Vluchten?

1986-10-31
  • Jaargang 30
  • nummer 42
Middagpauzedienst in de Engels Hervormde kerk op het Begijnhof te Amsterdam op woensdag 25 juni 1986.

" Wanneer de grondslagen zijn vernield, wat kan de rechtvaardige dan nog doen?" (Psalm 11)

Ergens in het evangelie horen we van enkele sympathieke Farizeeërs die Jezus 'tippen' voor gevaar dat Hem bedreigt van de kant van koning Herodes. Ze raden de Here aap de wijk te nemen.. "Ga heen en vertrek van hier, want Herodes wil U doden" (Luk. 14 : 31). Een welgemeend advies, dat de Heiland evenwel niet opvolgt. Resoluter dan ooit zien we Hem de weg naar zijn grote roeping inslaan. Niet vluchten maar blijven.
Er bij blijven.
In psalm 11 is hetzelfde aan de orde. Welmenende sympathisanten spreken David en de gemeente aan. Ze zeggen: "Vliedt naar uw gebergte als vogels". 'Naar uw gebergte', dat wil zeggen: naar onbewoonde streken, waar je thuis hoort, want onder de mensen wil het niet langer. Wij zijn bang dat de rol van jullie christenen is uitgespeeld.

Wat voor argumenten hebben deze bezorgde mensen voor hun advies?
Twee.
In de eerste plaats de toenemende vijandigheid tegen de zaak die Gods volk in deze wereld voorstaat.
"Want 'zie, de goddelozen spannen de boog, zij leggen hun pijl op de pees om oprechten van hart in het duister te treffen". En inderdaad, er hoeft niet altijd rechtstreekse vervolging te zijn, om het als gelovige benauwd te krijgen in de wereld. Er is wel zoiets gaande als een groeiende weerzin tegen wat de Bijbel wil en wat belijders van de Naam drijft. Het is niet moeilijk dat ook voor deze tijd te herkennen.
Het tweede argument is de nutteloosheid van de inspanning van de gelovigen. "Wanneer de grondslagen zijn vernield, wat kan de rechtvaardige dan nog doen?" Het evangelie veronderstelt bij de mensen een oer-notie aangaande God en zijn dienst. Maar als dat basale besef begint te ontbreken en als in plaats daarvan een anti-geest zich begint te roeren, dan kunnen we met de Bijbel toch nergens meer terecht? Er zijn inderdaad sterke argumenten die er voor pleiten te vluchten.
Waarbij ik aanteken, dat zo'n vlucht zich ook innerlijk kan voltrekken: je uit de wereld terugtrekken.
De zaak opgeven. De buitendeur dicht doen.

Hoe heeft David op dit advies gereageerd?
Met een mengeling van begrip en verontwaardiging.
Begrip. Dat blijkt uit de eerste zin van de psalm: "Bij de HERE schuil ik". Dat is weinig heldhaftig gezegd.
Wie schuilt ziet het gevaar.
David zegt dus niet overmoedig en zonder na te denken: ik blijf, wat dacht je wat? Maar nadat hij de argumenten aan zich toegelaten en gewogen heeft, zegt hij: en toch blijf ik. 'Bij U schuil ik', uit zo'n zinnetje blijkt in dit verband het verschil tussen moed en overmoed.
En dan de verontwaardiging. "Hoe durft u het tegen mij te zeggen: vliedt, vlucht!" Vanwaar die verontwaardiging? De argumenten waren toch sterk? Ja, maar de adviseurs vergeten wat er tegenover staat.

En dat is dit geweldige: God vlucht zelf niet! Hij zelf blijft er bij!

Vers 4 van de psalm zegt: "De HERE woont in zijn heilig paleis, de HERE he eft in de hemel zijn troon". Dat is twee keer hetzelfde, . dat is twee keer de hemel, zegt u.
Maar u vergist u. Godsheilig paleis, dat was in de tijd van de psalm de tempel in Jeruzalem, de plaats van de verzorging, van het Immanuël-geheimenis.
God troont in de hemel en Hij woont op de aarde, Op de aarde: eerst in de tempel en nu in het evangelie van Jezus Christus. Hij woont in dat evangelie op de aarde, en 'dat zo van harte, dat dat voorop staat, Dat tronen in de hemel komt achteraan en staat dan ook in dienst van dat wonen op de aarde.
Dat wil zeggen: wat zijn liefde wil bewerken (het evangelie) ontzegt Hem zijn vermogen niet (de hemel).
Ook de Here Jezus is ten hemel gevaren, niet om zijn liefdes- .
offensief in deze wereld. op te geven, maar integendeel, om er kracht en macht achter te zetten.
De hemel zelf staat nu achter het evangelie.

Nu wordt ook het volgende duidelijk "Gods ogen slaan gade, zijn blikken doorvorsen de mensenkinderen.
De HERE toetst de rechtvaardige en de goddeloze, en wie geweld bemint, die haat Hij": In deze woorden zien we de Almachtige als het ware voorovergebogen met volle aandacht naar de aarde kijken. Hoe is Hij erbij! ."Zijn blikken doorvorsen", letterlijk 'Zijn oogleden proeven'. Bij scherp toezien sperren de ogen zich niet open, maar vernauwen ze zich tot spleetjes. Want God wil niet maar aankijken, maar doorkijken, Zijn heilige ogen zoeken het binnenste van de mensen.
En de maatstaf waarnaar Hij dan oordeelt, is 'het heilig paleis', de tempel, de verzoening. Welke houding nemen de mensen daartegenover aan? Ik kan dat ook zo zeggen: de toetssteen waarmee God de mensen keurt, is het evangelie van Jezus Christus. Zoeken de mensen de rechtvaardigheid die daarin geopenbaard wordt? Of verharden zij zich daartegen en blijven liever goddeloos? Gevolg van dat laatste is dat je 'geweld gaat beminnen' zoals de psalm kenmerkend zegt.

En denkt u nu bij dat geweld niet enkel aan verdrukkende regimes.
Het geweld is voor iedereen een verzoeking 'die zich buiten God om staande wil houden. Het geweld van wapens voor wie geen argumenten heeft. Het geweld van 't geld waarmee de arme buiten spel wordt gezet. Het geweld van de charme waarmee een mooie vrouw haar zin doordrijft. Het geweld van de gezondheid waarmee de zieke wordt afgetroefd. Het geweld van- het getal waarmee een meerderheid een minderheid opzij drukt. Het geweld van de intellectuele vorming waarmee de eenvoudige voor schut wordt gezet. Het geweld van de' godsdienstigheid waarmee de kleingelovige verpletterd wordt.
Kortom, al deze soorten van geweld - God haat ze grondig en ze staan alle tegenover dat ene: leven uit de verzoening van Christus. De liefhebber van geweld wijst dat af.

De Almachtige blijft daar niet onverschillig onder. Daarom is er in deze psalm ook een dreigende toon te beluisteren. ,,Hij regent op de goddelozen vurige kolen en zwavel, schroeiende wind is het deel van hun beker". ' Dat verwijst naar Sodorn en Gomorra.
Maar u moet toch eerst nog aan iets anders denken. Paulus schrijft: "Indien uw vijand honger heeft geef hem brood te eten, indien hij dorst heeft geef hem water te drinken. Want dan hoopt gij vurige kolen op zijn hoofd" (Rom, 12: 20).
Zo kan het óók nog vurige kolen regenen! Ik bedoel: zolang wij hier nog zijn en zolang de wereld draait, is alles nog gericht op het positieve en hebben ook Gods, straffende oordelen nog de bedoeling om te redden. God schift de mensen, maar Hij is daarmee nog niet klaar.
En wie eerst vijand was, kan zomaar een vriend worden. Zoals Paulus. Gods geduld is zo groot.

Het slot van de psalm maakt hongerig en dorstig naar de gerechtigheid.
Het mag dan schijnen dat het toch niet meer helpt, Om in de wereld rechtvaardig te zijn (wanneer de grondslagen zijn vernield, nietwaar?). Maar de Schrift zegt: "De HERE heeft de rechtvaardigheid lief." "De oprechten zullen zijn aangezicht aanschouwen". Het loont dus de moeite.
Én daarom: als men ons adviseert: vliedt naar uw gebergte als vogels, trek uit de wereld waarin je niet meer past, ja, dan begrijpen we wel waarom men dat zegt en we waarderen de bezorgdheid die eruit spreekt, maar we antwoorden toch: vluchten? Hoe kun je het zeggen!
Wij willen er bij zijn! Niet uit bravoer, niet in zelfoverschatting, maar schuilend.
"Bij U schuil ik. HERE".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief