Beleven en doorgeven
2008-04-11
Margriet Sprong (33) uit Dordrecht kreeg in oktober 2007 preekconsent van de regio Dordrecht-Gorinchem. Vooralsnog ambieert zij het predikantschap niet. Wel gaat zij op verzoek in gemeenten voor. 'Als ik naar mijn eigen leven kijk, ben ik heel verbaasd. Ik was een onzeker en verlegen kind dat de jaarlijkse spreekbeurt het allerverschrikkelijkste vond dat er bestond.' - Jaargang 52
- nummer 8
MIRIAM DE ROOIJ
Eigenlijk is het heel eenvoudig, vindt Margriet Sprong.
'Als je zelf zo geraakt wordt door het evangelie en niets liever wilt dan het doorgeven aan anderen; als je tegelijk een opleiding volgt waarin je leert hoe je Gods Woord kunt overbrengen; ja, dan groeit het verlangen steeds dieper om Gods Woord te verkondigen.
Vooral als je ziet dat ook de gave groeit. Ik ontdekte namelijk dat ik mensen kon raken. Ik heb het niet gezocht. God gaf mij het verlangen en de gave. Dan kun je dat nog heel lang proberen weg te stoppen, maar uiteindelijk komt het er toch uit.'
Kromme wegen
Margriet Sprong studeerde in 1999 af aan de Theologische Universiteit in Apeldoorn en werkt sinds 2002 als geestelijk verzorger bij Zorgcentrum De Riederborgh in Ridderkerk. Zij is getrouwd met Hans en moeder van Franciska (8).
Sprong is inmiddels de eerste vrouwelijke theoloog met preekconsent die ook in den lande tijdens zondagse erediensten in de Nederlands Gereformeerde Kerken voorgaat.
Een half jaar nadat de Landelijke Vergadering 2007 in Zwolle het predikantschap ook voor vrouwen openstelde, vroeg Sprong preekconsent aan. Vier jaar eerder had ze van de NGK Dordrecht al plaatselijk preekconsent gekregen en daarmee toestemming om in de eigen gemeente voor te gaan. Op verzoeken van een andere NGK om daar tijdens de eredienst voor te gaan, ging ze niet in. 'Ik wilde geen kromme wegen bewandelen en vooruitlopen op een eventueel LV-besluit.'
Margriet is niet iemand die de barricaden op gaat of de schijnwerpers zoekt. Ze denkt even na, terwijl ze een ontsnapte streng roodbruine krullen weer bij de rest strijkt: 'Ik ben wel vasthoudend en vaar mijn eigen koers.' Zo wilde ze graag de zegen meekrijgen.
toen ze in Dordrecht plaatselijk preekconsent kreeg; dat is niet gebruikelijk bij het toch al niet zo gebruikelijke plaatselijke preekconsent.
'Ik was eerder voorgegaan tijdens rouwplechtigheden. Daarvoor werd ik gevraagd toen ik pastoraal werker in een CGK was.
Gemeenteleden vroegen: “Margriet, jij hebt ons begeleid, jij kende mijn man. Moet ik nu een vreemde predikant vragen om hem te begraven?” Kerkrechtelijk mocht het en ik deed het graag.
Ook leidde ik in instellingen diensten die dan onder verantwoordelijkheid van een hervormde of gereformeerde kerkenraad vielen. Ik merkte dat ik mensen tijdens diensten iets kon meegeven, maar nooit was er die gemeente omheen die het officieel droeg. Het gebeurde via omwegen. Nooit rechttoe rechtaan. Dat heb ik gemist.
Toen ik de zegen meekreeg in de NGK van Dordrecht, was het preken niet meer alleen iets van mijn verlangen, maar iets dat werd gedragen door de gemeenschap en dat werd bevestigd door God. Ik wilde daarmee ook nadrukkelijk uitspreken dat
ik het preken in afhankelijkheid van God doe.'
Bagage
'Als ik naar mijn eigen leven kijk, ben ik heel verbaasd. Ik was een onzeker en verlegen kind dat de jaarlijkse spreekbeurt het allerverschrikkelijkste vond dat er bestond. En in Apeldoorn begon ik theologie te studeren met de stellige overtuiging dat er één ding was dat ik niet zou doen: de kansel op.
Immers, ik was van huis uit christelijke gereformeerd en het predikantschap was niet voor vrouwen weggelegd. Die overtuiging zat bij mijn bagage, ik had er niet heel diep over nagedacht.'
Tijdens haar studie dacht Margriet veel over evangelieverkondiging na en door studie, gebed en gesprekken groeide de overtuiging bij haar dat zij ook Gods Woord mocht en wilde verkondigen. Dat was geen makkelijk proces. Sprong herinnert zich dat ze werd gevraagd het team te leiden tijdens het camping evangelisatiewerk in Schoorl. Daarbij hoorde het leiden van de samenkomsten. Ze was toen vierdejaars en had al twee jaar deel uitgemaakt van het team.
'Toen ik zei dat ik het zou doen, schoot toch plotseling de vraag door me heen, of dit wel mocht van God. Ik was niet helemaal zeker. Misschien kwam mijn overtuiging wel voort uit het feit dat ik het zo graag wilde, dacht ik. Wijlen dominee Plantinga gaf me toen de raad niet te krampachtig te zoeken naar honderd procent zekerheid.
Als je op God vertrouwt, krijg je duidelijkheid, zei hij. Nu, jaren later, kan ik zeggen dat hij gelijk heeft gehad. God heeft mij geleid en rust gegeven.'
'U gaat ons toch niet zegenen?'
En dan was er nog de omgeving die worstelde met haar studiekeuze of haar vrouw-zijn.
Zo adviseerden mensen die hoorden van haar studie theologie Margriet regelmatig 'toch wat nuttigs als vrouw te gaan doen'. Een man vroeg tijdens een kerkdienst in een zorginstelling waar ze voorging, bezorgd: 'U gaat toch niet de zegen geven?' En toen ze als pastoraal medewerker in de CGK van 's-Gravendeel ook rouwplechtigheden leidde, verzuchtte een heer onder haar gehoor: 'Was u maar een man, dan konden we u beroepen.' Terugkijkend had Margriet het met studiegenoten soms het moeilijkst. 'Alleen al het stellen van de vraag en het zoeken naar antwoorden of ik wel of niet de kansel op zou mogen, leek een aantal mij al kwalijk te nemen.' In een gedeelte van de familiekring was Sprongs verlangen om voor te gaan vooral pijnlijk.
'Preken was een verlangen van mijn hart geworden waarmee ik anderen verdriet deed. Dat vond ik heel moeilijk.' Des te ontroerender vond Margriet het dat haar schoonvader zei thuis voor haar te zullen bidden toen ze voor het eerst zou voorgaan.
Anderzijds ergerde Margriet zich mensen die met haar te doen hadden omdat zij lid was van een kerk waar in die tijd de ambten alleen voor mannen opengesteld waren.
'Zij begrepen niets van mijn worsteling en die van mijn omgeving.'
Typisch vrouwelijk
Of Margriet als vrouw anders preekt dan mannen? Margriet is even stil. 'In de keuze van onderwerpen beperk ik mij. Ik preek namelijk niet over typisch vrouwelijke onderwerpen en bijna nooit over vrouwelijke hoofdpersonen.
Omdat mensen dan toch anders luisteren dan naar een mannelijke predikant en dat wil ik niet. Alleen al de keuze voor zo'n onderwerp zouden mensen als een statement kunnen opvatten.' Verder ziet Sprong geen specifieke verschillen. 'Ik preek niet als vrouw. Of als moeder, of echtgenote. Ik ben mezelf.
Margriet. Het Woord moet het zelf doen en als prediker ben ik een instrument. Maar ik ben me wel heel erg bewust van de verantwoordelijkheid dat ik Gods instrument ben. Want het is Gods Woord, maar in die uitleg zit iets van mij. Dat zou ik ook niet anders kunnen doen. Ik kan het pas uitdelen als ik het zelf ontvangen heb. Als het door mij heen is gegaan. Dat levert ook een spanningsveld op dat eerlijk gezegd niet minder wordt. In hoeverre leg je iets van jezelf in een preek?
Tijdens de opleiding leerden we vooral het andere: een tekst bestuderen, exegese.
Maar het gebeurt dat God tijdens het bestuderen iets op mijn hart legt. Dat moet ik dan toetsen. Ik vond dat vooral in het begin heel moeilijk om te gebruiken in een preek. Ik merk wel dat ik vrijmoediger word om naar Gods stem te luisteren en het ook door te geven. Maar het blijft een spanningsveld en ik ben me er sterk van bewust dat je dan iets persoonlijks toevoegt en dat je daar heel zorgvuldig mee om moet gaan. Maar dat geldt voor iedereen, denk ik.'
Bruidsjurk
Voor dit moment is de zorginstelling waar Margriet tweeënhalve dag werkt haar plek. 'Het predikantschap zou ik op dit moment niet met mijn gezin kunnen combineren.
Ik ambieer het ook niet.
Maar ik sluit niets uit. Ik zie wel waar God me wil hebben.' Van haar werk met ouderen geniet ze. 'Ik mag horen van de grote daden die God in levens heeft gedaan.
Dat is een heel groot voorrecht.
Natuurlijk is er ook juist in deze fase veel verdriet. Het lijden, de ontluistering. Maar als mensen hun leven lang met God hebben gewandeld, hebben ze zoveel door te geven. Zelfs dementerenden geven mij iets. Want ook als mensen het zich niet meer bewust zijn, kunnen ze getuigen zijn van God. Een knijp in de hand, een blik in de ogen die oplicht als je een psalm zingt of een tekst voorleest.
Een moment van helderheid waarin iets persoonlijks wordt geuit. Ik ben er getuige van dat God mensen vasthoudt, tot op het allerlaatst. Dat ontroert me zeer.’ 'Eens hield ik een preek over uitkijken naar Gods grote toekomst.
Ik nam mijn bruidsjurk mee. Dat bleek een voltreffer.
Bijna iedereen begreep onmiddellijk hoe een bruid vol verlangen kan uitkijken naar haar trouwdag. Ook mensen die warrig waren, hielden dat beeld vast. Als het lukt om dichtbij mensen en hun belevingswereld te komen en ze te raken door ze iets mee te geven, doet me dat heel erg goed. En vraag ik me nog steeds af: Wie ben ik dat ik dit doen mag?'