. in de reformatie bij een herontdekt evangelie doorbroken. De afstand tussen Eco en de bijbel is de afstand tussen 1327 en 1517. Het was Luther die tegen die "Huren vernunft" waarschuwde. Een rede die autonoom wordt, rationaliseert alles kapot. Maar het was ook Luther die vooral later afstand nam van de mystiek van de middeleeuwen tot als extreemste vorm het versmelten met een zwijgende God. Of die mystiek nu uit Oost of West komt daar komt zij altijd op neer: één worden met het alles omvangende niets.
Dat heilloze dilemma heeft Luther doorbroken door de herontdekking van het evangelie, nl. dat God een persoonlijk God is en een band zoekt met mensen die voorheen Zijn vijanden waren. De waarheid wordt niet door Jezus geléérd als een systeem! Hij zegt: Ik bèn de waarheid levend uitdagend, ontmaskerend, persoonlijk. Zo is de waarheid van de bijbel.
Ze is hier een rond allesverklarend en eeuwig, wiskundig, verstard leerstelsel. Ze is integendeel: oordeel, uitweg, bevrijding, roepstem, waarschuwing en dat alles in de ene mens in wie God persoonlijk verschenen is.
Waarheid en gemeenschap
Die waarheid vraagt in iedere tijd om een nieuw belijden. Maar van de apostel Johannes hebben wij geleerd dat zij vóór alles gedaan moet worden. Wij moeten In haar wandelen. Zij moet in ons gestalte krijgen. Waarheid en gemeenschap ze horen nauw bijeen - als broer en zuster en moeten beide in het l'Abri-werk onafscheidelijk aan elkaar verbonden blijven. Daarom zal ook dit huis in Utrecht naar wij bidden en hopen een plaats moeten zijn waar het persoon-zijn van God en de persoon van ieder mens die komt boven alle andere dingen voorrang hebben.
Getuigen van de waarheid, gesprek en gebed horen hier onlosmakelijk bijeen.