Het wonder van de geboorte
1984-11-02
Lachen of gnuiven?- Jaargang 28
- nummer 41
Als er ergens een kindje geboren wordt, is het (meestal) feest. De vader en moeder sturen kaartjes rond om het de mensen te vertellen, en dan komt het bezoek. De kamer raakt vol bloemen, de moeder streelt de baby-kleertjes, het bezoek geniet van beschuit met muisjes - feest in huis.
Eén keer heb ik 't anders meegemaakt.
In een klein stadje was een baby-tje geboren - en 't leek wel of het hele stadje feestvierde.
Toch was het geen prinsje; 't was een heel gewoon jongetje uit een heel gewoon gezin. Maar het muziekcorps kwam voor de deur en speelde dat het een lieve lust was. De omstanders weken- uiteen toen er een rij mannen aankwam.
Die droegen een lange plank op hun schouder en op die plank een reusachtig groot krentebrood - zeker 'n meter lang.
Onder het gejuich van de toeschouwers droegen zij het de trap op en brachten ze het aan de moeder.
Alleen de móeder had tranen in de ogen, ze huilde ’n beetje waarom? Omdat ze al zo oud was - ze was al 54 jaar, en dan krijgt bijna niemand meer een kindje. Ze voelde zich eigenlijk te oud. En ze begreep wel, dat die lachende mannen met hun krentebrood en al die juichende mensen buiten eigenlijk ook een beetje óm haar lachten: ha, ha - al 54 jaar en dán nog een baby-tje ...
Uitgestelde hoop
Neen, het is best goed gekomen met die moeder en die vader en dat baby-tje: z'n broers en zussen waren maar wát gek met hem. Maar misschien illustreert dié geboorte enigermate hoe wonderlijk het was, dat er bij Abraham en Sara nog een kindje werd geboren. Want de moeder was al 90 jaar en de vader 100 jaar ... Als je zó oud bent, kun je echt geen kinderen meer krijgen - dat was tóen al niet anders.
Zoiets is ook maar één keer sinds de dagen van Sem meer gebeurd in de mensengeschiedenis.
En die ene keer was beslist geen toevalstreffer. Heel expres heeft de HERE God Abraham en Sara op een kindje laten wachten. Zo lang dat iedereen wel moest zeggen - ook Abraham en Sara zèlf -: nu kan het ècht niet meer.
Alleen al in het beloofde land, Kanaän, hebben ze 25 jaar lang op de vervulling van Gods belofte moeten wachten. En elke keer lezen we: en Abraham geloofde God, hij vertrouwde: God houdt zijn woord. Zijn geloof is in de bijbel meer dan spreekwoordelijk geworden.
Waarom ze dan toch zo lang moesten wachten?
Toch niet, althans niet alleen, om hun geloof op de proef te stellen. Eerder ondersteunde God dat geloof door keer op keer hun te verzekeren, dat hun nageslacht ontelbaar zou worden: als de sterren aan de hemel, het stof op de aarde, het zand aan de zee.
Gods kerk - Gods werk
Waarom ze zo lang moesten wachten? Omdat God wilde dat ieder, ook wij, zouden zeggen: deze geboorte was een wonder van de HERE. Calvijn zei het ongeveer zo: de mensen moeten weten, dat het volk Israël (“Abrahams zonen") en later de gemeente van Jezus Ohristus (óók "Abrahams kinderen") een schepping zijn van God: Gods éigen werk.
Geen wonder dat de verteller in Genesis 21 daar alle nadruk op legt: de HERE bezocht Sara ...
"Ongewoon en indrukwekkend staat hier 'de HERE' voorop: de vervulling is Gods werk" (Van Selms).
En hoor dan verder hoe nadrukkelijk dit alles aan Israël en ons wordt ingeprent:
- de HERE bezocht Sara, zoals Hij gezegd had,
- en de HERE deed aan Sara, zoals Hij gesproken had,
- en Sara werd zwanger, en zij baarde aan Abraham een zoon in zijn ouderdom, ter bestemder tijd, waarvan God tot hem gesproken had.
Opnieuw citeren we dr A. van Selms: "Driemaal wordt in dit en het volgende vers (21 : 1, 2; P.) naar de beloften in de voorgaande verhalen verwezen; wie deze verzen of delen daarvan over verschillende bronnen verdeelt, toont niet te weten dat bijbelse zowel als ugaritische litteratuur de drieslag gebruikt als het bijzonder belangrijk wordt."
Afgezien van het opdelen van Genesis in 'verhalen' zijn we het ermee eens: déze geboorte was bijzonder belangrijk. En zij was heel in het bijzonder het opzettelijk werk van de HERE.
Nog een citaat: "Sara wordt zwanger, dank zij de 'aandacht' die de Here aan haar schenkt.
Zwangerschap en geboorte zijn niet enkel natuurlijke processen; zonder Gods zegen zouden ze niet plaats vinden." (id.).
Recht doen aan Genesis 1 en Psalm 113
Jammer: die laatste bijzin ontneemt aan het voorgaande zijn kracht. Dat zwangerschap en geboorte zonder Gods zegen niet zouden plaats vinden, was al lang te voren verteld. Lees er Gen. 1 : 28 maar op na: en God zegende hen en God zei tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk ... Met de schepping van de mens is de zegen van zwangerschap en geboorte uitdrukkelijk meegegeven. Juist op de uitzondering vestigt de verteller alle nadruk: deze geboorte was heel in het bijzonder het opzettelijk werk van de HERE. Het was ook heel opzettelijk zijn werk, in dit geval, dat Sara al die jaren lang "onvruchtbaar" was.
Daarop had de verteller in het begin van "de ontwikkelingsgeschiedenis van Terah" (Gen. 11 : 27 e.v.) meteen en in het voren al de aandacht gevestigd. Onder de schaarse begin-gegevens vermeldt hij nadrukkelijk en dubbelop: Sarai nu was onvruchtbaar; zij had geen kinderen (11 : 30).
Tegen déze Abram en Sarai had God - als éérste belofte gezegd: Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen ... In dit geval zijn zwangerschap en geboorte niet enkel natuurlijke processen.
En met die achtergrond kun je als hele gemeente zingen: "de HERE, onze God ...
die de onvruchtbare huisvrouw doet wonen als een blijde moeder van kinderen" (Ps. 113 : 9)dat kun je zó zingen, zèlfs als je zelf geen kinderen hebt. Want het gaat om het wonder dat Gód zijn volk heeft gecreëerd.