Bidden met Luther (1)

1984-11-02
  • Jaargang 28
  • nummer 41
Aan publikaties over het gebed is geen gebrek. Op het eerste gezicht een verheugende zaak. Toch is de grote vraag naar boeken over het gebed ook een symptoom van de heersende oerleqenheid met het gebed. Gezien deze omstandigheden lijkt het mij geen overbodige luxe wanneer wij ons bezinnen op wat Luther, als één van onze voorvaders in Christus, over het gebed naar voren heeft gebracht. Een bezinning die dienstbaar wil zijn aan de blijvende opdracht van de gemeente om te volharden in het gebed. Ik stel me voor om in dit eerste artikel aan te geven waarom het spreken van Luther over het gebed ook vandaag nog al onze aandacht verdient. In de volgende artikelen hoop ik dan in te gaan op de aanwijzingen die Luther voor het bidden heeft gegeven. En in het slotartikel zal ik een poging doen om de gedachten van Luther te confronteren met een aantal ideeën ten aanzien van het gebed zoals we die in onze tijd tegenkomen.

Om u voor u verder leest een teleurstelling te besparen: u moet van Luther niet verwachten dat hij u gaat trakteren op spectaculaire inzichten in het gebed. Het boekje 'Hoe men bidden moet' heeft Luther als ondertitel meegegeven: 'Een eenvoudige manier om te bidden'.
En zo is het. Wat de reformator heeft gepubliceerd over het gebed is gestempeld door eenvoud. Het is niet bestemd om een geestelijke elite te boeien, maar het is de gemeente op het lijf geschreven. Zonder pretenties.
De eerste zin van het genoemde boekje getuigd daarvan op een ontwapenende wijze.
"Beste meester Peter (aan hem draagt Luther dit geschrift op), ik geef het u zo goed als ik het heb en hoe ik zelf gewoon ben te bidden. Onze Here God geve u en iedereen het beter te doen.
Amen". Zo schrijft Luther, zonder enige ophef te maken van zijn eigen bidden. Juist deze eenvoud zou voor onze tijd wel eens uiterst heilzaam kunnen zijn. Onze tijd die gekenmerkt wordt door een steeds verder om zich heengrijpende biddeloosheid en, in reactie daarop, door een zeker gebedsrigorisme. Bidden met Luther betekent niet zinnen op hoge dingen, maar je voegen in het eenvoudige (vgl. Rom. 12: 16). Daar valt dan echter ook veel van te verwachten.

Gebed en dagelijkse zorg
Als één van de voornaamste redenen voor de huidige verwaarlozing van het gebed wordt steeds weer genoemd de jachtigheid van het moderne leven. Er komt iedere dag zoveel op ons af, dat we te rusteloos zijn om te bidden. Welnu, daar wist Luther in zijn tijd van mee te praten.
"De praktijk van Luthers dagelijks leven bevorderde een
ingekeerd leven beslist niet. Een onwaarschijnlijk groot aantal zaken van kerkelijke, van academische en ook van organisatorische aard slorpten zijn aandacht op. Voorlezingen, persoonlijke zielzorg, de voorbereiding van zijn boeken en pamfletten,het vulde zijn dagen tot over de rand van het mogelijke. Later vergde het huiselijk leven zijn attentie: een pastorie waar kinderen geboren werden, opgroeiden en speelden, waar studenten binnenliepen en vluchtelingen onderdak zochten ... " 1). Luther heeft terdege weet gehad van de dagelijkse zorgen, die een voortdurende uitnodiging kunnen vormen om te verslappen in het gebed. En we zullen dan ook zien dat Luther aan deze belemmering ruime aandacht schenkt.
Maar is onze tijd niet een andere dan die van Luther? Staat ons leven - even afgezien van de drukte - niet onder een grotere druk? Dat is maar betrekkelijk, wanneer wij in rekening brengen, dat Luther zijn eigen tijd heel sterk heeft beleefd in het licht van de jongste dag. Dat levende bewustzijn heeft zijn doen en laten onder een grote spanning gezet. Laten we er daarom maar in alle bescheidenheid van uitgaan, dat Luther de druk van de tijd intenser heeft ervaren dan wij die in het algemeen ondergaan.

Gebed en regel
Anders dan een man als Calvijn heeft Luther een belangrijk deel van zijn geestelijke vorming ontvangen binnen de muren van het klooster. Luther is door een strenge, systematische gebedsoefening heengegaan. Hij heeft zich onderworpen aan de discipline van het koorgebed, dat aan de hele dag zijn structuur oplegde.
Nu is er voor deze wijze van geestelijk leven, in ons land althans, op dit moment weinig animo. We zien evenwel dat heel wat mensen op zoek zijn naar methoden, oefeningen, om aan de hand daarvan zich geestelijk te ontwikkelen. De oosterse godsdiensten bieden die methoden.
In de verwarring van onze tijd vinden veel mensen daarin een zeker houvast. Die hang naar een vaste (gebeds)regel treffen we ook aan onder christenen, misschien wel bij onszelf.
Vanuit dat oogpunt is het uiterst leerzaam om naar Luther te luisteren.
Wat is zijn mening over gebedsdiscipline? Heeft hij na zijn uittreding uit het klooster alle schepen achter zich verbrand, of komt hij met andere regels?

Luther als correctie
Als gereformeerden beleven wij ons geloof in het algemeen op een ingehouden wijze. In het uiten van ons geloof zijn we erg terughoudend. Enthousiasme ervaren we al heel snel als overdreven gedoe. Daar hoeven we ons niet direct voor te schamen.
Want er kan achter zitten de angst voor onechtheid, voor het ongeremd toegeven aan gevoelens; de vrees dat het geloof in Christus vervluchtigt tot uiterlijk vertoon.
Toch is er op die terughoudendheid ook wel het een en ander af te dingen. We kunnen zo introvert, naar binnen gekeerd, met het geloof bezig zijn, dat we voor de buitenwacht, ja zelfs als ouders voor onze kinderen, niet meer als gelovigen herkenbaar zijn. Het geloof blijft dan steken in onszelf. We zijn als brieven van Christus niet langer leesbaar.
Omdat dat naar binnen gekeerde geloven voor ons een reële verzoeking is, zou ik willen stellen: juist als calvinisten kunnen wij niet buiten Luther. En dan bedoel ik de hele Luther. Niet alleen zijn leer, zijn geschriften.
Maar ook de wijze waarop hij zijn geloof heeft beleefd en doorgegeven.
Luther, zoals hij in alle aanvechting staande is gebleven.
Luther, bij wie we aantreffen een groot geloofsenthousiasme, gepaard aan een diepgaande nuchterheid die evenzeer wortelde in zijn vertrouwen in God.
Juist wat de dagelijkse omgang met de Here betreft, kunnen we van Luther veel leren.

'Hoe men bidden moet'
Wie zich wil verdiepen in Luthers gedachten over het gebed, stuit allereerst op het boekje 'Hoe men bidden moet'. Luther heeft het geschreven voor Peter Bestendorf, een goede vriend, die het beroep van barbier uitoefende.
Het is voor het eerst in 1535 uitgegeven en kort daarop in een uitgebreide druk opnieuw verschenen. Het is inderdaad een boekje: zelfs de uitgebreide versie beslaat in de Weimarer Ausgabe nog geen 17 pagina's.
En dan moet u daar ook nog bij bedenken, dat Luther van die 17 pagina's er slechts 4 gebruikt om rechtstreekse aanwijzingen te geven voor het bidden. Op de resterende pagina's behandelt hij achtereenvolgens het Onze Vader, de Tien Geboden en de Twaalf Artikelen als gebedsstof.
Deze opzet geeft al een indruk van de wijze waarop Luther met het gebed bezig was.
Vertalingen van dit geschrift in het nederlands kunt u vinden bij J. Happee, 'Mediteren met Luther', een boek waar we nog op terug zullen komen, en in de bekende serie 'Stemmen uit Wittenberg'.

'Grote Catechismus'
Een ander geschrift waarin Luther zich duidelijk heeft uitgesproken over het gebed is zijn Grote Catechismus. Het stamt uit 1529 en is in feite niets anders dan een bundeling van preken over de Tien Geboden, de Twaalf Artikelen, het Onze Vader, doop en avondmaal. Voorafgaande aan de behandeling van de beden van het Onze Vader horen wij de bijbelse verkondiging aangaande het gebed.
Hoewel Luther nog veel meer heeft gezegd over het gebed, o.a. in preken, zullen wij voor deze artikelenserie voornamelijk putten uit het geheel aan het gebed gewijde boekje 'Hoe men bidden moet' en de 'Grote Catechismus'.

1) H. J. Jaanus, Luther en zijn persoonlijke devotie, NTT 20, p. 368.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief