Chicago - GOS 1984 (3 slot)
1984-11-09
De geluidsinstallatie in de kerk waar de GOS vergaderde was niet al te best. Er stonden vier microfoons opgesteld: een voor de bestuurstafel, en drie temidden van de afgevaardigden.- Jaargang 28
- nummer 42
Steeds moest de voorzitter erop wijzen, dat een spreker de microfoon bijna 'op moest eten' wilde hij verstaanbaar zijn, maar bij de aan de linkerzijde van de zaal opgestelde microfoon - waar wij, waarnemers, zaten - hielp zelfs dat niet: deze viel regelmatig uit. Eens gebeurde dat op het moment dat een zwarte afgevaardigde het woord kreeg. De man moest, na vergeefse pogingen het ding aan het functioneren te krijgen, een andere microfoon opzoeken. De stilte die toen even viel, werd verbroken doordat een blanke afgevaardigde, al grijzend, door de zaal riep: DISCRIMINATIE! Als Nederlander krimp je dan ineen: wie durft er over zo'n onderwerp grapjes te maken? Maar de hele GOS schudde van de lach: deze grap kwam van iemand die niet meer behoefde te bewijzen dat hij gruwt van discriminatie, nl. prof. dr T. van der Walt. Inderdaad, dezelfde als die ik in het vorige artikel noemde.
Deze Dopper-hoogleraar betoonde zich niet alleen een principieel man in het debat over de Gereformeerde Kerken, maar is dat ook als het gaat over het apartheidsvraagstuk. Hij staat bekend als iemand die het beleid van de Zuid-Afrikaanse regering kritisch volgt, en hij ijvert als rector van de christelijke universiteit van Potchefstroom voor openstelling van de gehele opleiding voor studenten van alle rassen.
Intussen heeft de GOS zich ook op een minder speelse manier met discriminatie bezig gehouden.
Al vele jaren heeft zij uitspraak op uitspraak gedaan waarin de 'apartheid' werd afgewezen; in Chicago lag nu een voorstel op tafel om die uitspraken verder aan te scherpen en te verklaren, "dat de theologische rechtvaardiging van apartheid een ketterij is." In Opbouw van 14 september j.l. zegt ds Van der Kwast dat er vragen zijn opgekomen "b.v. of er een uitspraak over apartheid in Zuid-Afrika nodig was". Welnu, voor wie een blik in de vergaderzaal in Chicago kon werpen, zou dat geen vraag meer zijn. Lange rijen zwarte afgevaardigden brachten namelijk in beeld dat de GOS allang geen typisch westerse organisatie meer is. Het apartheidsvraagstuk prijkte niet op de agenda vanuit West-Europese bemoeizucht, maar als een probleem dat sommige GOS-kerken rechtstreeks aangaat. De vergadering heeft zich ook niet verloren in politieke diskussies, maar zich beperkt tot de vraagstelling: hoe moet de kérk staan tegenover 'apartheid'? Vanzelfsprekend werd daarbij met name de kant opgekeken van de twee blanke Zuid-Afrikaanse kerken, die lid zijn van de GOS: de Nederduits Gereformeerde Kerk (NGK) en de Gereformeerde Kerk in Suid-Afrika (GKSA, 'Dopperkerk' . Uiteindelijk heeft de GOS besloten, deze twee kerken te verzoeken hun steun aan (of stilzwijgende instemming met) het apartheidssysteem èn de daaruit voortvloeiende politiek, in het licht van de bijbelse normen van liefde en gerechtigheid te heroverwegen. Verder is de ideologie, die kleur of ras en/of nationale identiteit als absoluut bepalend beschouwd voor mensen, scherp afgewezen, en is verklaard dat elk onderwijs van de kerk dat deze ideologie zou verdedigen, te beschouwen is als ketters, dat is: in strijd met het onderwijs der Schrift.
Als waarnemers van de vergaderzittingen, waarin deze besluiten na een geladen debat tot stand kwamen, plaatsen ds Van den Brink en ik de volgende kanttekeningen.
In de eerste plaats heeft het ons getroffen, dat de vele zwarte afgevaardigden die aan de bespreking deelnamen, zich weliswaar soms verschillend over de zaak uitlieten, maar toch allen spraken vanuit een intense betrokkenheid bij het onderwerp.
Het is echt wat anders, om een blanke Nederlander over apartheid te horen praten, dan een zwarte Afrikaan. Het was zeer waardevol, dat in Chicago zwarte christenen zèlf de kans kregen, zich over 'apartheid' vrij uit te spreken. In de tweede plaats viel het ons op, dat soms felle kritiek op de 'apartheid' werd uitgeoefend door mensen, die er kort tevoren (in de diskussie over de Gereformeerde Kerken in Nederland) nog blijk van hadden gegeven door en door rechtzinnig te zijn. In Nederland gaat het woedende protest tegen de 'apartheid' nogal eens samen met een revolutionair, humanistisch, modern/theologisch denken, waardoor het bijbels denkende mensen afschuw kan inboezemen.
In Chicago echter en dat was het opmerkelijke en weldadige - kwam dat protest niet zelden voort uit een uitgesproken orthodoxe stellingname.
Zo is het heel kenmerkend, dat vanouds de steile Orthodox Presbyterian Church van Amerika in de voorste gelederen van deze strijd te vinden is geweest, en dat de voorzitter van de commissie die de vergadering voorstellen deed, de Christelijke Gereformeerde prof, dr J. P. Versteeg kon zijn. Ook tal van zwarte broeders vonden het heel vanzelfsprekend in één adem zowel het rapport 'God met ons' als het kerkelijk instemmen met 'apartheid' af te wijzen. Zoals een van hen het tegen mij zei: de Gereformeerden die homofiele relaties rechtvaardigen, proberen net zo goed onder het Schriftgezag uit te komen als de blanke Zuid-Afrikanen die 'apartheid' verdedigen. Zo blijkt, dat het een slag in de lucht is om kritiek op het apartheidssysteem op voorhand te vereenzelvigen met links/ revolutionaire propaganda.
Mogen wij de GOS op dit punt dus beschouwen als een toonbeeld van bijbelse orthodoxie?
Dat zou naar ons besef een iets te optimistische voorstelling van zaken zijn. Want - en dat in de derde plaats - er zaten toch ook wat modieuze trekjes in de GOSbenadering van deze problematiek.
Zo werd er soms gesproken op een kreterige manier, die meer aan de moderne bevrijdingstheologie deed denken dan aan de bijbelse profeten, Ook bleek de GOS helaas niet ontvankelijk voor de waarschuwing, niet naar het woord 'ketters' te grijpen om de blanke Zuid-Afrikaanse kerken te veroordelen.
Helaas, want zij heeft het woord in dit verband oneigenlijk gebruikt.
Vanouds het woord 'ketterij' n.l. uitsluitend van toepassing geweest op anti-christelijke stromingen, die buiten het Koninkrijk van God staan (vgl. 2 Petrus 2 : 1). Maar dát heeft de GOS van de NGK en de GKSA niet willen beweren.
Maar waarom dan het woord 'ketters' gebruikt, in plaats van te volstaan met de vermaning zich van een dwaling te bekeren?
De GOS lijkt hier wat argeloos/ onkritisch in het spoor te zijn getreden van anderen, die het woord 'ketterij' in dit verband nodig hebben, omdat zij sociaal-politieke zonden als het toppunt van verloochening van Christus beschouwen.
Tenslotte, in de vierde plaats, is onze indruk dat aan de beweging die in de blanke Zuid-Afrikaanse kerken is op te merken, geen recht is gedaan. Zeker, het bericht in 'Trouw' van 23 juli j.l., dat de blanke NG-kerk zich blijft verzetten tegen huwelijken tussen mensen van verschillende rassen, is niet bepaald bemoedigend te noemen, Tegelijk geldt echter ook in Zuid-Afrika: hoe rechtzinniger, des te kritischer ten opzichte van de apartheid.
De hoofdredakteur van het vrijgemaakte Nederlandse Dagblad, drs J. P. de Vries, schreef in zijn krant van 5 sept. 1983: “Het is (... ) veelzeggend dat de meeste 'architectonische kritiek' op de Zuidafrikaanse samenleving niet komt van kringen die in de leer nogal rekkelijk zijn, zoals in Nederland, maar juist van de meest orthodoxe kant. In Die Geref. Kerk (de Doppers, vdD) is men veel hervormingsgezinder dan bij de Nederduits Hervormde Kerk (geen lid van de GOS, vdD) en de grote Ned. Geref. Kerk (NGK, v.d.D.) staat daartussenin." Het was dan ook voor mensen als Van der Walt een hard gelag, dat de GOS-uitspraken voorbijgaan aan de doorzettende tendenzen tot bijbelser denken over de rassenverhoudingen in hun kerken.
Uit dit en het vorige artikel moet wel het beeld opdoemen van een rechtszaal met kerken in de beklaagdenbank.
Het was inderdaad geen verkwikkelijke en opbouwende vergadering. Toch waren degenen, die hier het meest bekaaid van afkwamen, niet de beklaagden, maar de kerken uit de Derde Wereld. Hoewel zij zich, vooral bij het debat over de apartheid, sterk betrokken voelden, was er voor hun problemen en voor hun toerusting in feite geen tijd. Dat zal de GOS zich niet veel langer kunnen permitteren. Eén derde van haar leden komt uit de Derde Wereld, en al die jonge, uit zendingswerk ontstane kerken, maken in hoog tempo een proces van bewustwording door. Zij hebben zich dan ook in Chicago, duidelijker dan ooit tevoren in de GOS, heel nadrukkelijk gepresenteerd en zich beklaagd over de geringe aandacht die zij kregen. Stellig zal in de toekomst, net als in de wereldpolitiek, ook in de wereldkerk het Westen al meer rekening moeten gaan houden met de Derde Wereld. Wat gaat de GOS betekenen voor de jonge kerken?
Dát is een van de belangrijkste vragen die men kan stellen als het gaat over de toekomst van de GOS. Die vraag hangt ten nauwste samen met die andere: zal de GOS metterdaad haar grondslag handhaven, en de kerken helpen een zoutend zout in deze wereld te zijn? Want naar onze overtuiging zijn de jonge kerken alleen gebaat bij 'n GOS, die hen echt bijbels wil 'coachen'.
Daarom rust op de orthodoxe leden van de GOS ook in dit opzicht een enorme verantwoordelijkheid: zouden zij, uit teleurstelling over de koers van de GOS, de organisatie verlaten, dan züuden zij tegelijk de jonge kerken prijs geven aan beïnvloeding door anderen. Daarmee zouden grote belangen geschaad worden. Want dit staat vast: dat de kerken uit de Derde Wereld niet gediend zijn van èn met westerse bevoogding, betekent allerminst dat zij geen belang zouden hebben bij de overdracht van het onderscheidingsvermogen, waaraan de westerse gereformeerde traditie zo rijk is.
Ook onze kerken zullen zich van die verantwoordelijkheid ten opzichte van de jonge kerken elders in de wereld bewust moeten zijn. Welk besluit wij ook zullen nemen over een eventueel lidmaatschap van de GOS, het zal aan deze verantwoordelijkheid recht moeten doen. Want al is onze Landelijke Vergadering dan geen synode, ze zal wel moeten handelen vanuit een gereformeerd-oecomenische gezindheid!