Donderpreek

2008-04-11
  • Jaargang 52
  • nummer 8
Er zijn weinig onderwerpen waarover kerkmensen zulke uitgesproken en ook zulke verschillende meningen hebben, als over de vraag hoe er gepreekt moet worden. In De Reformatie van 22 maart schrijft de Vrijgemaakte dominee B. Luiten uit Zwolle erover. Ik stem van harte in met zijn betoog.

Weten we nog wat preken is?
Wordt er nog 'gedonderd' vanaf de kansel?
Of zijn we allemaal softy geworden?
Mensen missen de donderpreek.
Misschien niet overal. Maar toch wel in het 'veranderde' vrijgemaakte klimaat.
Het is te lievig geworden. Er is vraag naar stevige kost. Ik hoorde iemand zeggen: 'Ik ben spuugzat van die (...)preken over dat bij God alles liefde is.' Een ander vroeg: 'Zeg nu toch eens gewoon wat mensen wel en niet mogen doen.' Nu ben ik inderdaad niet heel goed in donderen. Zo'n stem heb ik in ieder geval al niet, dat vond mijn Schepper kennelijk niet nodig. Ook ben ik zeer op mijn hoede voor dit genre prediking.
Te vaak heb ik meegemaakt dat het volume van de presentatie omgekeerd evenredig was aan de inhoud van de verkondiging. Om nog maar te zwijgen van de eenzijdigheid erin. () Wat wel helpt is, dat de prediker iemand plaatst in het licht van God.
Dan breng je iemand echt verder.
Bovendien is dat licht helderder dan de bliksem. Een predikant kan zijn hoorder er niet méér van langs geven (om zo eens te zeggen), dan door hem recht voor God te zetten.
Genadig en liefdevol, met Jezus mee naar de Vader. Met als gevolg: wat gaat er door je heen, hoe ga je je dan gedragen? Wat wordt nu belangrijk voor je? Wat kun je hier absoluut niet meenemen? Enz. () Dit is niet te bulderen, alleen in liefde te zeggen: in Jezus Christus ben jij Gods eigen kind. En andersom: nu ben je een nieuwe schepping, waarin God zich openbaart en zijn heerlijkheid wil laten zien. Met als keus: in Christus is alles, buiten Hem is niets.
Een predikant kan zijn hoorder niet dieper treffen. Donder en bliksem verbleken hierbij.
Toch is er nog steeds behoefte aan een donderpreek. Wat voor donderpreek dan in vredesnaam? Moet ik vanaf de kansel zeggen naar welke film je wel of niet mag kijken? Hoe laat je op zaterdagavond in je bed moet liggen? Hoeveel pilsjes je mag drinken? Dat je in de kerk moet zitten?
En je vvb betalen? Is het dan goed? Als voor het oog alles in orde is?
Gods geboden verkondig ik met hart en ziel. Daarom probeer ik steeds te laten zien, wat Jezus daarbij als handreiking geeft: in ieder gebod gaat het om je liefde tot God en je liefde tot je naaste. () Maar dat is te softy.
'Tegenwoordig is alles liefde', klinkt als klacht. Jawel! Die mensen willen horen: 'Wat mag wel, wat mag niet, waar doe je wel aan mee, waar doe je niet aan mee, wat moet je doen, wat moet je niet doen, klip en klaar, met donderende dreiging erbij.' Maar dan krijg je (grote) woorden, die iedereen wel kan zeggen. Daarom wil ik ze ook wel zeggen, maar ik vind het beschamend om te ontdekken dat aan dergelijke (forse) standpunten christelijke prediking wordt gemeten. Eigenlijk is dat heel oppervlakkig. Je kunt dergelijke dingen roepen en horen zonder zelf te veranderen. En dat is precies wat ruimschoots aan de hand is.
Want het werkelijk anders worden is 'een volstrekt bovennatuurlijke, zeer krachtige en tegelijk zeer liefdevolle, wonderbare, verborgen en onuitsprekelijke werking' van de heilige Geest (DL III/IV 12).
Van nature zijn wij allemaal geneigd daar iets anders voor in de plaats te stellen. Wij willen anders dóén, voor God, zonder anders te wórden. Wij willen over Christus praten, zonder Hem echt toe te laten. Wij kunnen discussiëren over de Geest, terwijl wij ons niet door Hem laten bezielen.
Daarom hebben we het liefst preken over praktische geboden, moeilijke exegeses en kerkelijke standpunten, die allemaal waar zijn en ons verder met rust laten. Gods liefde komt dan veel te dichtbij, is te persoonlijk, te indringend.
Toch is God liefde. Ik heb Hem in waarheid te verkondigen. Uit Gods intense liefde en vreugde komt alles voort wat Hij doet, zijn schepping, zijn regering, zijn komen in de wereld in zijn Zoon en in zijn Geest, zijn plan om vader te zijn van vele kinderen, zijn trouw, zijn ontferming, en noem maar op. Zo vraagt hij naar je hart, je ziel, je leven. Hij maakt je hart tot een tempel, een plaats van aanbidding.
God is geen toorn. Nooit mag ik Hem zo verkondigen. Zijn toorn, hoe groot ook, is altijd de keerzijde van zijn liefde.
Alleen als zijn liefde in waarheid en levensecht wordt verkondigd, ontstaat het kader waarin ook zijn toorn kan en moet worden aangezegd. Juist dan en alleen op die manier.

M.H.T. Biewenga

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief