De aktuele betekenis van de reformatie'
1986-10-31
Je vraagt je af of vandaag de dag de belangstelling voor een herdenking van de reformatie niet aan het afnemen is. Velen zijn op de tour van een ahistorisch denken gegaan. Dit denken heeft vooral de jeugd van de kerk in zijn greep gekregen. Het is allemaal alleen maar geschiedenis.- Jaargang 30
- nummer 42
Nee, zo zegt men, het gaat ons om het heden en hoe de toekomst eruit zal zien.
Met die vragen en problemen houden wij ons ernstig bezig. Zo langzamerhand valt de historie te vergelijken met een grafkelder. Men blijft liever bovengronds met beide benen in de hedendaagse werkelijkheid staan.
Een beheersende vraag
Het gaat dus om de vraag of die reformatie van de zestiende eeuw voor ons nog aktuele betekenis heeft en voor ons geestelijk en kerkelijk leven van indrukwekkend belang is. En dan zeggen wij voluit.
Ja!
Bekend is de dichtregel van Bilderdijk: "In het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal."
En G. van der Leeuw heeft eens opgemerkt: "Wanneer wij geen zin meer kunnen vinden in de geschiedenis, dan betekent dit, dat wij onszelve niet verstaan." Wij kunnen uit de geschiedenis leren wie God is en wie wij mensen zijn. Er loopt een kontinue lijn door de historie heen. 'Steeds heb je weer met mensen te doen, die al of niet hun verantwoordelijkheid bedienen ten opzichte van God en de medemensen. Arlswe het woord geschiedenis in de rechte betekenis van -het woord ' gebruiken en niet in de verbleekte zin van de mens, die zich tegen het verleden afzet, zijn wij bezig het woord: verleden uit de windsels van de passiviteit te halen.
Want als het verleden 'een grafkelder is, kun je niet meer van aktiviteit spreken. Dan is de dood in de pot en geen nieuw leven .meer te verwachten. Maar het woord geschiedenis zegt niet alleen, dat het allemaal gebeurd IS, maar bovenal, dat het allemaal GEBEURD is. Het zijn gebeurtenissen, die op een rijtje staan en zich zo aan ons presenteren. En daarom valt er van de geschiedenis te leren. Want er zit in de geschiedenis beweging. Het is een dynamisch begrip. En zeker wanneer het gaat om de geschiedenis van de kerk. Daarover spreekt de belijdenis in zondag 21 V3l1l de Heidelbergse Catechismus. Daar gaat het over de belijdenis van het geloof omtrent de kerk. Dat gaat niet buiten de Heilige Geest om.
Want teruggaande op de apostolische geloofsbelijdenis, merken wij, dat de belijdenis omtrent de kerk staat onder het thema van de konfessie aangaande de Heilige Geest.
Wij belijden immers: Ik geloof, dat de Zoon van God Zich uit het hele menselijk geslacht een gemeente, die tot het eeuwige leven uitverkoren is,. van het begin-der wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt. HIJ DOET DIT DOOR ZIJN GEEST ENWOORD ... ".
Eenheid in de geschiedenis
Er is eenheid in de geschiedenis.
Al onderscheiden wij tussen algemene geschiedenis, heilsgeschiedenis en kerkgeschiedenis. Je -zou runnen zeggen naar aanleiding van zondag 8 Heid. Cat. en artikel 9 N. Gel. Bel., dat het achtereenvolgens gaat om schepping, verlossing en heiliging. "Zo moet het mogelijk zijn om de wereldgeschiedeniste beschouwen in het licht, dat er op "alt vanuit de Schepping.
De heilsgeschiedenis is dan de geschiedenis V3l1l de verlossing. De kerkgeschiedenis zou komen te staan in het teken 'van de Heilige Geest". (W. van 't Spijker). Dit is zeker, dat die geschiedenis haar eenheid vindt in God. Alle lijnen lopen naar en vanaf het kruis.
Want in ,het laatste Bijbelboek lezen wij van het Lam, dat overwonnen heeft en dat met de rode kerf in zijn hals de Zin der geschiedenis, het Centrum 'van de hele wereldhistorie is. (Openbaring 5).
In de wereldgeschiedenis gaat het om het Lichaam van Christus, de gemeente. Dat is het toonbeeld van Gods genade en aksentueert de verbondenheid van de Here met de Zijnen. Calvijn heeft gewezen op de troost, die hierin voor de gemeente gelegen is", dat de Zoon van God enigszins Zichzelf onvolmaakt acht, tenzij Hij met ons verenigd is." Hij kan ons niet zonder Zichzelf zien! Ja, het gaat in de reformatie van de kerk ten diepste om de relatie met Christus, de verhouding tot de levende God. Ik denk hierbij aan het indringende woord van H. Kraemer, destijds hervormd hoogleraar en zeer bekwaam op het gebied van de zendingsarbeid: ,.De grote stoot der Reformatie blijkt voortgekomen te zijn uit de afgrondelijke nood naar een relatie met de levende God der Openbaring in Christus". Daarom dacht Luther klein van zichzelf.
Als bewijs daarvan mag in eerste instantie zeker een bepaalde uitspraak uit zijn mond opgetekend dienen, nl.: "Onze God moet wel een heel goed Iemand zijn, dat Hij zelfs van waardeloze kerels houdt.
Ik kan dat niet, hoewel ik er zelf ook één ben."
Hij was voorts bang, dat zijn vele geschriften de Bijbel zouden verdringen.
Dan hadden de mensen slechts nog aandacht voor' zijn schrijversprodukten terwijl de Bijbel vervolgens een gesloten Boek dreigde te worden.
Vandaar, dat Maarten Luther zich met grote ijver 'Op het vertalen van de Bijbel heeft geworpen en 'Op de verklaring van Bijbelboeken, Zo bleef de reformator van Wittenberg betrokken 'Op de schepping, leefde hij uit de verlossing en zette hij zich met volle kracht in voor de heiliging van het leven. Luther was - en dat 'Onderstreept alleen maar in dit kader het vorenstaande - ook wars van alle pracht en praal in de kerk. De geloofsworsteling was teken van nederigheid. En die nederigheid stond bij hem hoog in het vaandel geschreven. - Hij verweet de R.K. kerk een theologie van de glorie, maar die van hemzelf betitelde hij het liefst als een theologie van het 'kruis. "God doet", aldus Luther, "zijn werk in het verborgene, verkleed in het tegendeel van zijn heerlijkheid. In het kruis van Christus, in nederigheid, smaad en verlorenheid, daar waar de ergste menselijke ellende openbaar wordt, werkt Hij in het verborgene, zichtbaar alleen voor het 'Oog des geloofs, zijn heilswerk ... In Christus 'Overwint Hij door 'Onder te gaan, leeft Hij door te sterven. En dat is nu voorgoed de bestaansvorm van de gelovige en van de Kerk". Ja, geen aardse mocht begeren wij ...
Het ontstaan van de hervorming
De reformatie is tot stand gekomen door gebed, meditatie en vooral door aanvechting. Dat hangt samen met de wijze van theologiseren zoals die door Luther zelf werd geleerd en aan anderen 'Onderwezen. Rij ging daarbij uit van Psalm 119. Maar heeft dat 'Ook geen betekenis voor 'Ons vandaag?
Moet de hervorming van ons denken of liever gezegd naar de woorden van Paulus aan de Romeinen (12: 2) de hervorming door de vernieuwing van ons denken niet resulteren in het duidelijk 'Onderkennen van wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene?!
Dat is de reformatie van het hart en van het leven. Daar begint het, daar begint het opnieuw zoals het eens begon bij Luther, Hij beleed, dat God Zelf in zijn hart het werk van de re- formatie was begonnen en zó had het een uitstralingseffekt gekregen naar heel het kerkelijke leven.
Daar moet het bij ons beginnen willen wij de reformatie niet als een historisch gebeuren zonder meer, als een pure zaak van het verre verleden opbergen in het kerkelijk mausoleum. Onderzoeken wij de Schriften, die wijs kunnen maken tot zaligheid? Gaat het ons om de Christus ALLEEN of is het: Christus plus iets, zodat we het gevaar lopen te komen tot: iets plus Christus om op de duur alleen dat iets over te houden?
Kennen wij het lezen en herlezen van de Bijbel en van het Schriftgedeelte, dat aan de orde kwam in de kerkdiensten van de voorbije zondag? Hebben wij wel eens last van aanvechtingen van de duivel, die ons tracht af te brengen van ons evangelisch standpunt, ons oriëntatiepunt voor de benadering van alle dingen in ons leven, de kerk en de wereld? Of hoeven wij nooit te zeggen:' Ga weg, satan, want gij bedenkt niet de dingen die van God zijn, maar die van de mensen zijn? Bidden wij om de heldere verlichting van de Heilige Geest, opdat wij Gods Woord kunnen verstaan en mogen toepassen in onze' dagelijkse levenspraktijk?
Of hebben wij een vanzelfsprekendheidgeloof, dat geen belaging van de god van deze eeuw kent, omdat het eerder te maken heeft met een soort glijbaanmentaliteit en daarom dus geen zoden aan de dijk zet "oor het Koninkrijk der hemelen? De vragen komen los en golven op ons aan!
Laten wij die vragen niet trachten te ontlopen, maar ze eerlijk en konkreet in de eerste plaats aan onszelf stellen!
Het belang van de verkondiging
Reformatie was en is eerherstel van de verkondiging, van de prediking van het zuivere evangelie van Jezus Christus. Dat hebben 'Luther . en Calvijn heel goed in de gaten gehad. Daarom hebben zij zo hartstochtelijk gestreden voor de zuiverhouding van de verkondiging van Gods Woord en stelden zij in de kerkgebouwen de preekstoel weer centraal. Ook Zwingli heeft dat gedaan. Hij bouwde van de stenen van het afgebroken altaar een preekstoel. En Calvijn heeft geponeerd: "Bij de opstanding uit 'de doden heeft God hemel en aarde bewogen. Maar Hij beweegt die ook vandaag nog. Dat geschiedt wanneer het evangelie gepredikt wordt. Want dan "reformeert" Hij de kinderen van Adam naar zijn beeld". (C. Veenhof).
Zo hebben wij de opdracht naar , - het woord van Luther "trouw te zijn in de leer, in het gebed en in nee gecutd." Ook dat laatste! var moeten wij ook in onze dagen maar eens extra bedenken! Mede door gebrek aan christelijk geduld ontstaan kerkscheuringen en worden kerkbreuken niet geheeld. We hebben ons hele leven te reformeren naar de norm van Gods gebod .en evangelie. Want beide behelzen de goede boodschap! En die levensreformatie is niet een zaak van slechts één keer. Bekering is een dagelijks bedrijf waaraan wij als mensen van vlees en bloed onze beide handen vol hebben. Maar Gods Geest stimuleert ons daartoe en bewerkt het in ons. En zo, in de weg van daadwerkelijk, geloof en hartgrondige bekering schenkt de HERE als de God van het Verbond ons dan de vervulling van zijn belofte van het eeuwige leven!
Geraadpleegde en geciteerde litteratuur
Dr. T. Brienen: "Prediking en vroomheid bij Reformatie en Nadere Reformatie" - Kampen - z.j. Dr. W. J. Kooiman: Luther. - zijn weg en werk" - Amsterdam - 1954.
Dr. W. J. Kooiman: "Luther en de Bijbel" - Baarn - z.j. Sipke V3lI1 der Land: "Luther - Tafelgesprekken"
- Karnpen - z.j. Dr. W. van 't Spijker: "Reformatie en Geschiedenis" - Goes - 1977.
Dr. W. van 't Spijker: "Triptiek van de Geschiedenis" -Goes-1981.
Prof. C. Veenhof: "Calvijn en de Prediking" in de bundel: "Zicht op Calvijn" - Amsterdam - 1965.