Bidden met Luther (3)
1984-11-16
Luther heeft beide uitersten gekend: het geregelde kloosterleven met zijn strenge gebedsdiscipline èn, naderhand, een leven zo overbezet, dat het bidden er bij in dreigde te schieten.- Jaargang 28
- nummer 43
Uitersten die - zij het dan in 20ste eeuws gewaad - ook ons niet onbekend zijn. De een wordt door het dagelijkse leven, waarin hij overspoeld wordt met allerlei informatie van veraf en dichtbij, zo in beslag genomen dat hij nauwelijks meer aan bidden toekomt. De ander zoekt van de weeromstuit zijn houvast in de een of andere meditatiemethode om in de verwarring van deze tijd overeind te blijven.
De weg van Luthers gebed
Niet minder dan vijftien jaar is Luther monnik geweest. Hij was verplicht om dagelijks deel te nemen aan het gemeenschappelijke koorgebed en onderwierp zich bovendien aan talrijke geestelijke oefeningen. Luther is door de ascese van het klooster heengegaan en heeft zich jarenlang onderworpen aan het vaste ritme van de dagelijkse gebeden.
Nog in het jaar 1519 doet Luther moeite om zich te houden aan de gebedstijden zoals die golden voor augustijner monniken. Op den duur wordt hem dat echter te zwaar. Omdat er van alle kanten een beroep op hem gedaan wordt gaat hem daarvoor de tijd ontbreken. Dan gaat hij er toe over om twee maal per dag te bidden. Van het verrichten van opzettelijke geestelijke oefeningen horen we daarna weinig meer. Alleen die vormen van onthouding, die in de lijn van het Evangelie liggen - met name de soberheid - acht hij nog van een zeker nut. Van het verdienstelijke karakter van zulke oefeningen heeft hij dan eens en voor altijd afstand genomen en van dwingende voorschriften met betrekking tot het bidden wil hij niets meer weten. Luther, die in zijn kloostertijd bad volgens de regel van de augustijner orde, is voorstander geworden van het vrije gebed.
Aanwijzingen, geen methode
Hoewel Luther het gebed regelrecht afleidt uit Gods gebod, is er in zijn spreken over het bidden geen spoor van wetticisme te vinden. We herinneren nogmaals aan de zin waarmee Luther zijn boekje 'Hoe men bidden moet' opent. "Beste meester Peter (de persoon aan wie Luther het geschrift opdraagt), ik geef het u zo goed als ik het heb en hoe ik zelf gewoon ben te bidden. Onze Here God geve u en ieder het beter te doen.
Amen."
Op geen enkele manier dringt Luther zijn wijze van bidden aan anderen op. Integendeel, hij geeft die voor beter. Het staat iedere christen vrij om, in gebondenheid aan de Schrift, al biddend een eigen weg te zoeken.
Het lijkt mij daarom in tegenspraak met de intenties van Luther, wanneer de lutherse predikant J. Happee in zijn boek 'Mediteren met Luther' uit de sobere aanwijzingen voor het gebed die de reformator geeft een meditatie-methode distilleert.
Een methode wel te verstaan waarin het zich concentreren als toeleiding tot het eigenlijke gebed en de beheersing van de ademhaling een vaste plaats ontvangen.
Dat we zodoende belanden op het algemene terrein van de meditatietechnieken is voor ds Happee blijkbaar geen bezwaar.
"Methoden die - waar dan ook - gevonden zijn om hel mediteren of het concentreren werkelijk te helpen, kunnen worden overgenomen en gebruikt". 1)
Door zijn onkritische openheid voor meditatietechnieken (m.n. voor die van oosters-orthodoxe herkomst) loopt ds Happee het grote gevaar de winst van Luther te verspelen. Luther richt namelijk alle aandacht op het bidden zelf en houdt zich niet of nauwelijks bezig met oefeningen die daaraan vooraf zouden kunnen gaan. "Wil men echt bidden, dan moet het ernstig zijn, omdat men zijn nood voelt en wel zulk een nood die ons neer drukt en er ons toe drijft te roepen en te schreeuwen.
Dan gaat het bidden namelijk vanzelf zoals het behoort zonder dat men hoeft te leren hoe men zich daarop moet voorbereiden of waar men de vrome aandacht vandaan moet halen". Een citaat van Luther uit zijn 'Grote Catechismus' waaruit duidelijk zijn reserves blijken ten aanzien van oefeningen als toeleiding tot het gebed: ze kunnen de waarachtigheid van het gebed in de weg staan.
We kunnen dan ook niet met ds Happee meegaan als hij bij herhaling spreekt van 'de meditatiemethode van Luther'. Het ligt eenvoudig niet in de bedoeling van Luther om met een meditatiemethode voor de dag te komen, die het tegen andere methoden kan opnemen. Daar zijn zijn gedachten over het gebed veel te nuchter voor. Luther komt niet met een nieuwe gebeds-
regel. Wat hij te bieden heeft zijn aanwijzingen voor het gebed, die hij dan ook nog voor beter geeft.
Hoewel we dus bezwaar hebben tegen het kader waarin ds Happee Luthers bidden plaatst, bevat zijn boek ontegenzeggelijk een schat aan gegevens betreffende dit onderwerp. Wanneer men dit boek ter hand neemt is het raadzaam om eerst de vertaling van het geschrift 'Hoe men bidden moet' te lezen (te vinden op blz. 84-93) om vervolgens de rest van het boek te beoordelen aan de hand van Luthers eigen gedachten.
Regelmaat
Luther raadt ons aan de dag met gebed te beginnen en te eindigen.
"Daarom is het goed dat men het gebed 's morgens vroeg het eerste en 's avonds het laatste werk laat zijn... ". Bidden is geen luxe. Bidden is gehoor geven aan Gods gebod. En gehoorzaamheid vergt tijd.
De moeilijkheden die hier liggen zijn voor ons waarschijnlijk groter dan voor Luther. In elk geval zijn ze voor ons van andere aard. Hoe overbezet het leven van Luther ook was, hij had in zijn tijd nog niet te maken met de massamedia. Dat hebben wij wel.
Wanneer wij niet oppassen is het de t.v. die onze aandacht tot middernacht (of zelfs daarna) in beslag neemt. We gaan dan naar bed met de beelden van het laatste journaal of van Den Haag Vandaag nog op ons netvlies.
Of we beëindigen de dag met het luisteren naar Met Het Oog Op Morgen, een radiorubriek die vooruitloopt op de zorgen van de dag van morgen voordat die aangebroken is. Wachten op de dag van morgen, zoals Jezus het zijn discipelen op het hart gebonden heeft, we kunnen het blijkbaar maar moeilijk.
Het gebed is de spaak in het wiel van onze als maar malende gedachte. Bidden is midden in die maalstroom voor Gods aangezicht gaan staan en zeggen: Here, hier ben ik; ik sta tot uw beschikking. Bidden is meer dan ooit geboden. En het is een heilzaam gebod. Het bepaalt ons bij het komende koninkrijk, waardoor al het andere in een ander licht komt te staan.
Houding
Luther bad vaak staande. Met de handen uitgestrekt en de ogen gericht naar de hemel. Een gebedshouding die we tegenkomen in de Bijbel. Wij zijn gewend te bidden met gevouwen handen en gesloten ogen. Deze gewoonte bergt het gevaar in zich dat we het gebed onwillekeurig gaan opvatten als een in zichzelf gekeerde bezigheid. Terwijl bidden toch in de eerste plaats is: je stem doen horen in den hoge', God aan-roepen. En als dat besef nog niet tot ons doorgedrongen is, weet Luther ons dat wel aan het verstand te brengen. "Roepen moet je leren, en niet daar blijven zitten bij jezelf of liggen op de bank, het hoofd laten hangen en schudden en jezelf met je gedachten bijten en opvreten, bezorgd zijn en zoeken hoe je alles kwijtgeraakt bent en niets anders aanzien dan je eigen ongeluk, hoe ellendig je er aan toe bent, hoe een deerniswekkend mens je bent. Maar kop op, jij luie schelm, laat je op je knieën vallen, je handen en je ogen opgeheven ten hemel; een psalm of het Onze Vader opgenomen en met tranen je nood aan God voorgelegd, geklaagd en geroepen". 2)
Nu is het waar: onze houding is bij het bidden niet essentieel.
Maar staat er niet in Psalm 143 "Ik strek mijn handen naar U uit, mijn ziel smacht naar U in een dorstig land"? Mag dat verlangen naar de Here dan ook niet in onze houding uitkomen?
Gesproken Woord
Als we dan bij Luther van gebedsoefening willen spreken, dan ligt die in het hardop lezen van een Schriftgedeelte of van de Apostolische Geloofsbelijdenis.
Dat is voor Luthers gebed geweest wat de ontsteking voor een motor is. Wil een mens tot bidden komen, dan moet eerst zijn hart door het Woord gereinigd worden en gezuiverd van vreemde gedachten en bezigheden.
De weg van het gebed die Luther wijst loopt via het (luid gelezen) Woord. Naar mijn mening is dat de meest vruchtbare aanwijzing die Luther ons met het oog op het gebed heeft gegeven.
Daaraan zal dan ook het hele volgende artikel zijn gewijd.
1) J. Happee, Mediteren met Luther, 102
2) A.w., 35, 36.