Keer tot Mij toch weer
1984-11-16
(voor Meint R. van den Berg)- Jaargang 28
- nummer 43
Keer tot Mij toch weer,
luidt het woord des HEREN.
Hoor nu, Israël,
van Mij afgekeerde:
staak uw heilloos overspel.
Keer tot Mij toch weer.
Weer ben ik de Heer
voor wie nu erkennen:
onder groene boom
trokken mij de vreemden;
Uw stem gaf ik geen gehoor.
Weer ben ik uw Heer.
Een en twee voor een
neemt God uit geslachten,
brengt hen naar Zijn Stad;
armen en verachten
geeft Hij herders naar Zijn hart.
Een en twee voor een.
Weid Mijn volk en leid
dezen, afgezonderd,
uit hun ballingschap.
Laat hen talrijk worden
als hun verre voorgeslacht.
Weid met wijs beleid.
Hout kan zijn noch goud
ark voor God, de HERE.
Niemand zoekt haar meer,
kan haar nog begeren,
denkt aan haar of maakt haar weer.
Goud vergaat als hout.
Troon op Sion, woon
in uw aarden tempel.
Roep de volken aan;
die hen scheidde van Uw Naam.
slecht de oude drempel
Woon op Sions troon.