Chicago - GOS 1984 (2)

1984-11-02
  • Jaargang 28
  • nummer 41
De Amerikanen houden er naar ons gevoel wonderlijke vergadertechnieken op na. Neem nu eens een stemming over een voorstel. Dat is heel letterlijk een 'stem-ming': de afgevaardigden moeten hun stem verheffen om van hun goed- of afkeuring blijk te geven. Eerst zegt de voorzitter: ieder die het eens is met dit voorstel moet 'l' zeggen (spreek uit AI, het woord voor 'ik', in gedachten aan te vullen met (ik) ben er vóór). Als dan uit een aantal monden een dof-dreunend 'I' is opgeklonken, zegt de voorzitter: ieder die dit voorstel verwerpt moet 'NO' zeggen. Opnieuw een spreekkoor. Dan konkludeert de voorzitter: het voorstel is verworpen. Stomverbaasd vraag je je af: hoe weet ie dat? Maar daar kom je op den duur achter: hij luistert er gewoon naar, wat het meeste geluid maakte, het 'I' of het 'NO'. Gaat dat nooit fout? Natuurlijk loopt het wel eens mis. Zoals die keer, dat een aantal afgevaardigden met schrik ervan zag komen, dat een in hun ogen verwerpelijk voorstel een ruime meerderheid zou krijgen.
Met een donderend 'NO!!!’trachtten zij de voorstemmers te overstemmen. Waarop de voorzitter korzelig gelastte: "Overnieuw!, en nu met een normaal stemgeluid ... " Als de spreekkoren ongeveer even hard klonken, gaf hij glimlachend de onvolmaaktheid van deze methode toe, en liet hij stemmen bij hand-op-steken. En bij heel delikate kwesties was er de geheime stemming met briefjes. Dat gebeurde o.a. toen de GOS een besluit moest nemen ten aanzien van de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN).

Het was dit besluit, waar onze kerken het in Breukelen van hebben laten afhangen, of zij zich al dan niet zullen aansluiten bij de GOS. Als waarnemers hadden wij dan ook de taak, met name op dit punt de ontwikkelingen binnen de GOS nauwlettend te volgen en er verslag van uit te brengen. Reeds jarenlang houdt de koers van de GKN de GOS bezig. Aanvankelijk wekte hun aansluiting bij de Wereldraad van Kerken verontrusting, alsmede publikaties van de gereformeerde prof. dr H. M. Kuitert.
In de jaren zeventig kwam daarbij de aanval van dr H. Wiersinga op de gereformeerde visie op het verzoenend sterven van Christus, en de wijze waarop de GKN met hem gehandeld hadden. De laatste vijf jaar is de verontrusting nog veel heviger geworden, n.a.v. het synodebesluit van de GKN om geen oordeel uit te spreken over de kombinatie van de navolging van Christus en het leven in een homofiele relatie, maar dat over te laten aan ieders persoonlijke verantwoordelijkheid.
Tenslotte heeft het gereformeerde studierapport 'God met ons' (over de aard van het Schriftgezag) de GOS-kerken aanleiding gegeven tot de vraag, of zij nog wel met de GKN op dezelfde basis staan.
Zoals de voorzitter het onder woorden bracht: lezen wij nog wel dezelfde bijbel, of hebt u, GKN, een andere bijbel dan wij?
Zo werd in Chicago dezelfde vragen gesteld als die, welke in Nederland leven, buiten èn binnen de Gereformeerde kerken.
Vragen, die niet maar betrekking hebben op ondergeschikte punten, maar die het gevoel van radikale geloofsvervreemding betreffen, dat zeer veel christenen beklemt als zij in aanraking komen met de verschuivingen die bezig zijn zich in de GKN te voltrekken. Het is dan ook volstrekt onjuist, om de GOS te verwijten dat zij in een soort primitieve ketterjacht de GKN in de beklaagdenbank zetten vanuit een bekrompen konservatisme.
Het ging in Chicago niet om onverdraagzaamheid ten opzichte van mede-christenen die anders tegen bepaalde dingen aankijken dan vroeger. Er was veel meer aan de hand dan de botsing tussen 'behoudend' en 'veranderingsgezind'.
In het geding was, of de GKN nog wel staan voor de gezonde en zuivere leer van het evangelie (Titus 2 : 1, 7); of zij niet via knappe redeneringen proberen uit te komen onder het gezag van de bijbel; of zij het kwaad in hun midden wel wegdoen.

Het moet gezegd worden: het gesprek in Chicago bereikte niet steeds dat niveau. Aan de ene kant klonken er de stemmen die bagatelliseerden: 't valt allemaal wel mee; er is van alles op de GKN aan te merken, we moeten ze ook waarschuwen, maar er is geen reden om hun gereformeerd-zijn in twijfel te trekken, laat staan met hen te breken.
Aan de andere kant waren er ongeduldige afgevaardigden, voor wie de zaak zo klaar als een klontje was: de GKN zijn als Sodom en Gomorra, nu zij homosexuele omgang niet veroordelen; zij moeten zich bekeren, en anders moeten wij zonder hen verder. Zij richtten alle aandacht op het vraagstuk van de homofilie, en zagen niet in dat dit slechts het topje van de ijsberg was, zodat ook van deze kant de diepte van de problematiek niet aan de orde gesteld werd. Daarnaast speelde een zekere onwetendheid een rol.
Goed, men wist van Wiersinga; had gehoord van een geruchtmakende doop in Rotterdam-Delfhaven (kinderen van lesbische vrouwen); begreep dat sommige gereformeerden de sexuele omgang een plaats willen geven buiten het huwelijk (rapport 'In liefde trouw zijn'). Maar dat het hier niet om incidentele afwijkingen gaat, dat – integendeel - de GKN door een crisis heengaan waarin de fundamenten van het geloof wankelen, dát stond lang niet iedereen helder voor ogen. En hoe zou dat ook kunnen, als je in Nigeria woont of in Argentinië, en de GKN gepersonificeerd ziet in afgevaardigden, met wie je wél de eenheid van het ware geloof in Christus ervaart?

En toch wás het er in Chicago, het peilen en aanwijzen van de gevaarlijke verwijdering van het bijbelse leren en leven, waaraan de GKN en daardoor indirekt ook de GOS bloot staan.
Behalve de Chr. Geref. prof. dr W. H. Velema wil ik hier noemen prof. dr T. van der Walt, rector van de Universiteit van Potchefstroom (Zuid-Afrika), nieuw-testamenticus en afgevaardigde van de Dopper-kerken met wie onze kerken zoveel te maken hebben in het zendingswerk in Zuid-Afrika. Hij hield een even knappe als ernstige toespraak, waaraan ik hier aandacht wil schenken omdat er in de Nederlandse kranten helaas met geen woord van gerept werd. Hij begon met de vraag: hoe kunnen we spreken tot het hart van Jeruzalem?
Zo stelde hij - in bewoordingen van Jesaja 40: 2de opdracht aan de orde, om het evangelie zó te brengen, dat het terneergeslagen mensen in nood werkelijk aangrijpt, hen diep in hun ziel raakt, hen het gevoel geeft: dit is voor mij! En hij roemde de Gereformeerde kerkken in Nederland vanwege hun ernst maken met deze opdracht.
Het gevaar is aanwezig, dat het evangelie geheimtaal wordt voor de moderne mens. Daarom moet het voortdurend vertaald worden, naar dat 'hart van Jeruzalem' toe, zo dus dat moderne mensen in hun moderne problemen zich aangesproken voelen.
Dat de GKN zich daar hartstochtelijk voor beijveren, is alleen maar voorbeeldig. Alleen - aldus Van der Walt, - het andere gevaar is dat het evangelie in dit proces van verstaanbaarmaking inhóudelijk wordt aangetast.
Hij wees op de Duitse theoloog Rudolf Bultmann en zijn leerlingen, die in hun brandende begeerte om het evangelie verstaanbaar te maken voor mensen die opgroeien in het atoom-tijdperk, allerlei wezenlijke elementen in de boodschap van Gods Koninkrijk hebben weggesloopt. Aan datzelfde gevaar zag hij nu ook de GKN bloot staan. Hij wees op de hóófdzaken van het christelijk geloof, die in deze kerken ter diskussie staan terwille van de verstaanbaarheid van het evangelie: het gezag van de bijbel, de opstanding van Christus, Zijn plaatsvervangend sterven, het legitimeren van homofiele relaties.
Zijn grote vrees was, dat de GKN in hun ijver om de gesekulariseerde mens echt te bereiken met het evangelie, het evangelie zélf sekulariseren, en dat kàn niet. (Sekulariseren = verwereldlijken; God buiten beschouwing laten). Zo kwam hij tot de geladen waarschuwing, die hij ook nog eens langzaam herhaalde: Wij kunnen de sekularisatie niet tegenhouden met een gesekulariseerd evangelie. Prof. Van der Walt eindigde met een dringende oproep aan de GKN, terug te keren van de ingeslagen weg, maar ernst te blijven maken met de opdracht om te spreken tot het hart van Jeruzalem.

Deze bijdrage aan het debat was dáárom zo waardevol, omdat ze oog had voor het waarheidsmoment in de benadering van de moderne samenleving waarvoor de GKN hebben gekozen. Hier was echt begrip voor die keuze, en juist daarom was het vermaan dat erop volgde zo indrukwekkend.
Inderdaad: de orthodoxie is ongeloofwaardig in het verwijt dat anderen het evangelie verdraaien, wanneer zij zelf niet zwoegt om de Joden een Jood en de Grieken een Griek en de modernen een moderne te worden.
Pas waar dat zwoegen bij de GKN herkend en gewaardeerd wordt, is de vermaning dat zij het evangelie dreigen aan te passen aan de menselijke ervaring op haar plaats.

Nu heeft de GOS de Gereformeerde kerken inderdaad in deze zin ernstig vermaand. Zo werd uitgesproken, dat de GKN bezig zijn zich te verwijderen van het getuigenis van de Schrift en de wezenlijke inhoud van de gereformeerde belijdenisgeschriften; dat zij in gebreke blijven bij de uitoefening van de tucht; dat het rapport 'God met ons' verwarrend en ondermijnend heeft gesproken over het absolute gezag van de Schrift. Ook heeft de GOS de GKN opgeroepen, het besluit inzake homofilie in te trekken. De delegatie van de Gereformeerde kerken toonde zich door dit alles pijnlijk getroffen; dr H. J. Kouwenhoven (voorzitter van de GKN-synode) sprak in een officiële reaktie van verontwaardiging en teleurstelling over het besluit en de diskussie die eraan voorafging. Inderdaad was het een triest moment, toen de GOS zulke harde woorden aan het adres van een van haar leden sprak. Het was bepaald niet alléén de GKN-delegatie die eraan leed. Het was nodig daarbij steeds te bedenken, dat hier niet de GKN-afgevaardigden werden veroordeeld, maar dat de koers van de kerken die zij vertegenwoordigden werd afgewezen.

Blijft de vraag over: hoe krachtig is die afwijzing? Immers, aan het besluit is geen enkele sanctie verbonden. Ja, men heeft de GKN erop gewezen dat zij het andere kerken erg moeilijk maken om in de GOS te blijven, als zij door blijven gaan op de weg die zij zijn ingeslagen. En er zal een studiecommissie komen die met de GKN moet gaan praten.
Maar in wezen valt wat de GOS nu gedaan heeft met de Gereformeerde kerken, te vergelijken met de tucht die deze kerken zelf hebben toegepast op dr Wiersinga. Zij hebben zijn verzoeningsleer ondubbelzinnig afgewezen; zij hebben hem in gesprekken getracht te overtuigen van zijn ongelijk. Maar zij hebben hem niet belet, zijn theologie al radikaler op het eigen kerkelijk erf te ontwikkelen als gereformeerd predikant in volle rechten blijft dr Wiersinga; zijn invloed uitoefenen. Iets dergelijks lijkt nu binnen de GOS te kunnen gaan gebeuren met de GKN. Zeker, in niet mis te verstane bewoordingen heeft men hen vermaand en hun koers veroordeeld.
Maar wanneer deze kerken bereid zijn dit te slikken, en niet besluiten uit de GOS te stappen, moet het niet uitgesloten worden geacht dat zij uiteindelijk toch zullen weten te bereiken, dat hun ruimte geven aan de aanpassing van het evangelie aan de menselijke ervaring, weliswaar niet gedeeld, maar wel geduld zal worden. En daarmee zou het getuigenis van het evangelie, waartoe de GOS geroepen is, enorm aan kracht inboeten.

Daaruit vloeit voort, dat de a.s. landelijke vergadering van onze kerken in Enschede voor een besluit tot eventuele toetreding tot de GOS afhankelijk is van wat de Gereformeerde kerken gaan doen. Immers, de LV van Breukelen heeft uitgesproken, dat wij alleen lid zullen worden indien de GOS metter-dáád ernst maakt met handhaving van haar grondslag. Maar Chicago heeft de eigenlijke beslissing daarover vooralsnog doorgeschoven naar Lunteren, waar de Gereformeerde synode vergadert. In november zal daar de vraag aan de orde komen, of de GKN de GOS zullen verlaten of niet. Of zal Lunteren lúíisteren naar de GOS? Dat laatste zou het allermooiste zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief