Bidden met Luther (4)

1984-11-23
  • Jaargang 28
  • nummer 44
In de loop der jaren is Luther steeds meer waarde gaan hechten aan het vrije gebed. Het gebed moet vrij uit het hart komen zonder alle vaste en voorgeschreven woorden en het moet zelf woorden maken, naar gelang het hart brandt". 1) Er is voor Luther echter maar één weg, die de toegang tot dit vrije gebed ontsluit: het ter harte nemen van het luid gelezen Woord van God of van de belijdenis.

Leeg worden
"Daarom komt het er voor alles op aan, dat het hart zich leegmaakt en gestemd wordt voor het gebed. Zoals ook Prediker zegt: 'Bereid je hart voor op het gebed, opdat je God niet verzoekt'.
Wat is het anders dan God verzoeken, als de mond prevelt en het hart elders is en verstrooid?".
Luther dringt er op aan dat het hart leeggemaakt moet worden voordat een mens gaat bidden.
Dat wekt toch wel enige argwaan.
Innerlijk leeg worden, dat is één van de grondthema's van de mystiek. En heel wat meditatie-oefeningen die vandaag gepropageerd worden, bijvoorbeeld die welke hun oorsprong hebben in het Zen-Boeddhisme, zijn daarop gericht.
Gaat Luther zich nu van dit soort methoden bedienen? Nee, volstrekt niet. Met 'leeg worden' bedoelt hij, dat, wanneer wij gaan bidden, de ik-gerichtheid van ons hart doorbroken moet worden.
Daarbij neemt hij niet zijn toevlucht tot de één of andere meditatiemethode. Luther verwijst eenvoudigweg naar Gods Woord. Dat alleen kan het hart van een mens zuiveren en tot andere gedachten brengen. Alleen het Woord maakt het hart van een mens vrij om zich uit te spreken voor de Here.
"Wanneer ik echter tijd en ruimte heb buiten het Onze Vader, dan doe ik ook met de Tien Geboden hetzelfde: ik haal het ene gedeelte na het andere naar voren, om maar zoveel als mogelijk is leeg te worden voor het gebed". Het gaat Luther duidelijk om een 'leeg worden' door het in je opnemen van Gods Woord. Dat is de tucht die hij zich oplegt. Eerst horen wat de Here mij te zeggen heeft, eerst mijn eigen gedachten laten toetsen door zijn Woord, en dan pas zelf het woord tot Hem richten.

Woord en Credo
Als toeleiding tot het gebed was Luther gewend een aantal centrale Schriftgedeelten te gebruiken, alsmede de Apostolische Geloofsbelijdenis.
In zijn boekje 'Hoe men bidden moet' is dat (na de opdracht) het eerste wat hij naar voren brengt. "Wanneer ik voel, dat ik door afleidende bezigheden en gedachten koud ben geworden en geen lust heb in het gebed, zoals het vlees en de duivel altijd opnieuw het gebed weren en tegenwerken dan neem ik mijn Psalmboekje, ga mijn kamer in of (dat hangt van de dag en het uur af) in de kerk tot de gemeenschap en daar begin ik de Tien Geboden, de Geloofsbelijdenis en, naar gelang ik tijd heb, enige woorden van Christus, van Paulus, of uit de Psalmen bij mijzelf te spreken, net zoals kinderen dat doen".
Het is goed om op te merken, dat Luther, die de naam heeft de wet vrijwel uitsluitend als de bron van de zondekennis te hebben beschouwd, hier de Tien Geboden het eerst noemt. Met het oog op het gebed is hij intens met de geboden bezig geweest: hij heeft ze overpeinsd bij dag en bij nacht.
Regelmatig heeft Luther ook teruggegrepen op de Psalmen, waarmee hij in zijn kloostertijd al zeer vertrouwd was geraakt.
Wij zijn gewend de Psalmen in de eredienst te zingen, wat op zichzelf een voorrecht is. Maar gebruiken we het boek der Psalmen nog wel als gebedenboek?
De Psalmen zijn ons gegeven om ze te lezen, te zingen en te bidden.
Misschien is de laatstgenoemde mogelijkheid ook de meest verwaarloosde.
Dan was er bij Luther ook de voortdurende bezinning op de Apostolische Geloofsbelijdenis, of - zoals hij hem noemde 'het geloof'. Het overwegen van de artikelen van het Credo plaatst een mens, ook als hij alleen bidt, in de gemeenschap van de kerk van alle tijden en van alle plaatsen.
Maar het meest van al heeft het Onze Vader Luther gediend als toeleiding tot het vrije gebed.
"Want nog heden ten dage zuig ik aan het Onze Vader als een kind, ik eet en drink ervan als een groot mens en kan er niet genoeg van krijgen; het is voor mij, boven de Psalmen waar ik toch zeer veel van houd, het allerliefste gebed". Overweging van de beden van het Onze Vader betekent een voortdurende correctie van onze eigen gebeden.
Wij hebben onze zorgen, onze wensen en verlangens.
Maar het Onze Vader plaats die in het perspectief van de heiliging van Gods naam en van de bede om de komst van het rijk.

Een viervoudige krans
Over de wijze van overwegen heeft Luther ook iets meegedeeld.
"Ik maak uit ieder gebod een viervoudige of viermaal gedraaide krans. Ongeveer als volgt: ik neem elk gebod op, ten eerste als een leer, zoals het dan op zichzelf beschouwd is, en ik bedenk wat onze Here God daarin met zoveel ernst van mij vraagt. Ten tweede maak ik er een dankzegging van. Ten derde een biecht. Ten vierde een gebed".
En zo deed Luther het niet alleen met de geboden, maar ook met de beden van het Onze Vader en met de artikelen van het Credo. Zo deed Luther het.
Want hij haast zich erbij te zeggen: "Ik wil niemand binden aan mijn woorden of gedachten, ik geef alleen mijn voorbeeld: dat volgen mag wie het wil, of verbeteren wie het kan ... ".
Niettemin verdient deze wijze van overwegen onze aandacht.
Essentieel is, dat Luther zich allereerst bezint op wat er letterlijk staat. Gods Woord moet spreken. Dan moet ik het niet te snel in de rede vallen door te vragen: wat betekent het voor mij. Nee, wie het Woord van de Here werkelijk respecteert, vraagt eerst: wat wil Hij ermee zeggen, wat betekent het op zichzelf?
Vervolgens maakt Luther er een dankzegging van. Hij dankt God voor zijn genade, dat Hij met dit Woord naar hem toekomt.
Deze houding onderstreept nog eens de eerbied voor wat God ons te zeggen heeft. We kunnen de Here er niet genoeg voor danken dat Hij zich heeft geopenbaard en zich door zijn Woord hier en nu aan ons kenbaar maakt.
Dan volgt de biecht. Heb ik naar dit Woord geleefd? Ben ik van harte bereid om het ernstig te nemen? Tegenover Gods Woord moet ik met mijn zonde voor de draad komen. Ik kan het niet horen buiten de verzoening van mijn schuld om.
En via deze weg komt Luther tenslotte tot het - vrije - gebed.
Een gebed dat op deze wijze het karakter krijgt van een antwoord op het spreken van God.
Nu zouden we de indruk krijgen, dat het hier gaat om het afwerken van een heel 'gebedsprogram'.
Zo is het echter niet.
Luther zegt er zelf het volgende van. "Zelf blijf ik echter, zo dicht ik steeds kan, bij dezelfde gedachten en bij dezelfde zin".
Sta stil bij één gebod, bij één bede. Maar neem dat ene dan ook zo intens mogelijk in je op.

De Heilige Geest
"Het gebeurt me dikwijls", schrijft Luther in verband met de overweging van het Onze Vader, "dat ik in één stuk of bede terecht kom in zo'n rijkdom van gedachten, dat ik de andere zes allemaal laat rusten .. En wanneer zulke rijke, goede gedachten komen. dan moet men de andere gebeden laten varen en zulke gedachten ruimte geven en in stilheid toehoren en ze vooral niet storen: want daar predikt de Heilige Geest zelf. En van zijn prediking is één woord heel wat meer waard dan duizend van onze gebeden. Ik heb zo ook dikwijls in één gebed meer geleerd dan ik uit veel lezen en nadenken te voorschijn had kunnen halen".
Tot zijn verrassing maakt Luther het soms mee, dat hij, wanneer hij zich verdiept in Gods Woord als voorbereiding op het gebed, aan dat gebed zelf helemaal niet meer toekomt. Dan komt de Heilige Geest er om zo te zeggen tussen, om het Woord doorzichtig te maken. Luther vindt, dat ieder die bidt daar op bedacht moet zijn. Op de mogelijkheid dat de Geest, wanneer je het Woord ter harte neemt, dat woord gaat uitleggen. Dat de Geest je dat Woord gaat verkondigen.
Het gaat Luther hierbij niet om een persoonlijke ontboezeming, een mystieke ervaring, die hem bij uitzondering is ten deel gevallen en waar hij zijn lezers jaloers op maakt. Dat blijkt wel als hij er even later nog eens op terugkomt. "Zoals ik hierboven gezegd heb bij het Onze Vader, zo vermaan ik nogmaals: wanneer de Heilige Geest zou komen tijdens zulke gedachten en in je hart zou beginnen te prediken met zijn rijke, verlichte gedachten, bewijs Hem dan de eer, laat deze gedachten die je opvatte, varen, wees stil en luister naar Hem die het beter kan dan jij; en wat Hij predikt, Iet daarop en schrijf het op, dan zul je wonderen beleven, zoals Davind zegt (Ps. 119: 18), in Gods wet".
De Geest openbaart dus geen dingen buiten het Woord om.
Daar was Luther als de dood voor. Nee, de Heilige Geest predikt het Woord zelf. Maar dan moeten we leren om zo te bidden, dat we niet voor onze beurt spreken, maar eerst luisteren naar wat de Geest door het Woord tot de gemeente spreekt.
Voor heel de Reformatie is de samenhang tussen Woord en Geest essentieel geweest. Bij Luther zien we hoe sterk die samenhang in het gebed werd ondervonden.

1) geciteerd door J. Happee, 'Mediteren met Luther', pag. 48. Alle overige citaten in dit artikel zijn afkomstig uit Luthers boekje 'Hoe men bidden moet'.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief