Eerbewijs aan Prof. Dr K. Schilder
1984-11-02
EEN STUKJE GESCHIEDENIS - Jaargang 28
- nummer 41
Tot het jaar 1054 nam Christus nog ontwijfelbaar de positie van Hoofd van de Christelijke Kerk in. Formeel was er nog steeds één kerk en inhoudelijk waren alle gekerstende volken één zonder het gevoel te hebben uiteen te vallen en elkaar verafschuwende nationaliteiten of beoorlogende landen: wie opreis ging met het in het graafschap Holland gebruikelijke dialect kon zich tot in Zuid-Duitsland nog verstaanbaar maken en dus begrijpen wat tegen hem gezegd werd.
De oorlogen die gevoerd werden, waren oorlogen van met elkaar overhoop liggende hoge heren, waren aan strenge regels gebonden en werden zo ridderlijk mogelijk gevierd, eh ... gevoerd. In het Engelse "gentlemanlike" (ongeveer: zich gedragen als een gentle = lagere edelman) als regel voor het gedrag herkennen we strenge beschavingsregels èn de voorloper van de oorlogsregels van de Conventie van Genève. De inhoud van die Conventie kende u al: een overwonnen land behoeft alleen maar de kosten van bezettingstroepen op te brengen; de bezetter is verplicht de G r o n d wet en de wetten van het overwonnen land te eerbiedigen (wat inhoudt straffen opleggen volgens de wetten van het o v e r w o n n e n land) en b u i t e n-gewone oorlogshandelingen zoals het aanvallen en bombarderen van open steden met een w e t t i g ultimatum aan te kondigen.
Dat niet alle oorlogen en oorlogjes ridderlijk gevoerd werden zoals het een edelman betaamt, ach, een kniesoor die daarop let.
Dat het Lichaam van Christus (deftiger gezegd: het Corpus Christianum) al vóór 1054 scheurtjes en scheuringen vertoonde als bepaalde ketterijen als die van Arius, Pelagius e.a. veroordeeld werden, was te betreuren maar toch noodzakelijk, aangezien een opdracht van Christus vervuld werd.
Dat er vóór 1054 al scheurtjes en tendensen zichtbaar waren, die niets maar dan ook niets te maken hadden met wat Christus aan Zijn gezondenen had opgedragen, was eveneens betreurenswaardig, in het geheel niet noodzakelijk aangezien de belangrijkste hiervan gestimuleerd werd door de officiële kerkleiding en de belangen op lange termijn van die kerkleiding, tegen Christus' wensen in!, dienden. De leuze "Jezus is m a c h t !" was niet officieel, maar wel bijzonder effectief.
Deze oneerbiedige en naar volksdressuur ruikende leus was overigens al de 3e in een reeks die goed begonnen werd met "Jezus is Liefde". Een leus die evenals "God is Liefde" of "Vader der Liefde" alle volken, talen en natieën van Europa ingelijfd hadden in het Lichaam van Christus. De 2e in de reeks was net zo onofficieel, maar even effectief als de derde en duidelijk te zien aan de karren goud die per jaar uit de Duitse landen de Alpenpassen in Zwitserland en Oostenrijk overkreunden en bolderend de zonovergoten Povlakte inreden op hun weg naar de heilige stad Rome. Hun "last" was welkom.
Om deze omslag te verduidelijken en een link te leggen naar de veroorzakende reden eerst 2 anecdotes.
De eerste dateert uit de tijd na de laatste wereldoorlog.
De in Engeland levende Bertrand Russell (juist ja, die van het Russeltribunaal schreef kort na mei 1945 een fel anti-Russisch memorandum aan de Amerikaanse regering met daarin de aanbeveling atoombommen op enkele Russische grote steden te laten vallen vó6rdat het communisme te machtig zod worden en de veroveringen in Oost Europa zou kunnen consolideren. En passant werd het communistische gevaar bezworen en het was toch mooi meegenomen ook het Russische volk te laten meedelen in de beo vrijding van nazi-Duitsland en Tojo-Japan?
Groot was de teleurstelling, schaamte en het gezichtsverlies toen géén enkel levensteken van Amerikaanse overheidsinstanties Russell bereikte: een pijnlijke vergissing, zogezegd.
Jaren hield de heer Russell zich stil, het effect van zijn voorstel langzaam uit laten werkend, totdat ook zijn trots het van zijn geheugen begon te winnen en hij de openbaarheid wederom begon te zoeken. Letterlijk van de w e e r o m s t u i t nu fel anti-Amerikaans: er deugde niets, maar dan ook niets van Amerika, zijn volk, overheid of beleid. Bijval vermenigvuldigde zijn pogingen en de effectiviteit ervan. Het resultaat mag bekend geacht worden!
De tweede anecdote dateert uit het eind van de achttiende eeuw.
De jonge filosoof Hegel heeft de drijvende kracht gevonden die naar zijn idee de wereldgeschiedenis vanaf de schepping naar zijn voleinding voortstuwt. Die kracht bewerkstelligt tevens de steeds groter wordende vrijheid in de wereld. Was die vrijheid in de Oudheid bij Egyptenaren, Assyriërs, Babyloniërs, Perzen e.a. grote volken alleen nog maar de vrijheid van de despoot-koning en dus de vrijheid als van een slavenjuk voor zijn onderdanen, bij het begin van de Europese geschiedenis is die vrijheid reeds geworden de vrijheid van een welgestelde toplaag (Griekenhand) of de door een fijnmazige wet geregelde vrijheid van de Romeinse b u r g e r. Dat helaas nog driekwart van de bevolking als slaaf behandeld wordt, is triest, ontegenzeggelijk, maar toch een duidelijk bewijs dat het de goede kant op gaat: steeds meer vrijheid voor steeds meer mensen. U begrijpt al waar het spitsvondige verhaal op uit draait? Juist ja, de tijd van Hegel zelf, 1795, twee jaar ná de glorieuze Franse Revolutie. De grootste revolutie aller tijden, die een eind gemaakt had aan de wetteloosheid van een vorst en zijn aristocratische medewerkers in Frankrijk en waarvan de uitwerking steeds groter zou worden in steeds grotere gebieden. Ongeveer zoals een steen kringen in een vijver veroorzaakt. "Zouden alle mensen niet broeders worden? het Beethoven in zijn negende symfonie al vast maar zingen!
De naam van die drijvende kracht die de tegenpool van de vervreemding - de verzoening - zou bewerkstelligen, kon niet anders heten dan LIEFDE, ja toch? Niet dan?
Snel de Theologische Jeugdschriften, waarin deze gedachten verwoord waren, opgestuurd naar zijn beste vriend en al vast op zoek naar een uitgever.
Helaas ook hier een tegenvaller. De uitgever zag er geen hei 1 in, de vriend gaf de raad op elke pagina het woord "liefde" maar door een ander te vervangen. Hegel koos een ander bijbels klinkend woord: "Geest".
In 1806, juist voor de slag bij Iena, vlucht hij met het net voltooide "Fenomenologie van de Geest". Wat erin stond? De grootste vrijheid wordt bereikt wanneer de vervreemding het minste is. Het laatste is er, als iedere burger de liefde tot de staat het hoogste acht, hoger dan de liefde tot het eigen welzijn. De versmelting van het Romeinse burgerschap met de idealen van de Franse Revolutie heeft plaatsgevonden, zeggen wij. Dat ideaal wordt voorlopig alleen bereikt in de Pruisische staat, zegt Hegel, die een beter betaalde baan in het verschiet ziet liggen. Wij, twintigste eeuwers hebben dàt ideaal meegemaakt in de periode 1933-1945, een vrijheid die hernieuwde slavernij inhield voor, 0 ironie van de geschiedenis, het meest vrije volk in de Oudheid: Israël.
Wetenschappelijk "gemaatregeld", dat wel; goed doordacht, dat ook!, wel het mens-zijn als énige basis voor vrijheid ontkennend juist van het volk dat als énige in de geschiedenis het meeste bijdroeg tot het verwerkelijken van die vrijheid en dat menszijn: vrij is een mens pas als hij vrij van zonden tegenover zijn God staat. De Heidelbergse Catechismus zegt het zo precies: juist omdat de mens onbekwaam is tot enig z a l i g-makend goed (dat is de echte ware vrijheid en het echte, ware menszijn), kan hij bekwaam gemaakt worden tot het enige, zaligmakende goede door (de Geest van) God, opdat God GOD zou kunnen blijven. Die Heidelberger toch!
Meer bij de tijd dan men tegenwoordig zou denken.
Eén ding vermeldt Hegel niet (hij kijkt wel uit!) kan echter toch uit zijn theorie gedestileerd worden: als de Pruisische staat de hoogste, de meest vrije staatsvorm is, waar het individu de meeste vrijheid geniet, dan is dat individu? Christus?! Die was al een heel eind op weg, echt waar, daar moet je niet te gering over denken, leefde echter in een tijd die niet gunstig voor Hem was, had geen Romeins burgerschap enz. enz. Boven Christus stond Hegel. Wie had tenslotte het systeem uitgedacht? Hij, Hegel toch?! Dan was hij, Hegel, toch de meest vrije mens, waarop de Geest had aangestuurd?! Ja toch?
Niet dan?
B U I T E N AARDS?
Ook nu nog, na W.O. II, blijkt de wetenschap nog even wijs te zijn als voorheen; en dus nog even onwijs. Een voorbeeld?
"Ieder levend ding bestaat in een omgeving, met een stel van het ding omgevende voorwaarden, gebeurtenissen, en andere organismen dat het voorziet van het materiaal nodig voor zijn voortbestaan en dat zijn activiteiten helpen vormgeven". Nog niet duidelijk is of dat levende ding (!) nog méér is dan alleen vormgeving van die omgeving, maar ook over die onzekerheid wordt de lezer een paar regels verder geholpen: "Het onderscheid tussen organisme en omgeving, met het typische lidmaatschap van een gegeven soort gezien als voorgrond tegen een achtergrond van voorwaarden die het beïnvloeden, leidt tot een stel interessante vragen ... ".
Zoals bijv. over krokodillen in de moerassen van Florida, of de zandmuis in de zandwoestijnen van de Sahara.
Ook "menselijke samenlevingen zijn, hoewel veel complexer, gebonden aan hun leefomgeving en de capaciteiten en mogelijkheden van mensen zijn o n s c h e i d b a a r van de plaats van de menselijke soort in zijn leefomgeving" .
Droge stof, vind U? Dat wel; echter nu is beter te begrijpen waarom Hegel h o g e r gegroeid is in vrijheid dan Christus, Die had nu eenmaal Zijn leefomgeving niet mee!
Op de vraag hoe dan het onderscheid te verklaren is tussen hogere en lagere soorten, heeft men het antwoord paraat. Ook al is iedere soort onscheidbaar van de plaats in zijn leefomgeving, daarom is de r e l a t i e van de éne soort tot de leefomgeving niet dezelfde als die van de andere. Er dienen dan ook 4 antwoorden n i v e a u s tot de omgeving te worden onderscheiden:
1. het eenvoudigste niveau, dat van directe antwoorden op prikkels uit de omgeving.
Gedwongen, geen vrijheid helaas, niets aan te doen. Jammer voor eencellige wezens als bacteriën. Bij de mens is dit het niveau van de kniereflex, daar doe je ook niets aan,
2. het volgende niveau, dat van het geleerde antwoord op omgevingsprikkels. Bij het vertonen van voedsel laat je een bel horen.
Na verloop van tijd begint de hond al te kwijlen als de bel luidt, zonder voedsel te zien: antwoorden op tekens zonder de betreffende dingen zelf waar te nemen. Wij horen de autodeur en kleine Jantje zegt: "Daar komt papa (of mamma)",
3. op dit niveau heeft het levende wezen de capaciteit ontwikkeld om zelf dwarsverbindingen te leggen tussen gebeurtenissen en voorwaarden in zijn leefomgeving.
Een kuikentje blijft proberen om door het gaas van de omheining te kruipen om bij het zichtbare voedsel te komen, een hond merkt het gat 5 meter verder gelegen op en kruipt erdoor Om bij het eten te komen. Er is een tijdsverschil gekomen tussen het zien en het antwoord van het dier. Ook wij kunnen dat zien bij mensen: het ene kind kan zich nu eenmaal beter b e h eer sen dan het andere en wacht tot nà het bidden om de eerste hap te nemen.
4. op dit niveau komt er een nieuw element naar voren dat de capaciteiten van het levende wezen op een dramatische wijze transformeert: het S Y M B O O L. Op niveau 1 t/m 3 is er steeds reaktie op c o n c r e t e dingen, nu komt er een reaktie op a b s t r a k t e, willekeurig gekozen tekens die in de plaats komen van het ding zelf: het woord "stoel" is wat anders dan het ding "stoel". Probeert u het eens uit!
Alleen de mens funktioneert op dit niveau, zegt men. Daar is overigens niets-buitenaards aan!
EEN VE R G E T E N (?) NIVEAU
U begrijpt wel dat elk van de 4 niveaus ook correspondeert met een bepaald type mens.
Nog een verdergaande gevolgtrekking is, dat bij een bepaald type mens ook een bepaalde w ij z e van manipuleren behoort.
Mensen die reageren op het eerste niveau zijn veel gemakkelijker te beïnvloeden en te manipuleren dan mensen op een hoger niveau. U gelooft dat niet? "Laat mij slurpen van dat rode daar!" is onder ons een gevleugeld gezegde geworden. Ook bij de andere niveaus zijn genoeg voorbeelden te vinden uit de Bijbel die overtuigen dat de mens niet aan zijn vrijheid toekomt.
DE GEHEEL O N T B I N D B A R E
Toch mis je een vijfde niveau met een nieuw element, dat ook hier op dramatische wijze de "capaciteiten" van het levende wezen (wij dus) transformeert.
Was niveau 1,2 en 3 steeds reaktie op concrete dingen en niveau 4 steeds een reaktie op abstrakte, willekeurig gekozen symbolen of tekens in de plaats van het ding zelf gekozen, waarop men reageert, het nieuwe element op niveau 5 bestaat uit een r e a k t i e op een eens helaas willekeurig gekozen, nu niet meer willekeurig te kiezen l e e f W IJ Z E. Matth. 16 vers 6 en 12 geeft èn die leefwijze èn die reaktie erop duidelijk weer, n.l. in de opdracht van Christus aan Zijn nu nog-v ol g e l i n g e n, stràks Zijn gezondenen: "de zuurdesem van de Farizeeën en Sadduceeën wegdoen!"
Een opdracht éérst zelf door Christus vervuld vóórdat die een ander opgelegd wordt.
Nu al is te zeggen dat op 't vijfde niveau manipuleren en stilzwijgende beïnvloeding onmogelijk is geworden en daardoor voorspelling van wat iemand zal gaan doen ook.
Hoe dat kan? Wel, men reageert niet meer op zichzelf of op prikkels uit de leefomgeving op de wijze, gangbaar uit de voorgaande vier niveaus: n.l. on-scheidbaar van de plaats in zijn leefomgeving.
Een vijfde mens-t y p e is ontstaan: de geheelo n-bindbare.
Om de konsekwenties hiervan voor een leer over de mens (we praatten toch over onder wèlke omstandigheden de grootste vrijheid er kon zijn?), psychologie, opvoeding en onderwijs volledig te kunnen schetsen met Bijbelse gegevens, graag een volgende keer.