Pastorale notities
1984-11-16
Hoe lang is het al niet geleden dat in dit blad wat aandacht was voor de organist. Terwijl we toch in de kring der medewerkers iemand als D. W. L. Milo hebben, die over de organist en de eredienst een fors boek geschreven heeft. Maar hij schrijft de laatste tijd meer over heiligen in Engeland en engelen in eigen land. Laat ik dan nu eventjes een momentje vragen voor de organist; de hij of zij, die elke zondag present is om de zang van de gemeente te leiden.- Jaargang 28
- nummer 43
In vele kerken is het een probleem om aan organisten te komen en in veel gevallen is de organist eigenlijk niet iemand die doen kan, wat zijn naam aanwijst. Soms immers is er geen orgel; dan is hij bespeler van het harmonium of bedieningsman van het electronisch apparaat. Maar voor het gemak blijven we hem of haar organist noemen. Zij kunnen het niet helpen dat er geen orgel is.
Je mag er van uitgaan dat de organist iets artistieks heeft en dat het spel goed voorbereid wordt. Dat hij of zij er veel werk aan heeft, voordat het zondag is.
Er is een mooi "stuk" uitgekozen en ingestudeerd. En dan is het zover. Het wordt tot klinken gebracht, maar de gemeente luistert niet. Mevr. llskes-Kooger heeft daar al eens 'een vers op gemaakt: "De Here luistert, de gemeente praat". Maar het ergert de organist. Hij schakelt meer geluiden in van zijn apparaat. We hebben hier in Maassluis een orgel van [ohannus, en dat kan zelfs de geluidsbarrière doorbreken als je dat wilt.
Het luider spelen helpt niet, want dan gaan de mensen luider praten, net als parkieten of kanaries. Die doen dat ook als er muziek aanstaat. De gemeente wil dat de organist speelt, maar het moet achtergrond-muziek zijn, net als in het winkelcentrum.
Je moet er wèl bij kunnen praten.
En dat wil de gevoelige organist weer niet. Laat men dan een plaat opzetten, vindt hij, of een band inhuren. Niet ten onrechte gevoelt hij zich beledigd en de gemeente is geïrriteerd.
Hij heeft werk gemaakt van zijn spel en zij is in haar verlangen naar sociale contacten gehinderd.
"Je kunt ook niks meer aan elkaar kwijt als die man zo'n herrie maakt".
Beiden hebben gelijk: de musicus en de gemeente. Wat de laatste betreft: het is inderdaad van belang dat mensen naast elkaar in de kerk, elkaar een hand geven en een groet wisselen en vragen, hoe 't gaat de laatste tijd.
De oplossing is dan ook, dat we van de traditie afstappen, dat de organist vóór de dienst speelt.
In vele kerken heeft men dat al ingezien. Ik heb het eens meegemaakt in Trier, in een Evangelische Gottesdienst in de enorme basilika van Constantijn.
Een prachtig en groot nieuw orgel, met een vokman aan de klavieren. De dominee vroeg, of we na de slotzegen enkele minuten wilden blijven, want onze geëerde organist, Herr Doktor die of die, wilde graag de gemeente dienen met een werk van Clérambault. En de gehele gemeente bleef in grote stilte en bewondering luisteren naar het orgelspel. Zo werd de broeder aan het orgel niet gekwetst, maar erkend om zijn gaven ten dienste van God en de gemeente en het was voor de gemeente, dunkt me, ook een weldaad om iets moois te mogen horen.