Boekbespreking
1984-11-23
Dr. C. van der Waal, De vervulde Thora, Uitg. Van den Berg, Kampen.- Jaargang 28
- nummer 44
ISBN 90-6651-019-6 Prijs f 40,-.
Idem, Commentaar op het evangelie naar Johannes, Uitg. Oosterbaan en Le Cointre, Goes.
ISBN 90-6047-869 X Prijs f 15,95.
Deze bijbelverklaringen kwamen dit voorjaar vrij kort na elkaar van de pers. Evenals het tweede deel van zijn grote commentaar op het boek Openbaring verschijnen deze werken postuum.
De auteur overleed in 1980 op 61-jarige leeftijd te Pretoria.
De vervulde Thora is kennelijk het eerste deel van een breed opgezette commentaar op het evangelie naar Johannes. Indien het de auteur vergund was geweest het hele werk te voltooien, zou het vermoedelijk zijn uitgegroeid tot drie delen van in totaal 1200 bladzijden. Nu is het helaas een torso, waaraan de schrijver heeft gewerkt tot de ziekte, die hem ten grave sleepte, hem de pen uit handen nam.
Hij was toen gekomen tot Joh. 8: 29. Hoewel het boek dus abrupt eindigt, vormt het toch nog een werk van 400 bladzijden.
We hebben hier derhalve te maken met een wetenschappelijke commentaar, die men op de bijbelkring niet gauw even raadpleegt.
Dit neemt niet weg dat het elke geïnteresseerde bijbellezer veel te bieden heeft. De verwijzingen naar de grondtekst (in getranscribeerde vorm) behoeven voor wie geen Grieks of Hebreeuws kent geen overwegend bezwaar op te leveren. De auteur verklaart Joh. 1 : 1-8 : 29 vers voor vers.
Gelukkig had de schrijver zijn kortere commentaar reeds voltooid, zodat we toch een verklaring van dit evangelie van zijn hand mogen bezitten. Dit laatste boek telt 250 bladzijden en is voor verenigingen en bijbelstudiekringen handzamer.
Wat onderscheidt nu deze commentaren van wat al voorhanden is? Dat is de benadering die we ook al kennen uit zijn grote commentaar op Openbaring.
Van der Waal houdt veel meer rekening met het Oude Testament en laat zien dat het evangelie naar Johannes met al zijn vezels met de rest van de bijbel samenhangt. De titel De vervulde Thora drukt dit uitgangspunt van de verklaring uit: het evangelie naar Johannes laat zien hoe de Heere Jezus de wet van Mozes ten volle heeft vervuld.
Deze - onzes inziens enig juiste - benadering helpt de lezers zeer het verbondsmatig karakter van het hele Nieuwe Testament en van het evangelie naar Johannes in het bijzonder in het oog te krijgen.
Kenmerkend voor de grote commentaar zijn voorts de taalstructuuranalyses en de vele interessante détailstudies en uitstapjes die de auteur in kleine letters tussen zijn tekstverklaring door geeft. Daardoor gaf hij geen droge commentaar, maar een leesbaar en levendig studieboek, dat tot verdere studie animeert.
Om u een indruk te geven van deze uitweidingen noemen we enkele voorbeelden. "Waarheid" (De realisatie van oudtestamentische schaduwachtige modellen), 32 v. De auteur bezigt in dit verband vaak het woord typologisch, een term die ons na alle misbruik daarvan niet meer smaakt. Waarom niet gewoon schaduwachtig? Col. 2 :17, Hebr. 8 : 5, 10: 1.
Andere uitstapjes: Joh. 2 vs. 2, geen exemplarische trouwtekst.
Wereld (niet een aardrijkskundige grootheid of de mensheid in het algemeen, maar het afvallige Joods verbondsvolk), 22. Wedergeboorte en scholastiek, 98. "De Geest moet het doen!", 104. Tekenen en wonderen in het Nieuwe Testament ("Nooit komt het woord wonder op zichzelf voor"), 182. Sabbat en dragen ("Nog vandaag kan het je overkomen dat in de orthodoxe jodenwijk bij (bedoeld zal zijn: in, v.D.) Jeruzalem, er captie op gemaakt wordt als je op sabbat openlijk een ballpoint draagt.
Reden: je zou er mee kunnen gaan schrijven en dat is "werken" en ontheiligen van de sabbat"), 194. Goeddoen en kwaaddoen als typeringen van levensrichtingen ("De Christus velt vonnis over de richting die een leven koos. Er komt geen weegschaal-afwegen als bij het egyptische dodengericht van goed en kwaad in één leven, maar een beoordeling van de richting van dat leven: was het "goed" of waardeloos?"), 211. Belangwekkend vond ik ook de détailsstudie op blz. 224: De Schrift als 'veld van onderzoek' ("De Schriftgeleerden beschouwden de Schrift als een mijn waaruit zij bepaalde materialen opdolven, die ze dan gebruikten overeenkomstig hun eigen gedachten en wensen. De theologie deed en doet dat nog altijd". Maar () "De Schrift is handelende persoon, zoals ook uit Joh. 5 : 39 blijkt: De Schriften getuigen van Christus. De gelovige heeft zich daar niet boven te stellen, als zal hij het goud uit dat goudmijntje wel eens even gaan bewerken.
Nee, hij vindt een schat, een parel, en heeft die zo te laten, al zijn bewondering richt zich daarop. De denkende mens is geen subject die de Schrift als veld van onderzoek, als “Gegenstand" tot object neemt. Het is eerder zo dat de Schrift ons leiden moet, ook als we deze onderzoeken". Daarom zit in scholastiek en moderne kritische wetenschap "een brok hoogmoed").
De auteur laat keer op keer de voosheid zien van de stellingen der Schriftkritici ("het moderne Europese vermogen om verkeerde conclusies te trekken").
Kortom, De vervulde Thora is helaas een torso, maar een die liefhebbers van noeste bijbelstudie prachtige hulp biedt en ongetwijfeld verrijking en verdieping van inzicht in de Heilige Schrift.
Hetzelfde geldt van Het evangelie naar Johannes, de volledige commentaar. Deze is veel korter, maar toch een "vol" boek. Natuurlijk bestaat er geen bijbelverklaring waarmee men het van a tot z eens is. Zo bevredigde de verklaring van Joh. 14: 1-3 ons niet. Maar wel de hele aanpak van Joh. 14-16, die ons uit Wat staat er eigenlijk van dezelfde auteur reeds bekend was.
De Heere Jezus sprak daar tot zijn apostelen in hun ambtelijke hoedanigheid. Dan komt de belofte: "Bidt en u zal gegeven worden - evenals die van de leiding van de Heilige Geest - in het juiste licht te staan.
De prijs van dit mooie boek is ongeveer gelijk aan die van acht liter benzine. Het genoegen dat men van dit studieproduct ontvangt is echter een veelvoud van wat het olieproduct u te bieden heeft.
Deze bespreking biedt ons een goede aanleiding tenslotte nog enige aandacht te schenken aan het gezamenlijke werk van deze auteur, temeer daar bij ons weten aan zijn heengaan in 1980 geen nadere aandacht werd besteed in dit blad.
In de Heilige Schrift draait alles om het verbond van God: om het verbond met zijn beloften en bedreigingen, zijn verbondszegen en verbondsvloek. Een feit dat helaas door veel christenen wordt miskend. In brede kringen leest men Gods Woord niet gedateerd-heilshistorisch, maar als een bundel vrome exempelen en tijdloze waarheden. De gevolgen van dit miskennen van de Heilige Schrift als Boek van het Oude en Nieuwe Verbond openbaren zich op velerlei wijze.
Het "tijdloze" lezen van het Nieuwe Testament brengt de invloedrijke Charismatische- en Pinksterbewegingen tot een geforceerde terugkeer naar de gaven van de apostolische tijd, met voorbijzien van het unieke karakter daarvan. Het Dispensationalisme brengt velen tot de meest fantastische toekomstverwachtingen, met name rond "Israël".
Verder ontneemt een onverbondsmatig, verkort "evangelie" het ontzag voor Gods Woord en begunstigt horizontalisme en nieuwe vormen van piëtisme.
Het is een grote verdienste van dr Van der Waal dat hij in zijn werken de wapenrusting aanreikt in de strijd tegen deze dwalingen.
Al zijn Schriftverklarend werk vormt een krachtig pleidooi voor een verbondsmatige benadering van de Heilige Schrift. Beter gezegd: een eerbiediging van haar uitgesproken verbondsmatig karakter. Van der Waal noemt Gods verbond ergens de enige hermeneutische sleutel tot de Heilige Schrift.
Ook tot het Nieuwe Testament.
Zelf heeft hij zich veel inspanning getroost om de eenheid van het Oude- en Nieuwe Verbond in het licht te stellen. In plaats van het Nieuwe Testament los van het Oude te lezen - zoals nog al te veel gebeurt, met alle schadelijke gevolgen van dienpleit hij voor een herinterpretatie van het Nieuwe Testament als boek van het verbond.
Zelf gaf hij daarvan een indrukwekkend voorbeeld in zijn tweedelige commentaar op de Openbaring van Jezus Christus (zoals hij dit bijbelboek terecht noemt).
Deze spreekt volgens hem in de eerst plaats over de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Chr.
Met Babylon doelt zij niet op Rome, maar op Jeruzalem.
Van der Waal acht alle boeken van het Nieuwe Testament te zijn geschreven voor het jaar 70.
Dus tijdens Gods "wachttijd"-met-het-oordeel over Israël, van Christus' dood tot de ondergang van Jeruzalem. In zijn verwoesting ziet hij de vervulling van menige profetie en het einde van het ongelovige deel van Israël als verbondsvolk (Rom. 9: 4 dient men volgens hem eveneens gedateerd te lezen en niet als boventijdelijke waarheid).
De Openbaring is volgens hem eigenlijk één voortzetting van de prediking van onze Heere in Matth. 24 en Mark. 13.
leder die het werk van Van der Waal eens doorkruipt, zal daardoor zeer verrijkt worden met inzicht, doorzicht en uitzicht en een krachtige aanzet tot nadere Schriftstudie ontvangen.
Publicaties van dr C. van der Waal
Antithese of Synthese? De oecumenische beweging beschreven en getoetst. (1951).
Van Strijd en Zegepraal. Werkboekje ten dienste van het onderwijs in de kerkgeschiedenis (1954, 8 1971) (samen met ds J. Kok).
Oudtestamentische priesterlijke motieven in de Apooalyps ('56).
Liquidatie der Reformatie. Over de oecumenische beweging en haar theologie (1966).
Sola Scriptura. Wegwijzer bij het bijbellezen 1-111(1966-1968; 1-11, derde herziene druk, 1979).
Visie of Visioen? Beschouwingen over het jaar 2000 (1970) (samen met drs ir E. Schuurman en drs J. E. Reinders).
Openbaring van Jezus Christus I; Inleiding en vertaling (1971).
Die laaste Bybelboek (1971).
Wat staat er eigenlijk? (1971) Die Dordtse Leerregels verdor nie. Die vyf artikels teen die Remonstrante vertaal en toegelig (1973).
Gij kustlanden. Een trektocht door de arbeidsterreinen van de apostelen Paulus en Johannes (1974, 2 1976).
De harten omhoog! Maar hoe?
Beschouwingen over het 'cultuurmandaat' (1976).
Bijbels kwartetspel (1976).
En het zal geschieden in de laatste dagen ... Is de Openbaring een politieke Enkhuizer Almanak of een boek van het verbond? (1977).
De grote constante in het laatste Bijbelboek. Antwoord en oproep (1978).
En zij zingen een nieuw lied.
Over psalmen en gezangen (1978).
Search the Scriptures 1-10 ('78).
Hal Lindsey and Biblical Prophecy (1978).
Het Nieuwe Testament: Boek van het Verbond (1978) Het Pascha van onze Verlossing.
De Schriftverklaring in de paaspreek van Melito van Sardes als weerspiegeling van de confrontatie tussen Kerk en Synagoge in de tweede eeuw (1979).
Sola Scriptura. Vragenboekje (1980).
Openbaring van Jezus Christus 11: Verklaring 1981).
De Continuïteit tussen het Oude en Nieuwe Testament (1981).
De vervulde Thora. Commentaar op Joh. 1 : 1-8-29 (1984).
Commentaar op het evangelie van Johannes (1984).
Naar wij vernemen bestaat er nog meer ongepubliceerd werk.
Hopelijk vindt dat ook nog een uitgever!