Het verstoorde feest

1984-11-23
  • Jaargang 28
  • nummer 44
Sara spelbreekster?
Terug naar Ismaël die spotlachend de draak steekt met ... Gods wonder. En naar Sara: Abraham, jaag die slavin met haar zoon weg.
Wat voert Sara als motief aan?
Het enig gewettigde) dát waarmee ze zich op Gods eigen woorden beroept: de zoon van deze slavin zal niet erven met mijn zoon) (nadrukkelijk) Izaäk. Had God niet zelf tegen Abraham gezegd: ... uw lijfelijke zoon) die zal uw erfgenaam zijn (Gen. 15 : 4)? En wanneer Abraham later Ismaël als zodanig aan God voordraagt. is Gods weerwoord: neen) maar uw vrouw Sara zal u een zoon baren) en gij zult hem Izaäk noemen. en Ik zal mijn verbond met hem oprichten tot een eeuwig verbond) voor zijn nageslacht (17 : 18 v.). De vervulling van Gods voornemen (zegen voor alle volken) zal via de linie van Izaäk plaatsvinden.

Sara zegt dan ook niet: Ismaël behoort niet tot het verbondweg met hem en zijn moeder.
Want ook Ismaël had, nog wel als eerste, met zijn besnijdenis het teken en zegel van Gods verbond ontvangen (17: 23). Nee, Sara brengt het erf-recht in geding - zó als God zelf dat had vastgesteld en beschikt.

Doorslaggevend motief
Opnieuw moet in Abrahams tent gekozen worden, opnieuw volgt een scheiding, want God heeft zelf nadrukkelijk een keus gemaakt.
Dat horen we de HERE ook zeggen. Want wanneer Abraham blijk geeft Sara's verzoek niet te willen inwilligen (is Ismaël niet zijn zoon, zijn eerstgeborene - je stuurt je kind toch niet weg?), dan is het God zelf die Sara bijvalt. God heeft alle begrip voor Abrahams tegenzin: laat dit niet kwaad zijn in uw ogen, om de jongen en om de slavin. Maar toch: in alles wat Sara tot u zegt, moet gij naar haar luisteren (!) - want (het motief) door Izaäk zal men van uw nageslacht spreken.
Kan het duidelijker? Wat Sara zegt... is góed. Wat zij als motief aanvoert, wordt door God bevestigt: de "lijn" van Abrahams nageslacht loopt via Izaäk - Gods creatie, Gods eigen wonderlijk ingrijpen en beschikken.

Daar moet alles, zelfs de liefde van een vader, voor wijken. Wie, als dr A. v. Selms, concludeert dat "de menselijke sympathie en het goddelijk mededogen ... duidelijk aan de kant van Hagar en Ismaël komen te staan", die gaat aan het centrale punt voorbij: Gods souvereine en geopenbaarde keuze.

Ismaël de dupe?
Wordt Ismaël nu niet de dupe van Gods (ver)kiezen? Een verreikende vraag getuige bijv. Van Selms: "De Schrift ziet Ismaël als stamvader (!, P.) en vertegenwoordiger van de noordarabische bedoeïenen. Daar het Oude Testament geen scheiding tussen volk en godsdienstige gemeenschap maakt, kunnen wij ons afvragen, of wij van Ismaël de lijn ook (met Da Costa) mogen doortrekken naar de islam. In verschillende opzichten was de islam bijkans van het begin af aan de 'schaduw' van de kerk ... ".
Werd Ismaël dus de dupe op korte èn lange termijn? Nee, beslist niet. Om te beginnen is God niet vrij om (zó) te kiezen wie Hij wil? Zijn voornemen was, Abraham en Sara als man en vrouw eerst te laten "versterven"
voor zij de beloofde zoon kregen.
Maar Ismaël was verwekt 'naar het vlees' d.w.z. 'door de wil van een man', dus krachtens natuurlijk vermogen. In het kader van Gods voornemen kón hij niet degene zijn, door wie men van Abrahams nageslacht zou spreken.
Verder: door Hagar en Ismaël met proviand weg te zenden, verleende Abraham hen, naar het gebruik van die tijd, het privilége van vrijheid. Geen slaven meer, maar vrij om te staan en te gaan.
En: God komt zijn verbond ook jegens Ismaël na. Abraham kan gerust zijn: maar ook de zoon der slavin zal Ik tot een volk stellen, omdat hij uw nakomeling is. Precies zoals ook aan Hagar was beloofd (16 : 10). Niet toevallig staat in Gen. 25: 12-18 de "ontwikkelingsgeschiedenis' van Ismaël. Net als Israël: twaalf vorsten naar hun volksstammen!
Ook laat God Ismaël niet omkomen in de woestijn: hij is noch uit het oog noch uit het hart, God zelf beval Hagar haar zoon 'Ismaël' te noemen, d.i. God hóórt (16: 11). Daaraan herinnert Hij Hagar: wat deert u, Hagar? Vrees niet, want God heeft naar de stem van de jongen gehoord, daar waar Hij is (twee maal wordt in één vers Gods 'horen' genoemd). Toen opende God haar ogen, en zij zag een waterput: water des levens!

Eén feest voor allen die geloven
Het is Ismaël zèlf, die aanleiding geeft tot het openbaar worden van Gods keus op dát moment.
Verachtelijk lachte hij, terwijl hij toch van heel Gods wonderlijk handelen op de hoogte en getuige moest zijn geweest als zoon van Abraham!
Leven in het verbond brengt zijn eigen verantwoordelijkheid mee, o.a. de erkenning dat God souverein is, het voor het zeggen heeft - en dat de mens zich daaraan heeft te onderwerpen.
Ismaëllácht erom en distantieert zich er van (als later Ezau). Dat blijkt ook: hij woonde in de woestijn Paran (richting Egypte) en zijn moeder (een egyptische slavin) nam voor hem een vrouw uit het land Egypte - wat hij niet afwees. De band van stamvader Ismaël met Abraham werd losser.
Abrahams keus voor Izaäk, Rebecca, is ánders (24 : 3 v.v.).
Twéé verbondskinderen, maar hun wegen lopen al snel ver uiteen. Toch koos God Izaäk niet om diens prestaties: de jongen was nog maar net van de borst af...
De tegenhanger van verkiezen is verwerpen, passeren m.h.o. op een bepaalde taak - maar het is geen "afschrijven".
Is ,,(uit)verkoren" zijn wel zo'n pretje? Abraham heeft het geweten, Izaäk ook om over alle volgenden, inclusief het volk Israël, maar te zwijgen. Gods "uitverkoren"
knecht, Jezus, heeft het geweten. En na Hem de apostelen, de kerk. Alleen door als Abraham te geloven, valt het vol te houden!
Bovendien: de (uit)verkiezing van Izaäk was maar een tijdelijk voorrecht. Later, bij de vervulling van Gods belofte aan Abraham (12 : 2, 3), is er voor Jood en niet-Jood, voor Israël en Ismaël één en dezelfde weg voor allen - één middelaar voor allen: de mens Christus Jezus (1 Tim. 2 : 5, 6).
Ja, het was feest in de tent van Abraham. Wie als mens Gods keus respecteert en accepteert, mag meedoen met het feest en delen in de lach!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief