Persschouw

1986-10-24
  • Jaargang 30
  • nummer 41
Houd je vrijheid lin het oog
Hoe komt het dat wij zo achter onze begeerten aanlopen? Omdat we niet krachtig genoeg geloven in de woorden waarmee de Tien Geboden begonnen zijn: 'Ik ben de HERE, uw God, die u bevrijd heeft uit Egypte, het slavenhuis'.
Ook het Tiende Gebod wil ons houden bij de vrijheid die we in Christus hebben. We hoeven niet achter onze begeerten aan te lopen, want we kunnen leven in de huid die we hebben, in het huis dat we bezitten, met de man of vrouw die God ons gegeven heeft, in het beroep dat 'we uitoefenen, enz.
Natuurlijk mogen we in allerlei opzichten streven naar verandering die verbetering is. Schrijnend onrecht moet bestreden worden.
Maar het gaat hier over het stempel dat op ons leven staat. Dat moet godsvrucht zijn die gepaard gaat met tevredenheid. We hoeven niet meer, we hoeven niet anders.
Een Franse verklaarder van de Tien Geboden houdt het ons glashelder voor: Je eigen huis is het mooiste voor jou, je eigen vrouw Is de knapste voor jou, je eigen beroep is het beste voor jou.
We hoeven niet anders en niet meer, omdat God ons in Christus zó heeft aanvaard als we zijn en met wat wij hebben. Daar kunnen we vrede mee hebben. En daarom: 'Loop niet achter uw begeerten aan' - want als we dat doen, blijven we onruststokers.

Zo luidt het slot van de toespraak, die Prof. dr J. Douma op de jl. Theologische .Hogeschooldag te Kampen heeft gehouden. Men neme mij niet kwalijk, dat bij lezing en herlezing van dit slot van dit boeiende betoog, dat in ;,De Reformatie" werd gepubliceerd, die ene zin bij mij bleef haken: SCHRIJNEND ONRECHT MOET BESTREDEN WORDEN.
Ik heb expres hoofdletters gebruikt.
Onrecht moet bestreden worden in alle sektoren van het leven. Maar niet in de laatste plaats in de kerk. Daar is immers de plaats van het recht. " ... de rechterstoelen staan daar binnen ... " zongen (of zingen) we met de oude berijming. Wat wordt er een schandelijk onrecht gepleegd juist in de kerk! We moeten dit bij de benadering van het moderne probleem van de zogenoemde kerkverlating niet buiten beschouwing laten. Waarom hebben velen zich in de veertiger jaren vrijgemaakt? Vanwege het aangedane onrecht aan broeders en zusters van hetzelfde Huis. En zijn daardoor niet eveneens velen in de zestiger en zeventiger jaren "buiten' verband" geraakt? We zitten niet onze wonden te likken en mogen bewaard blijven, voor een trauma, maar er zijn dingen die bijna dagelijks pijn doen. De vraag dringt zich aan ons op waar de grens ligt van de bestrijding van het onrecht. Of moet men op de duur het hoofd toch maar in de schoot leggen en de kapitulatievoorwaarden tekenen? Wat wil de HERE? Wat zegt Hij daarover in zijn' Woord? Daarop moeten wij aanspreekbaar zijn en blijven. Immers: het tiende gebod hoort tot Gods aktuele spreken aan het adres van zijn volk!

O. Mooiweer. Enschede


Het spreken en het preken van de kerk
Dat was de titel van, de rede, die Prof. dr W. H. Velerna ter gelegenheid van de jl. rectoraatsoverdracht te Apeldoorn hield. We lazen hiervan een uitvoerig verslag in "De Wekker" van de hand van ds K. Boersma. Daarvan geven wij het' slot door, Het luidt als volgt: Moet de kerk deelnemen aan gesprekken over samenlevingsvragen?
Dan wordt ze discussiepartner.

- Ik zie geen bijbelse redenen om dat te doen.
- De kerk moet geen bemoeial worden; ze mist ook de deskundigheid.
- Het is niet altijd zo gemakkelijk om op praktisch-politieke punten de wil van God rechtstreeks te weten. .
- Waar zou de kerk de tijd en de vrijgestelden vandaan moeten halen?

De kerk moet haar Magna Charta (Matth. 28) niet verlaten. De kerk moet leren onderhouden! Gelovigen staan voor persoonlijke verwerking in gehoorzaamheid, hebben recht en plicht om de overheid op haar roeping te wijzen, in een uitwerking van de verkondiging van het Evangelie.
Moet de kerk niet méér doen?
Toerusten moet ze.
Eerder heb ik dat wel een pastorale taak genoemd, Nu zeg ik: ze heeft een doorgaande catechetische taak. Het proefschrift van dr W. Verboom sterkt mij erin, te zeggen dat de catechisatie niet geïsoleerd staat. De. gemeente is een leergemeenschap, ambtelijk gestructureerd, wat iets anders is dan een leerproces. zonder meer of discussie. Hierbij sluit ik graag aan bij Calvijns opvatting over de betekenis van de leer, de "doctrina". Een voortgezette catechese mag de keerzijde zijn van de .vraag om een spreken van de kerk.
In een relevante prediking, door Kremer "geestelijke prediking"
genoemd, mag het licht vanuit Gods WOOl'dschijnen. Er mag een heilzame wisselwerking zijn tussen catechese en prediking.
Misschien was "spreken van de kerk'" een reactie op een tijdloze prediking. Dan zeker zeggen we: wat heet! de prediking een taak!
We zijn dankbaar voor deze indringende woorden! De kateche-' tische taak van de kerk is niet te verwaarlozen. Ouders, kerkeraad en predikant dienen permanent alert te zijn. Een van buiten geleerd lesje bevredigt niemand en stompt af. Tenminste: als het daarbij blijft. Achter het katechetisch élan moet een pastoraal hart' kloppen, Zó wil de H. Geest laten merken hoezeer, om zo te zeggen, de katechese" een verlengstuk is van de verkondiging. Want ten diepste, zo leerde ons C. Veenhof, is katechiseren het Woord bedienen aan de jeugd van de gemeente.

O. Mooiweer, Enschede


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief